Beste vriend

Schrijfster Pia de Jong woont met haar gezin in Princeton, in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Nu ik een week in Nederland ben, let een aardige mevrouw op onze hond. Op gezette tijden laat ze haar uit. Ik krijg af en toe een foto toegestuurd, waarop ze kwispelend rondrent. „Weet je zeker dat je de hond ’s nachts alleen laat?”, vroeg mijn Amerikaanse buurman bezorgd voor ik wegging.

„Hoezo”, zei ik. „’s Nachts slaapt ze toch?”

„Maar als ze wakker wordt en zich eenzaam voelt?”

Hij vond het maar onverantwoord. Hij maakt zelf voor korte vakanties gebruik van een van de vele dog sitters. Die komen in je huis wonen om zo dag en nacht voor de hond te zorgen. Ze spelen met hun favoriete speeltje, dienen eventuele medicijnen toe en gaan door de juiste bedrituelen.

De zomervakantie, die hij sinds jaar en dag in Montana doorbrengt, zorgt voor andere problemen. Nooit, maar dan ook nooit, zou hij zijn hond laten vliegen. Onderweg kunnen de vreselijkste dingen gebeuren. Honden vallen uit hun kooi, worden gebeten of stikken. Onmenselijke toestanden.

Jarenlang was hij daarom naar Montana gereden met zijn Mackie naast hem op de passagiersstoel. Dat was niet altijd even gemakkelijk. Je moest de motels erop selecteren, herhaaldelijk stoppen voor water, een wandeling of een plas. Maar nu had buurman last van zijn rug gekregen. Een student zou voor hem de hond naar Montana rijden. In vijf dagen. Buurman betaalde, dat sprak voor zich, alle onkosten voor zowel de chauffeur als voor Mackie. Plus een forse bonus.

In de wetenschap is een debat gaande over het ontstaan van de hond als huisdier. We weten dat die al tienduizenden jaren de beste vriend van de mens is. Maar hoe is deze innige vriendschap ontstaan? Heeft de mens de hond gedomesticeerd? Of heeft de hond dat zelf gedaan? De eerste theorie zegt dat de oermens ooit een zachtaardige wolvenpuppy heeft opgenomen en uit volgende generaties steeds meegaander types heeft geselecteerd. Totdat het wilde beest na duizenden jaren zijn vrijheid inruilde voor totale afhankelijkheid van de mens.

De tweede theorie beweert dat honden zichzelf aangeleerd hebben te bedelen om eten bij de mens. Waarom jagen op een hert of eland, als er een gemakkelijk hapje te krijgen valt bij de oermensensnackbar? Het belangrijkste argument voor deze zelfdomesticatie is dat driekwart van de één miljard honden op aarde nog steeds zo leeft. Straathonden hebben geen baasje, maar schooien rond tussen het vuilnis. Slechts een kwart van alle honden leeft als huisdier. En geef toe: als een hond één ding goed kan is het wel uiterst verleidelijk het eten van je bord kijken, het hoofd half schuin, de ogen vragend en de oortjes hangend.

Afgaand op het gedrag van mijn buurman zou ik een derde theorie willen opwerpen: de hond heeft de mens gedomesticeerd tot huismens. Ergens in de verre mist van de oertijd heeft een groepje slimme wolven de mens zo ver gekregen dat hij voor hen is gaan jagen, koken en afwassen. Door de eeuwen heen zijn daar andere taken bijgekomen. De mens houdt nu ook de hond gezelschap op zijn wandeltocht, ruimt zijn ontlasting op, brengt hem naar de dierenarts voor vaccinaties en de kapper voor de nieuwste coupe en een pedicure. Dat mijn buurman zijn hond nu op een geheel verzorgde vakantie stuurt in een auto met chauffeur, is de volgende stap in de evolutie van de mens tot beste vriend van de hond.