‘Neem me mee naar Israël! Ik stik hier’

Egypte heeft de grensovergang met Gaza voor het eerst in tien maanden geopend. Toch kunnen veel mensen het land niet verlaten. Dat is wat iedereen wil: weg van de Israëlische blokkades, weg van de Hamas-terreur.

Wie Gaza wil verlaten, moet geduld hebben. Voor het eerst sinds maanden is de grensovergang bij Rafah open. Foto’s Said Khatib/AFP en Ibraheem Abu Mustafa/Reuters

Ineens smijt Bassem Muhaisen een pak dollars op tafel, bijeengehouden met elastiekjes. „Neem me mee naar Israël! Ik stik hier.”Dat stikken bedoelde de 43-jarige landbouwkundig ingenieur figuurlijk. Maar het is op deze woensdagochtend ook 36 graden in Rafah, een stad in het zuiden van de Gazastrook op de grens met Egypte.

Voor het eerst in maanden heeft Egypte de grensovergang geopend. Met vele honderden anderen op dit terras waar de Turkse koffie rijkelijk vloeit, hoopt Muhaisen (kort baardje, overhemd, jasje) dat hij bij de gelukkigen hoort die de grens over mogen.

Officieel heeft Hamas een lijst met namen opgesteld. Van studenten die een buitenlandse studiebeurs hebben. Van medische noodgevallen. Van mensen die in het buitenland wonen of werken en vast zitten in de Gazastrook. In theorie geldt: sta je op de lijst, dan mag je de grens over.

Muhaisen voldoet niet aan de criteria. Hij wil trouwen met zijn geliefde Asma, een 33-jarige Egyptische uit Alexandrië die hij kent via Facebook. Hij heeft al tweeduizend dollar betaald aan een tussenpersoon die zijn naam er hoopt tussen te frommelen op de lijst. Zekerheid biedt dit niet.

Sinds de Gaza-oorlog van bijna twee jaar geleden, die aan meer dan 2.200 Palestijnen en 70 Israëliërs het leven kostte, is de landstrook er ogenschijnlijk op vooruit gegaan. Eindelijk worden er weer huizen herbouwd, na een jaar larmoyant gesteggel over de invoer van bouwmaterialen. Het asfalt van de opnieuw aangelegde hoofdweg naar het zuiden blinkt, met dank aan geld uit Qatar.

En toch willen de mensen hier maar één ding: weg. Weg van de Israëlische blokkade – zo is het voor Muhaisen ondenkbaar dat hij toestemming zou krijgen om via Israël te reizen. Maar ook weg van Hamas, dat de bevolking steeds korter houdt. Traditioneel krijgt Israël de schuld van de verwoestingen, de blokkade, het gebrek aan mobiliteit. De mening van de bevolking lijkt te kantelen: in toenemende mate wordt de ellende in Gaza Hamas aangerekend. Uit opiniepeilingen blijkt dat nog 12 procent van de bevolking van Gaza zich met de islamitische beweging associeert.

Verhulde kritiek op Hamas

Uit angst voor represailles worden de verwijten aan het adres van Hamas niet met naam en toenaam uitgesproken. Kort samengevat: er is een overschot aan belastingen, corruptie en te strikte islamitische leefregels, en een tekort aan stroom, gas, benzine en voorzieningen. Nog steeds kunnen de mensen Gaza niet uit, er geldt een elektriciteitsrantsoen van acht uur op en acht uur af, nog immer kampt de landstrook met ’s werelds hoogste werkloosheidspercentage.

In het huis van de familie Khadr in Rafah bolt een flauw windje de gordijnen. De acht uur zonder stroom zijn ingegaan, en dus is er niets: geen airconditioning, geen koelkast, geen tv. Uit de moskee tegenover het huis hoor je wél gewoon de muezzin, die elektrisch versterkt oproept om te gaan bidden.

In de aanloop naar de Ramadan, die vandaag eindigt, is de gewoonte om van tevoren alvast maaltijden te koken en in te vriezen. De 45-jarige journaliste Mouna: „We hebben mijn moeder moeten overtuigen om dat niet te doen. Alles zou toch maar bederven.” Gebrek aan stroom betekent vooral veel ongemak. Geen koud water, want het kraanwater is ondrinkbaar. Niet douchen, want het water wordt elektrisch omhoog gepompt.

Het enige positieve, zegt Mouna, is dat de familie door het gebrek aan mobieltjes, tv en internet weer eens met elkaar praat. En dat doen er meer in Gaza. Men vertelt elkaar afschrikwekkende verhalen: over de brand, veroorzaakt door kaarsen, waarbij drie kinderen omkwamen. Of over zelfmoordpogingen. Laatst weer: zes pogingen in twee weken tijd. Bij de helft was het mislukt, onder wie een man die van top tot teen is verbrand.

De ngo Euro-Mediterranean Human Rights Monitor telde tussen januari en maart meer dan dertig zelfmoordpogingen per maand in Gaza. Meer en meer mensen zien geen uitweg meer. Ze raken hun baan kwijt, leven onder de armoedegrens, worden onderdrukt door Hamas, hebben drie oorlogen in zes jaar tijd moeten doorstaan en kunnen de Gazastrook niet uit. Maar het belangrijkste: er is geen enkel uitzicht op verbetering.

Overigens zitten de inwoners van Gaza net zo goed in over meer banale onderwerpen, zoals de prijs van een pakje sigaretten. Die is in korte tijd gestegen van twee naar zeven euro, door schaarste en de excessieve accijnzen die Hamas erop heft.

Deze dag gaan de gesprekken onvermijdelijk ook over de executies. Tot ontsteltenis van de internationale gemeenschap heeft Hamas twee dagen eerder drie mannen ter dood gebracht. Ze waren veroordeeld voor moord. Officieel moeten executies volgens Palestijnse regelgeving de goedkeuring hebben van de president. Maar Hamas doet wat het wil.

Een paar tafeltjes naast Muhaisen op het terras zit een familielid van Ahmed Shuraab, een van de geëxecuteerden. De veertiger kan door zijn opwellende tranen nauwelijks praten. Zweet parelt op zijn voorhoofd, roken doet hij als zenuwtrek.

Ahmed heeft absoluut geen eerlijk proces gekregen, zegt het familielid. „De beste advocaat had hem niet kunnen helpen. Het ging om een uit de hand gelopen ruzie, dus hij had hooguit veroordeeld kunnen worden voor doodslag. Maar ja, het slachtoffer kwam uit een invloedrijke familie.” Binnen twee maanden was het bekeken: proces, veroordeling, executie. Door ophanging.

Met de doodstraf, denkt de man, hoopt Hamas criminelen af te schrikken. „Maar het is hun eigen schuld dat de criminaliteit zo toeneemt! Er zijn geen banen, er is geen toekomst, er is geen verzoening met Fatah.”

Zo’n veertig kilometer noordelijker, aan de andere kant van de strook, pakt Farah Bakr haar telefoon om een selfie te maken. Tijdens de Gaza-oorlog van twee jaar geleden, toen ze zestien was, werd Bakr een beroemdheid op de sociale media door verslag te doen van haar ervaringen. De 170.000 volgers van haar Twitter-account @Farah_Gazan moet ze wel een beetje up-to-date houden. „Maar eerlijk gezegd plaats ik steeds minder. Wat moet ik ze vertellen? Ik kan ze niet optimistischer maken.”

Na haar eerste studiejaar is de vakantie aangebroken. Ze verveelt zich. „Ik kan niet naar Jeruzalem of Ramallah. Rijd rond, zoek mijn vrienden op, blijf thuis, luister muziek, zit op sociale media. Het zwembad is leuk, maar ik wil Gaza uit.” Eén keer kreeg ze die kans: 19 april van dit jaar. Op uitnodiging van het VS-consulaat kon Bakr een dagje naar Ramallah, met meer zakenvrouwen. Het was de eerste keer dat ze het andere Palestijnse gebied, de Westelijke Jordaanoever, met eigen ogen zag.

Mede door haar voorliefde voor de voetballer Ronaldo van Real, voor de mensen in Gaza waarschijnlijk de bekendste wereldburger, wilde Bakr naar Spanje. Sinds 19 april droomt ze niet meer van Ronaldo, maar van Ramallah. Het is maar twee uur rijden hier vandaan. „Toch is het onbereikbaar.”