Buitenhuisje

Een bevriend echtpaar kwam met een heuglijke mededeling voor ons en andere bevriende echtparen. Nee, geen gezinsuitbreiding, daar waren ze veel te oud voor, maar wel gebiedsuitbreiding. Ze hadden een huisje gekocht nabij Verona, hun favoriete stad in Noord-Italië, waar ze elke zomer het operafestival bezoeken.

Het zijn zulke toegewijde operafans dat ik nooit tegen ze durf te zeggen dat ik van opera’s alleen de aria’s mooi vind – en dan nog niet eens allemaal. Laat staan dat ik het waag te suggereren dat sommige operazangers wel erg galmende of (de dames) snerpende stemmen hebben. Ze zouden het als heiligschennis beschouwen.

Maar dat huisje gunde ik hun van harte, al was het een hele verrassing voor ons – het moest een geheim verlangen zijn geweest, ze hadden ons er nooit iets van verteld. Nu stuurden ze ons opgetogen foto’s toe, waarop ze bijna triomfantelijk poseerden voor hun nieuwe aankoop.

„Wij zijn zo blij dat het eindelijk gelukt is”, schreven ze. „We waren er al jaren mee bezig, maar hebben het nooit verteld omdat de kans klein was dat we onze droom konden waarmaken. Een leuk huisje bij dat fijne Verona! We dachten dat we het nooit zouden kunnen betalen, tot we bij toeval op deze aanbieding stuitten. We zullen er wel het een en ander aan moeten verbouwen, maar dat doen we voor een deel zelf. Natuurlijk zijn jullie allemaal welkom als we daarmee klaar zijn. We houden overigens ons huis in Nederland aan.”

We zagen een schamel, vrijstaand huisje aan een tuinloze stoep. „Dit is de oprit van onze kleine villa”, hadden ze erbij geschreven. Er stond een bouwvallig schuurtje naast met de tekst: „Dit wordt het gastenverblijf.”

„Ze hebben er wel veel voor over”, zei ik. „Vreemd, zo ken ik ze niet”, knikte mijn vrouw peinzend. Een uurtje later vroeg ze opeens: „Zou het geen grap kunnen zijn?”

Ik had er geen moment rekening mee gehouden. Het waren aardige mensen, maar ik had hen nooit als frivole grappenmakers leren kennen.

Mijn vrouw pakte de foto’s er nog eens bij. „Een kleine villa”, zei ze, „dat kunnen ze toch niet menen? En zie jij een oprit?”

Ze leken mij verblind door hun verlangen. Een goedkoop huisje bij hun geliefde stad, samen naar de opera en dan slapen in je eigen bedje - zo raar was dat toch ook weer niet? Maar mijn vrouw bleef zeggen: „Ik vertrouw het niet.”

Daarmee ontstond een groot probleem. Want: hoe te reageren? „We moeten ze feliciteren”, vond ik. „Met een grap?”, vroeg mijn vrouw. „Als jij hun schrijft dat het een grap moet zijn, zullen ze hevig beledigd zijn als het níét zo is”, zei ik.

Goede raad is zelden goedkoop, maar werd nu onbetaalbaar. We konden moeilijk niets van ons laten horen, maar besloten toch verdere stappen nog even uit te stellen.

Een weekje later ontvingen we een geschokte mail. „Wij zijn verbijsterd”, schreef het echtpaar. „Wij hadden een paar wijntjes gedronken, zagen dat huisje en kregen zin in een grapje. Als jullie goed hadden gekeken, zou je dat wel gemerkt hebben. Helaas begonnen de meesten ons te feliciteren en wilden ze al een afspraak maken om langs te komen. We zitten nu vol schuldgevoelens, maar hopelijk kunnen we er straks samen om lachen.”

Ook in Verona moet je soms een toontje lager zingen.