Golden boy Michael Cimino werd de paria van Hollywood

Met The Deer Hunter won hij vier Oscars, maar daarna ging het snel bergafwaarts met de carrière van Michael Cimino.

Michael Cimino in 1979 Foto AP/ Edwin Reichert

Regisseur Michael Cimino kwam zijn diepe val nooit meer te boven. Hij transformeerde eind jaren zeventig binnen twee jaar van de golden boy van Hollywood – met het Vietnam-drama The Deer Hunter (1978), goed voor vier Oscars – tot een paria, na de kolossale flop Heaven’s Gate (1980).

Cimino, die zaterdag op 77-jarige leeftijd in Los Angeles overleed, begon zijn loopbaan als reclamefilmer in New York. Dat gaf hij op om zich in Hollywood te vestigen als scenarioschrijver. Clint Eastwood was zo gecharmeerd van zijn script voor Thunderbolt and Lightfoot (1974) dat hij Cimino de kans gaf om zijn eigen scenario ook te regisseren. Die film was een hit en de filmstudio’s stonden in de rij om met hem te werken.

Cimino koos voor het drie uur durende drama The Deer Hunter (1978), met Robert De Niro en Meryl Streep, over een groep bevriende arbeiders in de staalindustrie van Pennsylvania, die als soldaten naar Vietnam gaan. The Deer Hunter viel veel langer en duurder uit dan begroot, maar de film was zo’n groot succes dat niemand daar achteraf nog om maalde.

Dat liep anders bij de western die Cimino onmiddellijk daarna maakte. Heaven’s Gate (1980), met Kris Kristofferson en Christopher Walken, ging over grote landeigenaren die eind negentiende eeuw in Wyoming huurlingen inzetten om met grof geweld Oost-Europese immigranten van hun land te verjagen. Cimino ging door roeien en ruiten voor wat ‘de beste film aller tijden’ moest worden. Veiligheidsvoorschriften sloeg hij in de wind, hij verspilde complete draaidagen door te wachten op het juiste licht. De film die was begroot op 11,5 miljoen kostte uiteindelijk 44 miljoen dollar. De pers scheurde de film aan stukken, het publiek bleef weg. Filmstudio United Artists overleefde het echec niet.

Cimino wist daarna nog enkele films te voltooien voor bescheiden budgetten, geen van alle goed ontvangen. De traumatische ontvangst van Heaven’s Gate had hem op de rand van zelfmoord gebracht, Cimino hield zich jarenlang verborgen voor de pers. Hij verwierf een reputatie als eenkennige zonderling, ook door zijn uit de hand gelopen liefde voor plastische chirurgie. De laatste jaren liet hij zich vooral in Europa bejubelen op filmfestivals als de archetypische, gedoemde filmauteur, die te perfectionistisch en bezeten was om in het commerciële Hollywood te gedijen; een nazaat van Erich von Stroheim en Orson Welles.