Iraanse regisseur van magische arthousefilms

Abbas Kiarostami (1940-2016), filmmaker

Hij bleef zijn land trouw na de Iraanse Revolutie van 1978, maar nam het ook de maat in films die de censuur tartten.

Abbas Kiarostami in 2012 Foto AP

Hij werd een mysticus genoemd door zijn landgenoot Asghar Farhadi, bekend van het Oscarwinnende scheidingsdrama A Separation. En Martin Scorsese noemde hem een magiër. Maar de Iraanse filmmaker Abbas Kiarostami, die gisteren op 76-jarige leeftijd overleed in Parijs, was zelf niet iemand van de grote woorden.

In films als Waar staat het huis van mijn vriend? (1987), en Road movies (de auto was zijn favoriete locatie) als het met een Gouden Palm bekroonde De smaak van kersen (1997) en Zilveren Leeuw-winnaar De wind zal ons meenemen (1999) zocht hij juist naar een eenvoudige stijl om de basisvraag van alle kunst te stellen: wat is de relatie tussen fantasie en werkelijkheid, en wat kunnen we daar betrouwbaar over zeggen?

Met dat thema zette hij de Iraanse film internationaal op de kaart. Hij maakte meer dan veertig kinderfilms, arthouse-klassiekers en documentaires, altijd in de traditie van het neorealisme, en weg van het melodrama dat veel Iraanse films zo eigen is.

Zeker aan het begin van zijn carrière hebben zijn films vaak jonge hoofdpersonen, een gevolg van zijn tijd als hoofd film bij het ‘Centrum voor de intellectuele ontwikkeling van kinderen en jongeren’, dat filmmakers relatief veel artistieke vrijheid toestond.

Waar staat het huis van mijn vriend? vertelt het opvoedkundig verantwoorde verhaal van een jongen die alles op alles zet om te voorkomen dat zijn vriendje van school wordt gestuurd, maar reflecteert ondertussen op het autoritaire Iraanse schoolsysteem.

Na de Iraanse revolutie van 1978 slaagde hij erin om met zijn karakteristieke mix van documentaire en fictie thema’s te agenderen die eigenlijk onder de censuur vielen. In zijn invloedrijkste film Close-Up (1990) vertelt hij het waargebeurde verhaal van een man die de gevangenis inging omdat hij zich voor filmmaker Mohsen Makhmalbaf uitgaf, waarbij Kiarostami de oplichter zichzelf laat spelen.

De laatste jaren werd het ook voor hem steeds moeilijker om in Iran films te draaien. Met Juliette Binoche zou hij in 2010 in Toscane Copie conforme maken, zijn eerste van twee buitenlandse films, over de ontmoeting tussen een galeriehoudster en een schrijver die een boek heeft geschreven waarin hij stelt dat een kopie net zo goed is als een origineel zo lang het maar dezelfde impact heeft op de toeschouwer. Een slimme film waarin een scenarioschrijver huwelijksadviezen geeft, en de personages voortdurend in spiegels, deuropeningen en andere doorkijkjes ingekaderd zijn. Het filmische Droste-effect: Kiarostami’s oneindige universum. Als hij iets van een goochelaar had, dan eentje die onttoveren kon met illusies.