Recensie

Ingvartsen betrekt publiek bij voorstelling over seksualiteit

Welbewust legde Stadsschouwburgdirecteur Melle Daamen in zijn openingsspeech een link tussen klimaatverandering en de onberekenbaarheid van Julidans. En wisselvallig was het aanbod op het festival voor internationale hedendaagse dans tot nu toe zeker.

Meest opmerkelijk was de solo 69 positions van de Deense Mette Ingvartsen over het naakte lichaam in de kunst. Onbekommerd naakt beweegt Ingvartsen zich tussen het publiek in de kleine Studio 2 van de Stadsschouwburg. Zij ‘reconstrueert’ beroemde happenings en eerdere eigen voorstellingen over seksualiteit, waarbij ze het publiek betrekt, soms zéér nauw, zonder dat het bedreigend of irritant wordt.

Ook innemend is Pere Faura. In No dance, no paradise toont de Catalaan vier iconische dansen door ze te beschrijven, te dansen en te herinterpreteren. Zo analyseert hij de beroemde scène uit Singing in the Rain, waarin Gene Kelly in de regen zingt en danst, terwijl hij zingt dat hij in de regen zingt en danst. Faura’s persoonlijkheid, de herkenbaarheid en de heldere opbouw maken zijn solo sterk en toegankelijk.

De grotezaalvoorstellingen brachten geen grote vreugde. Waren er, zoals een paar jaar geleden, ‘love it’- en ‘hate it’-buttons geweest, dan waren de laatste na FOG van de Portugees Luís Guerra uitverkocht. Teleurstellend was ook Le syndrome ian van Christian Rizzo. Hij smeedt een eenheid van twee tegengestelde dansstijlen, disco en new wave clubdans, maar hoewel die stijlen zijn dansliefde deden opbloeien, ontbreekt spanning en noodzaak.