Gaat de Londense beurs nu toch naar Duitsland?

Beurzenfusie De Brexit heeft geleid tot onduidelijkheid over een fusie tussen de beurzen in Londen en Frankfurt. De Duitsers willen geen hoofdkwartier in Londen.

Foto Reuters

Met een overgrote meerderheid (99,9 procent) hebben de aandeelhouders van de London Stock Exchange (LSE) maandag gestemd voor het doorzetten van de voorgenomen fusie met Deutsche Börse in Frankfurt. Maar of de fusie ook werkelijk doorgaat blijft hoogst onzeker, na de uitslag van het Brexit-referendum op 23 juni, waarbij de Britse kiezers ervoor hebben gekozen om de Europese Unie te verlaten.

In Duitsland ontstonden meteen na de uitslag van het referendum al ernstige bedenkingen over de beurzenfusie. Men houdt er in Frankfurt en Berlijn ernstig rekening mee dat het Brexit-referendum de genadeklap heeft uitgedeeld aan het plan. Maar volgens Britse media is de LSE er nu juist meer bij gebaat om de fusie te laten slagen: de Londense beurs zou zo immers een voet aan de grond houden in de EU, ook na de Brexit.

Topman Xavier Rolet van de Londense beurs was een van de ondertekenaars van een anti-Brexit-brief in de aanloop naar het referendum. Londen heeft de afgelopen zestien jaar altijd gezegd dat het een „fusie van gelijken” moest zijn. En de tweede voorwaarde: het hoofdkwartier zou in Londen, en niet in Frankfurt moeten zitten. Het compromis was dat er een Duitse directeur zou komen.

Aanvankelijk waren de Duitsers akkoord gegaan met Londen als vestigingsplaats. Maar dat plan is nu voor Duitsland amper nog verteerbaar.

Het is moeilijk voorstelbaar dat de belangrijkste beurs in het euro-gebied bestuurd wordt van buiten de Europese Unie.

„Het is moeilijk voorstelbaar,” aldus voorzitter Felix Hufeld van de Duitse financiële toezichthouder BaFin, „dat de belangrijkste beurs in het euro-gebied bestuurd wordt van buiten de Europese Unie”. In Londen zou de gemeenschappelijke houdstermaatschappij onder Brits recht vallen.

Hoogleraar John Colley, expert op het gebied van financiële fusies, zegt:

„Voor beide partijen blijft dit een goede deal. Voor de LSE omdat het in Europa betrokken blijft, voor Deutsche Börse omdat het zo een betere positie in de wereldmarkt kan verkrijgen. De vestigingsplaats is nu alleen de heikele kwestie.”

Hij denkt niet dat Londen zal instemmen met zowel een Duitse directeur als een Duits hoofdkwartier.

Bij de Duitse aandeelhouders speelt na het Brexit-referendum nog een ander bezwaar mee dan de kwestie van de vestigingsplaats. Door de gedaalde koers van het Britse pond sterling is de afgesproken deal voor de Duitsers ook financieel minder aantrekkelijk.

In de gezamenlijke onderneming zouden de aandeelhouders van Deutsche Börse volgens het fusieplan 54,4 procent van de aandelen krijgen, die van de London Stock Exchange 45,6 procent. De omzet van Deutsche Börse is met 2,8 miljard euro groter dan die van de LSE (2 miljard euro). Ook qua winst (1,3 miljard euro) leggen de Duitsers meer gewicht in de schaal dan de Britten (0,9 miljard).

Noodzaak tot fuseren

De aandeelhouders van Deutsche Börse hebben tot 12 juli de tijd om te beslissen of ze instemmen met de fusie. De directies van beide beurzen staan er nog achter. Maar een aanpassing van het fusieplan lijkt onvermijdelijk, wil het nog kans van slagen hebben. Want niet alleen de Duitse aandeelhouders, maar ook de Europese Unie en de deelstaat Hessen moeten ermee instemmen. Het is een fusie met aanzienlijk politiek gewicht. „Alleen een snelle, duidelijke uitspraak over de vestigingsplaats kan de fusie nog redden”, schreef de Frankfurter Allgemeine Zeitung dit weekeinde.

De Britse premier Cameron had Londen als vestigingsplaats weliswaar als harde voorwaarde gesteld, maar niet alleen zijn de omstandigheden veranderd, dit najaar komt er in Londen ook een nieuwe premier.

De noodzaak tot fuseren is voor de Britten niet verdwenen. Amerikaanse kopers liggen nog altijd op de loer voor de LSE. Begin april bleek dat de InterContinental Exchange – eigenaar van de New York Stock Exchange – de financiering voor een vijandige overname probeerde rond te krijgen.

„Ik wil niet dat de LSE ooit de klappen moet incasseren van een vijandige overname. Overnames waarbij ze binnenkomen, krijgen wat ze willen, en de rest weggooien”, zei LSE-topman Xavier Rolet toen tegen de gratis krant CityAM. De vrees bestaat dat een Amerikaanse eigenaar Borsa Italia, in 2007 door de LSE gekocht, en het Franse clearingkantoor LCH.Clearnet zou willen verkopen.