Jarenlang studeren, maar ze doen er niets mee

Alternatieve carrières

Een kwart van alle afgestudeerden kiest voor een ander vakgebied. Bijvoorbeeld omdat ze in hun bijbaan carrière maken.

Merlijn Doomernik

Roel Verburg. Merlijn Doomernik

Ruim tien jaar deed Roel Verburg (42) over zijn studie cognitieve psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. „Ik wist nog niet wat ik wilde worden, dus dan kun je maar beter student zijn.” In 2004 studeerde hij af. Toch gaat hij al jaren door het leven als fulltime cabaretier. Op 26-jarige leeftijd, nog tijdens zijn studie, klom Verburg voor het eerst op een podium voor een cabaretwedstrijd. En met succes: hij won.

Een belangrijk moment, blikt Verburg terug: „Raoul Heertje zei ooit dat mensen die grappig zijn in de kroeg dat niet per se op een podium zijn. Ik bén grappig in de kroeg, dus ik zag dit als een test. Toen ik won, dacht ik: hier wil ik mijn beroep van maken.”

Sindsdien zette hij alles op deze carrière. Gestaag werd duidelijk dat het ging lukken: „Het mooie van cabaret is dat heel duidelijk meetbaar is of je succes hebt: wordt er gelachen, dan is het goed.” Verburg produceerde onder meer twee avondvullende cabaretshows en treedt op bij de VARA, Radio Veronica en BNN.

Ook voor Jannie De Bruijn (36) liep haar carrière anders dan gedacht. Ze rondde twee studies af: cognitieve kunstmatige intelligentie en natuurgeneeskunde. Haar doel was een eigen praktijk voor natuurgeneeskunde beginnen, maar dat kwam er niet van. „Omdat mijn studie veel tijd en hersencapaciteit vroeg, zocht ik destijds een makkelijke bijbaan.” Ze kwam terecht bij ingenieursadviesbureau IES Asset Management in Den Haag, waar ze als administratief medewerker onder meer de facturen en projectregistratie verzorgde.

Merlijn Doomernik

Jannie De Bruijn. Merlijn Doomernik

In de acht jaar dat ze studeerde, groeide IES uit van een vijfkoppig bureau tot een bedrijf met ruim twintig medewerkers, vertelt De Bruijn. Haar functie groeide mee. „Ik kon het niet meer alleen, dus er werden mensen aangenomen die ik ging begeleiden.” Na afronding van haar studie in 2012 kon ze het niet over haar hart verkrijgen om het werk voor het ingenieursbureau op te geven voor haar eigen praktijk. „Het werk was te leuk geworden.”

Uitgebouwde bijbaan

De Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten, VSNU, kan niet precies zeggen hoeveel De Bruijns en Verburgs er zijn. Uit een in juni verschenen rapport blijkt dat 25 procent van de studenten na het afstuderen op een plek terechtkomt die niet aansluit op de opleiding. Het is onbekend wat daarvan de oorzaak is. Dit scenario speelt volgens VSNU vooral voor afgestudeerden in taal & cultuur en landbouw. Bij studies op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg vinden afgestudeerden het vaakst een baan in hun vakgebied.

Ook in het hbo gaat ongeveer een kwart van het totale aantal afgestudeerden iets anders doen dan waarvoor hij of zij is opgeleid, meldt koepelorganisatie Vereniging Hogescholen. Uit de jaarlijkse HBO-monitor die deze maand uitkwam, blijkt dat dit met name geldt voor kunst (62 procent) en economie (66 procent).

Maar een carrière buiten je studierichting betekent natuurlijk niet automatisch dat het werk een uitgebouwde bijbaan is geworden.

In hoeverre studenten buiten hun vakgebied gaan werken, houdt volgens beide verenigingen verband met de economische situatie: is er voldoende werk, dan kun je eerder in je eigen sector aan de slag. Ook de breedte van de opleiding speelt mee: een algemene studie als economie biedt meer mogelijkheden dan een gespecialiseerde studie als fysiotherapie.

Muggenlarven zoeken

Merlijn Doomernik

Frank Kimenai. Merlijn Doomernik

Frank Kimenai (38) is zo iemand met een specialistische opleiding. Na het middelbaar- en hoger laboratoriumonderwijs koos hij voor de studie aquatische ecologie aan de Universiteit Utrecht. De reden was zijn voorliefde voor alles wat met water te maken heeft. „Ik zag het helemaal voor me, met een waadpak aan door de vennen op zoek naar muggenlarven.”

Maar wat Kimenai eigenlijk écht graag deed, was concerten organiseren in en rond Tilburg. „Op 21-jarige leeftijd nam dat een vlucht. Ik werd freelance productiemanager en programmeur bij poppodium 013.” Met een vriend zette hij Incubate op, dat uitgroeide tot één van Nederlands grootste alternatieve muziekfestivals.

Het keerpunt kwam tijdens een studieweek naar de Ardennen waar Kimenai een aantal rivieren zou bemonsteren. Terwijl hij bij een tankstation een broodje nuttigde, verdween een klasgenoot direct de bossen in om dieren te zoeken. „Die actie zette me aan het denken. Ik moest óók gaan doen waar ik altijd al mee
bezig was, en dat was niet biologie, maar muziek. Anders zou ik het mezelf voor altijd kwalijk nemen.”

Pavlov

Dat je buiten je vakgebied terechtkomt, hoeft niet te betekenen dat de studie voor niets is geweest. De Bruijn omschrijft haar studieperiode als „een ontwikkeling van je brein”. „Het heeft me gevormd tot wie ik ben.” Kimenai roemt de aangeleerde manier van denken. „Een kritische houding, een analytische blik: het trainen van die vaardigheden is enorm nuttig.” Volgens hem lijkt de popcultuur op abstract niveau zelfs wel wat op een ecosysteem. „Op internationaal niveau is het een netwerkeconomie van de bovenste plank. Het is verrekte handig dat ik het systeem kan doorzien.”

Voor Verburg was vooral de intellectuele uitdaging een must. „Had ik in die tijd enkel liedjes gemaakt, dan had ik waarschijnlijk verdieping gemist en was ik nu alsnog gaan studeren. En ik heb een sketch over Pavlov. Die had ik waarschijnlijk niet gemaakt zonder mijn studie.”

‘Als ik niet grappig bleek, kon ik altijd nog artikelen schrijven’

Wie een studie heeft afgerond heeft bovendien altijd iets om op terug te vallen. „Stel dat ik toch niet grappig bleek te zijn, dan zag ik mezelf wel artikelen schrijven en onderzoek doen”, zegt Verburg. „Sterker nog: mijn scriptie over onbewuste aandacht is gepubliceerd in een vooraanstaand wetenschappelijk tijdschrift. Mijn carrière als psycholoog heeft daarmee best een jumpstart gehad.” Ook de Bruijn ziet haar studies als mogelijke basis van een nieuwe carrière. Met het idee van een eigen natuurgeneeskundepraktijk speelt ze nog altijd. „Ik volg nascholing en intervisie om het bij te houden.”

Kimenai is de enige die zichzelf niet ziet werken in zijn oorspronkelijke vakgebied. „Ik heb meer actie nodig. Ik mijmer ook nooit over vroeger.” Wel houdt hij nog steeds enorm van water. „In mijn vrije tijd vis ik graag. En als ik een watertje of een zee zie, dan ben ik altijd benieuwd wat daarin rondzwemt.”

Niet iedereen begreep zijn keuze om te blijven werken in zijn bijbaan, zegt Verburg. „Mensen vonden het zonde dat ik al die jaren aan mijn studie heb besteed.” Zelf heeft hij daar ook wel eens spijt van gehad. „Niet vanwege het geld, maar omdat ik in die tijd ook mijn oeuvre had kunnen opbouwen.” Ook de ouders van Kimenai vonden zijn keuze voor de muziekindustrie moeilijk. „Ik kom uit een agrarisch gezin, met een champignonkwekerij. Mijn wereld was een ver-van-hun-bed-show. Kon je daarin wel carrière maken?” Toch pleit hij ervoor om – hoe cliché ook – altijd je hart te volgen. „Soms durf je pas op latere leeftijd toe te geven dat je liever iets anders doet. Maak die keuze.”