Geen aparte grammatica’s voor talen

In het brein van mensen die twee verschillende talen beheersen bestaat geen strikte scheiding tussen de grammatica’s van die talen.

De grammatica's van verschillende talen liggen in de hersenen door elkaar heen en overlappen elkaar deels. Dat blijkt uit hersenonderzoek van een team onder leiding van Kirsten Weber van het Max Planck Instituut in Nijmegen. De resultaten zijn vorige week gepubliceerd in The Journal of Neuroscience.

De proefpersonen, Nijmeegse studenten, moesten een artificieel taaltje leren: ‘alienese’. Een mini-taaltje met vier zelfstandige naamwoorden en 46 werkwoorden, waarin je eenvoudige zinnen kunt maken zoals ‘Josa nagabi komi’ (‘Vrouw tekent man’).

Het bijzondere van dat mini-taaltje zit hem in de grammatica, waarin drie woordvolgorden mogelijk zijn. Naast de volgorde ‘Vrouw tekent man’ zijn er twee andere woordvolgorden mogelijk die hetzelfde betekenen (‘vrouw’ als onderwerp en ‘man’ als lijdend voorwerp): ‘Komi josa nagabi’ (letterlijk: ‘Man vrouw tekent’) en ‘Nagabi komi josa’ (letterlijk: ‘Tekent man vrouw’).

De laatste twee woordvolgorden zijn erg vreemd voor iemand die van huis uit Nederlands spreekt. Als je een Nederlandstalige student in een fMRI-scanner legt en hem daarin dit mini-taaltje laat leren, dan zie je op de hersenscans het volgende: in het deel van de hersenen waarin de zinsbouw verwerkt wordt, neemt de hersenactiviteit sterk toe als de proefpersoon meteen achter elkaar twee van die ongewone volgorden (bijvoorbeeld ‘Meisje jongen ziet’) gepresenteerd krijgt. En de hersenactiviteit neemt af als meteen achter elkaar twee keer de volgorde gepresenteerd wordt die overeenkomt met de volgorde in het Nederlands (‘Meisje ziet jongen’).

Volgens de onderzoekers wijst dit erop dat er in het eerste geval een nieuw netwerkje van neuronen wordt aangelegd voor de nieuwe grammaticale structuur, terwijl in het tweede geval gebruik wordt gemaakt van een al bestaand neuronen-netwerkje, namelijk het netwerkje dat die woordvolgorde in het Nederlands verwerkt.

Dat lijkt althans de meest voor de hand liggende verklaring. Je kunt met een fMRI-scanner helaas niet zó gedetailleerd en zó op micro-niveau in de hersenen kijken dat je precies ziet wat er gebeurt.

Voor de woordenschat is al eerder iets vergelijkbaars ontdekt. Wie twee talen spreekt, denkt misschien dat hij over twee verschillende woordenschatten beschikt, maar dat is niet het geval. De woorden van die twee talen liggen door elkaar heen en zijn op allerlei manieren met elkaar verbonden, binnen één groot, complex gestructureerd lexicon. Dat is tien jaar geleden aangetoond met slim ‘psycholinguïstisch’ onderzoek.

Het nu gepubliceerde onderzoek brengt alleen in beeld wat er gebeurt in de eerste uren waarin je een nieuwe taal leert. Hoe zit het met mensen die al ver gevorderd zijn in de tweede taal? Weber deed eerder experimenten met Nijmeegse studenten die naast hun moedertaal (Nederlands of Duits) een andere taal vrij goed beheersten (zoals Engels).

Als Nederlandse studenten die redelijk Engels spreken meteen achter elkaar de zinnen ‘De man werd gekust door de vrouw’ en ‘The girl was hugged by the boy’ te zien krijgen, dan kost die tweede zin minder moeite om te lezen. De verklaring: beide zinnen worden verwerkt door hetzelfde netwerkje, dat gespecialiseerd is (voor beide talen!) in de passief-constructie (‘werd gekust door’, ‘was hugged by’). Dat netwerkje wordt dankzij de eerste zin geactiveerd en kan bij de tweede zin dus sneller tot verwerking overgaan.