Kabinet deelt zorgen over salafistische school

Minister Asscher erkent dat er zorgen zijn over het geplande lesinstituut, maar zegt dat de overheid zich niet zal mengen in het geloof.

Het voormalige ROC Zadkine aan de Vorkstraat in Rotterdam, aangekocht door het salafistische Al Waqf. Foto Marco de Swart/ANP

Het kabinet deelt de zorgen van de gemeente Rotterdam over de personen en organisaties die het schoolcomplex in Rotterdam-Zuid hebben gekocht en willen verbouwen tot ‘islamitisch lesinstituut’. De gemeente gaat goed in de gaten houden welke activiteiten de kopers van het ruim 7.000 vierkante meter grote complex willen gaan ontplooien.

Dat antwoordde minister Asscher (Integratie, PvdA) dinsdag tijdens het wekelijks Vragenuur in de Tweede Kamer op vragen van PVV-Kamerlid De Graaf naar aanleiding van een artikel over de aankoop van het schoolgebouw in NRC. Hij heeft daarover dinsdag overlegd met de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb.

De minister erkent dat er zorgen zijn over het geplande lesinstituut, dat vermoedelijk is gefinancierd vanuit het Midden-Oosten. De kopers hebben banden met de salafistische stichting Al Waqf in Eindhoven. Volgens radicaliseringsexperts kan het salafisme integratie in de weg staan en voeding geven aan radicalisering van jongeren.

Lees ook het redactioneel commentaar over de kwestie: Alert zijn bij salafistische scholing, maar geen verbod

Privé-kwestie

De minister kan de koop van het lesinstituut niet ongedaan maken, zoals Kamerlid De Graaf wil, noch kan hij vooraf activiteiten of lessen verbieden. “Het is legaal om een pand te kopen, ook als dat wordt gefinancierd vanuit het buitenland”, zei hij. Wel zal de gemeente Rotterdam duidelijk maken dat er in het pand geen activiteiten worden getolereerd die zich keren tegen Nederland, de samenleving en de rechtsstaat.

Het kabinet, zegt Asscher, “maakt onderscheid tussen wat mensen geloven en wat mensen doen”. Het geloof, zo stelde hij, is een privé-kwestie, daar mengt de overheid zich niet in.

“Maar binnen onze rechtsstaat kunnen we mensen wel beoordelen op hun daden. We zullen heel streng zijn voor jihadisten en extremisten.”