Luisteren: Dit zijn de albums die NRC deze week bespreekt

Of de zomer nu wel of niet echt loskomt. In elk geval bij de melancholie van Steve Gunn en de metal van Inter Arma, en anders bij het vrouwenkoor Pygmalion wel.

  • ●●●●

    Ensemble Pygmalion: Rheinmädchen

    Vrouwenkoor

    Klassiek:
    In de eerste helft van de negentiende eeuw ontstond in het toen nog niet verenigde Duitsland een koren-hype. Componisten als Schubert, Schumann en Brahms schreven allemaal voor koren, de allesbinder voor de jonge natie. Het Franse Ensemble Pygmalion doet zich op zijn nieuwste album Rheinmädchen voor als romantisch vrouwenkoor, dat – zoals destijds gebruikelijk – ook muziek bewerkt voor die bezetting. Het meest opvallend (en nog mooi ook) is de opening van Wagners ‘Das Rheingold’, waarin de vrouwen alleen worden bijgestaan door harp en een paar hoorns. Behalve werk van de genoemde componisten klinkt ook ‘Innsbruck, ich muss dich lassen’ van Heinrich Isaac, maar ook dat lied uit de Renaissance krijgt een romantische behandeling. Dirigent Raphaël Pichon laat het koor stralen, de bijdrage van mezzo Bernarda Fink is de kers op de taart.
    Merlijn Kerkhof

  • ●●●●

    Steve Gunn: Eyes On The Lines

    waterval

    Pop:
    Steve Gunn maakte een dozijn solo-albums in de afgelopen acht jaar. Gunn was voorheen gitarist in The Violators, de begeleidingsband van Kurt Vile. Net als Vile en diens vroegere collega Adam Granduciel (met wie Vile The War On Drugs oprichtte) heeft Gunn een lome manier van spelen die zou kunnen neigen naar sloom. Maar daar geeft Gunns gitaar hem de kans niet toe. Gunn heeft een brede muzikale achtergrond met daarin een voorkeur voor de Indiase ritmiek en toonzetting. Het is een waterval aan noten die Gunn uit zijn gitaar laat stromen, met stapelingen van melancholische klanken op licht dwarse ritmes. Op zijn nieuwe cd Eyes On The Lines, speelt Gunn gloedvolle melodieën. Zijn languissante stem is niet opzienbarend, maar resoneert fraai met zijn instrument, als een zevende snaar.
    Hester Carvalho

  • ●●●●●

    The Avett Brothers: True Sadness

    bank

    Pop: Producer en platenbaas Rick Rubin ontfermt zich al vier albums lang over folkrockers The Avett Brothers, een Mumford & Sons voor mensen zonder wit leren bankstel. Op True Sadness zijn broers Scott en Seth Avett de eersten om hun eigen authenticiteit ter discussie te stellen. In ‘Smithsonian’ bellen ze het beroemde instituut om te melden dat uit eten gaan niet gratis is en in ‘True Sadness’ stellen ze dat ze al sinds hun vroegste jeugd afhankelijk zijn van de fles. Dit relativeringsvermogen krijgt een bedding in krachtige muziek die met broederlijke samenzang en doorleefde teksten doet denken aan een opgepepte versie van The Jayhawks te tijde van Hollywood Town Hall. Niet het slechtste voorbeeld, totdat er ook nog gejodel en een overdadig orkest losbarsten.
    Jan Vollaard

  • ●●●●

    Inter Arma: Paradise Gallows

    inter

    Metal: Inter Arma’s nieuwe album Paradise Gallows is minstens zo ambitieus als hun sterke voorgangers Sky Burial (2013) en de ep The Cavern (2014), en dat is goed nieuws. De band uit Richmond, Virginia heeft een uniek geluid: loodzware riffs gemengd met warme southern rock. Dit album is soms ingetogen, soms hypnotiserend, soms vilein, en constant gloedvol. De americana in ‘Nomini’, ‘Potomac’ en afsluiter ‘Where the Earth Meets the Sky’ mengt prachtig met de verstikkende, snoeiharde passages in ‘An Archer in the Emptiness’ en het dreinende ‘Primordial Wound’. Het is woestijnmetal, met de van echo doordrenkte grom van Mike Paparo en gitaarsolo’s die zinderen als de hete lucht die je ziet rimpelen boven de weg. De lome slidegitaar vult dat geluid perfect aan.
    Peter van der Ploeg

  • ●●●●

    Róisín Murphy: Take Her Up To Monto

    monto

    Pop:
    ‘Baby I’m not your funny girl anymore” zingt Róisín Murphy in de hoekige robotdisco van ‘Romantic Comedy’. De voormalige helft van het triphopduo Moloko staat bekend om uitbundige verkleedpartijen op het podium en haar mix van elektropop, disco, housebeats en popmelodieën. Met Take Her Back To Monto, opgenomen tijdens de sessies van haar voorlaatste Hairless Toys, laten Murphy en muzikant/producer Eddie Stevens zich van hun meest experimentele kant horen. De stoelendans van elektronische en akoestische instrumenten in ‘Thoughts Wasted’ klinkt duister en in ‘Pretty Gardens’ is ze een kosmische Amy Winehouse, omringd door bliepjes en brommende mannenstemmen. Uit Laurie Anderson-achtig stemexperiment en buitenaardse synthesizerklanken maken zich genoeg verheffende liedjes los om Róisín Murphy als popfenomeen uiterst serieus te nemen.
    Jan Vollaard

  • ●●●●

    Danish String Quartet: Adès, Nørgård & Abrahamsen

    quartet

    Klassiek:
    Er was een tijd, ruim een halve eeuw geleden, dat het strijkkwartet op sterven na dood was. Die parel van de klassieke vormen – intiem, diepzinnig, en toch met bijna symfonisch gewicht – had van Haydn via Beethoven tot Janáček en Bartók erkende hoogtepunten voortgebracht, maar vertegenwoordigde juist dáárom alles waarvan een nieuwe generatie afstand wilde nemen. De iconoclasten van het naoorlogse modernisme, onder aanvoering van Boulez en Stockhausen, vermorzelden het oude, en bedachten hun eigen vormen. Lees de recensie: Het strijkkwartet is inmiddels weer springlevend
    Joep Stapel

     


  • ●●●●

    DoelenKwartet: Adès, Calliope Tsoupaki

    strijk

    Klassiek:
    ENog eens twintig jaar later voltooide de Grieks-Nederlandse Calliope Tsoupaki haar Triptychon, waaraan het Rotterdamse DoelenKwartet een al even schitterende cd heeft gewijd. De eerste twee delen van Triptychon ontstonden al in 2005, het derde volgde in 2013. Wat ze gemeen hebben is een muzisch-spirituele verbeelding van ‘licht’: het licht dat ons leidt, dat ons verlangen verbeeldt en dat ons zicht op de wereld opent. Dat het DoelenKwartet zijn hart aan dit werk verkocht heeft blijkt uit alles. De uitvoering, intens en van zeer hoog niveau, doet volledig recht aan de etherische, zwevende en evocatieve klankweefsels van Tsoupaki. Lees de recensie: Het strijkkwartet is inmiddels weer springlevend
    Joep Stapel