‘Noem je Duitse populisten neonazi’s, dan worden ze alleen maar sterker’

Politicoloog Werner Patzelt “Het gaat bij Pegida in meerderheid om gewone mensen. Luister naar wat hen beweegt”, waarschuwt de man die de beweging van nabij volgde en er een vuistdik boek over schreef.

Een Pegida-demonstratie in Dresden op 13 juni. Foto Arno Burgi/dpa

De anti-islambeweging Pegida is zélf vermoedelijk over haar hoogtepunt heen, maar de politieke doorwerking ervan is in heel Duitsland groot. De sterke opkomst van de rechts-nationalistische partij Alternative für Deutschland (AfD), volgens peilingen nu goed voor 10 tot 15 procent van het electoraat, is er nauw mee verbonden.

0607BUIPatzelltINZET

„Pegida is de AfD op straat, en de AfD is Pegida in het stemhokje”, zegt Werner Patzelt, hoogleraar politicologie aan de Technische Universiteit Dresden en co-auteur van het pas verschenen standaardwerk Pegida; Warnsignale aus Dresden. Hij waarschuwt de Duitse politiek en media om met de AfD niet dezelfde fout te maken die ze met Pegida hebben begaan: de aanhangers afschilderen als neonazi’s en het gesprek met hen uit de weg gaan.

„Tegen politici zeg ik: wees niet bang, luister naar wat deze mensen beweegt, probeer er politiek iets mee te doen. En tegen journalisten zeg ik: neem niet de rol van aanklager of opvoeder aan, maar beschrijf wat je hoort en ziet.”

Sinds najaar 2014 vindt nog altijd iedere maandagavond in de binnenstad van Dresden een protestoptocht plaats van Pegida, voluit Patriottische Europeanen tegen de islamisering van het avondland. Patzelt heeft er vele bijgewoond. Hij en zijn studenten hebben talloze gesprekken gevoerd met de betogers, waarvan de neerslag is te vinden in het 667-pagina’s dikke boek. Daarin beschrijven Patzelt en mede-auteur Joachim Klose niet alleen wie de demonstranten zijn, wat ze denken, willen, met hoe velen ze zijn en hoe hun organisatie functioneert, ze laten hen ook zelf aan het woord.

Pegida is de AfD op straat, en de AfD is Pegida in het stemhokje

Patzelt, een gemoedelijke man met pretoogjes en blonde krullen, vertelt op zijn werkkamer in Dresden over de betekenis van Pegida, de relatie met het geweld tegen asielzoekerscentra en het optreden van Geert Wilders, vorig jaar, bij een van de maandagse betogingen in Dresden.

Zie hier de speech die Wilders in Dresden gaf (tekst gaat verder na de video):

„Pegida was slechts de voorbode van de AfD. Aan de Pegida-betogingen nemen nu nog maar zo’n 2.000 of hoogstens 2.500 mensen deel (op het hoogtepunt in 2015 waren dat er 25.000, JE). De grote noodzaak om hun ongenoegen op de politieke agenda te zetten is er niet meer, want de AfD heeft die taak overgenomen.

Pegida was van het begin af aan symptoom van een breed levende onvrede. Ik gebruik vaak het beeld van magma, dat in Duitsland overal onder de oppervlakte borrelt maar in Dresden tot een vulkaanuitbarsting is gekomen.”

Waarom juist in Dresden?

„Omdat hier, om in de beeldspraak te blijven, het gesteente van het aardoppervlak uitzonderlijk dun is. Hier in het oosten van Duitsland heeft men weinig ervaring met buitenlanders en integratie. En men heeft er, net als in andere voormalige communistische landen, veel minder vertrouwen in instituties dan in de rest van Duitsland.

„Pegida is ontstaan uit een Facebook-groep waarin tot de demonstraties werd opgeroepen. Had de oprichter in een klein stadje gewoond, dan was het nooit zo aangeslagen. Maar dit is Dresden, een grote, conservatieve stad. Met het verhaal van de regering dat immigratie het land verrijkt, heeft men hier nooit veel op gehad. Bij moslims denkt men aan de aanslagen in New York, Londen, Parijs en Madrid. Dat wil men niet hierheen halen. Door de Frauenkirche en andere mooie gebouwen in Dresden was Pegida ook meteen geschikt voor televisie, wat de beweging aanvankelijk enorm hielp om bekendheid te krijgen.

Politiek en pers hebben veel te lang geloofd dat Pegida een lokaal fenomeen was

„Halverwege de jaren negentig waren extreemrechtse groepen hier begonnen de verwoesting van Dresden door de geallieerde bombardementen in de Tweede Wereldoorlog te herdenken. Daar demonstreerden weer allerlei maatschappelijke groepen tegen, en toen Pegida opkwam dachten die: dat kennen we, dat is weer extreemrechts.

„Maar dat klopte niet. Bij Pegida gaat het in meerderheid om gewone mensen die het legitieme middel van demonstraties gebruiken om een punt te maken. Dat ze meteen als extreemrechts werden gebrandmerkt, versterkte bij hen de onderlinge solidariteit.”

Wie zijn de Pegida-betogers?

„De typische Pegidiaan is een man, halverwege de veertig of ouder, met werk, vaak in technische beroepen, of gepensioneerd. De meesten hebben hun middelbare school afgemaakt, ze verdienen gemiddeld of iets minder. En ze zijn even onkerkelijk als de rest van Saksen. Hier zie je hoe een a-religieuze samenleving in botsing kan komen met een religie die zichzelf serieus neemt. Het zijn mensen die verontwaardigd zijn dat de politieke klasse, en in de eerste plaats de bondskanselier, niet naar hen luistert.”

U noemt ze niet extreemrechts, wel populistisch.

„Extremisten bestrijden de democratische orde, dat is hier bij veruit de meesten niet het geval. Ik zou ze ook niet willen omschrijven als radicalen, die hun argumenten tot in het absurde doordrijven. Populistisch kun je Pegida wel noemen, met leuzen tegen de elite en Lügenpresse, leugenachtige pers. Niet meer dan zo’n vijf procent van de Pegida-betogers zijn aanhangers van de extreemrechtse NPD.”

Heeft Pegida te maken met het aanhoudende geweld tegen asielzoekerscentra?

„Je moet een onderscheid maken tussen de ‘straat-Pegida’, de mensen bij de maandagse marsen, en de ‘Facebook’-Pegida, de mensen achter hun computerscherm. Die laatste groep is jonger, en meer ingesteld op geweld. Radicalisering, dat weten we ook van andere groepen, kan snel gaan op internet. Men gaat elkaar overschreeuwen en dan zijn er mensen die gaan denken: iedereen is het met me eens, maar wie gaat er over tot actie? Laat ik dat maar doen.

„Maar als organisatie, of bij de demonstraties, roept Pegida niet op tot geweld. Overigens moet je bij dat grote aantal aanslagen op asielzoekerscentra wel bedenken dat het aantal makkelijk aan te vallen doelwitten de laatste tijd sterk is toegenomen, door de decentralisering van de opvang van vluchtelingen.”

Klinkt de term ‘avondland’ in de naam van Pegida niet ouderwets en daardoor ongewild enigszins komisch?

„Na de Tweede Wereldoorlog werd het woord in Duitsland eigenlijk alleen nog op een ironische manier gebruikt. De titel klonk erin mee van het altijd slecht begrepen boek van Spengler; Untergang des Abendlandes. Het had iets provocerends om dat woord in deze tijd serieus te gebruiken in de naam van je beweging. Maar het is, misschien mede daarom, enorm aangeslagen. Een reclamebureau had het niet beter kunnen bedenken.

Politiek en pers hebben veel te lang geloofd dat Pegida slechts een lokaal fenomeen was. Maar het staat voor onvrede en woede in heel Duitsland en ook andere landen. Doordat de CDU onder Angela Merkel eigenlijk een sociaal-democratische partij is geworden, zijn de mensen in die partij die zich rechts noemen politiek ontheemd geraakt. Tot de AfD kwam voelden ze zich niet meer vertegenwoordigd.”

Vorig jaar heeft Geert Wilders een Pegida-bijeenkomst toegesproken. Ziet men hem als een voorbeeldfiguur?

„Nee. Zijn toespraak was een beetje een gemiste kans. Toen hij over Israël begon klonk er zelfs boegeroep. Niet uit antisemitisme, maar omdat veel Pegida-aanhangers Israël zien als pion van de Amerikanen in het Midden-Oosten.”

Uzelf bent verweten sympathisant van Pegida te zijn.

„Toen ze in 2014 met hun demonstraties begonnen, kwamen er meteen allerlei mensen en groepen tegen in het geweer, van de burgemeester tot de universiteit en veel studenten. Het klimaat was zo dat je partij moest kiezen, voor of tegen. Kijken wat er achter zat was verdacht, want dat wist men immers al: extreemrechts. Ik ging naar die demonstraties voor mijn onderzoek, maar waar ik mee terugkwam, dat het grotendeels gewone mensen waren, dat wilde men niet horen.

„Toen ik in de media verslag deed en de Pegida-mensen mij hoorden, zeiden ze: die man laat goed zien wie we zijn, dus hij moet wel één van ons zijn. En toen zeiden de Pegida-critici weer: als Pegida vindt dat hij deugt, dat moet hij wel met ze sympathiseren.

„De laatste tijd vragen journalisten me ook vaak wanneer ik toetreed tot de AfD. Maar ik ben al sinds 1993 lid van de CDU. Pas als men dat hoort, accepteert men dat ik neutraal ben. Gek genoeg ben je in dit land pas objectief als je aan een politieke partij bent verbonden.