Een schilder op reis kijkt anders

kunst Nu vlieg je voor 29 euro naar Rome. Dat was in de zestiende en zeventiende eeuw wel anders. In de tentoonstelling Reiskoorts zie je hoe de blik van de kunstenaar veranderde. Zo reis je door de tijd.

Ferdinand Hart Nibbrig: ‘Landschap in de Eiffel’, ca. 1906/09 (olieverf op doek). Ede, Simonis & Buunk Kunsthandel.

Met goede moed was Vincent Laurensz. van der Vinne naar Italië vertrokken. Als jonge schilder wist hij dat een reis naar Rome, waar je Rafaël en Michelangelo kon bestuderen, gold als dé manier om je kunstenaarschap te vervolmaken. Maar Van der Vinne leefde in de zeventiende eeuw, toen zo’n reis nog een avontuur was. Dat merkte hij. Hij werd in Duitsland beroofd, kwam in Zwitserland in een boerenopstand terecht waar hij gegijzeld werd, verzwikte vervolgens zijn enkel, moest nog bergen over, kwam oog in oog te staan met een wolf. Toen besloot hij terug te keren. Dan maar geen Rome.

Isaac Israels: ‘Portret van de Javaanse prins Mangkoenegara’, 1922. Frans Hals Museum en De Hallen Haarlem. Aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt. Foto Thijs Quispel

Van der Vinne (1628-1702) verwerkte zijn ervaringen in een reisboek in 1652, een ‘memoriael’. Het ligt in het Frans Halsmuseum, opengeslagen bij een zacht geschilderd berglandschap met huisjes en kerkje. In kunst kan elke reis een idylle zijn. Twee zalen met reislandschappen uit de zestiende en zeventiende eeuw zijn een prelude van de zomerexpositie van het museum verderop in De Hallen: Reiskoorts. Er worden vergezichten getoond die sinds 1850 zijn geschilderd door kunstenaars die met minder moeite de wereld verkenden.

Jan Sluijters: ‘Bal Tabarin’, 1907 (olieverf op doek). Stedelijk Museum AmsterdamFoto Hogers & Versluys

Zij belandden wel in Rome, of in Egypte, India, Amerika. Sommigen legden hun vertrouwde Haagse-schooleffecten over die verre landschappen, intussen werden de paletten bruiner (stoffige markten in Marokko door Jacobus van Looy), blauwer (Noordpool door Louis Apol) of zilverkleurig (San Gimignano door Wim Schuhmacher).

We hebben kunst niet meer nodig om een andere wereld te registreren

Reizen betekent anders kijken. Dat schoonheid ver weg eerder opvalt dan thuis, merkte Jan Sluijters. Zijn Bal Tabarin uit 1907 is een zinderend balfeest, de omgeving oplossend in lichten, alles warmte, kleur, sfeer, een zwoele dansavond die zich in tijd en ruimte eindeloos uitstrekt. Zulke sprookjes vind je nooit thuis.

Zo vormt de tentoonstelling een reis door de wereld en door de tijd. De vastlegging veranderde in de twintigste eeuw, toen iedereen met vakantie begon te gaan en kunst conceptueler werd. Een reizende kunstenaar van nu is Uwe Poth (1946), die wel in Rome Michelangelo natekende, maar dan in snapshotachtige tekeningen die hij waste in de Tiber. Dat is hoe wij nu fotograferen: als bewijs dat we ergens waren – een memoriael. Ook de expositie toont fotografen, meer bezig met gezichtspunten of vormstudies dan met het ontvouwen van een andere wereld. Annesas Appel sluit zelfs elk vergezicht buiten: zij tekent abstracte patronen naar wereldkaarten waarvan vooral zij het ontstaan doorgrondt.

Zo eindigt de groots en meeslepend begonnen tentoonstelling hermetisch. De zucht naar een andere wereld verandert in stapelingen van artist-in-residencies voor internationaal klinkende cv’s. De mensheid heeft kunst dan ook niet meer nodig als registratie: voor 29 euro vlieg je naar Rome. Zonder wolven. Met een camera voor eigen memoriaels.