Verloren. Maar nog steeds trots

IJsland, de verrassing van dit EK, verloor zondag met 5-2 van Frankrijk. Maar ze hebben genoten, zeggen de IJslanders.

Foto Brynjar Gunnarsson/AP

Opgetogen werpt de Franse projectmanager Florent Guillermond (27), uit St. Etienne, beide armen in de lucht. Les Bleus hebben zojuist 4-0 gescoord tegen IJsland en er kan dus niks meer misgaan. Samen met zijn vriendin is hij op vakantie in IJsland en hij viert, op de met vikingen volgepakte Arnarhóll-heuvel, in stilte de bijna-overwinning. „Zo makkelijk hebben we nog nog nooit gewonnen.”

Makkelijk ging het inderdaad. IJsland legde het met 5-2 af tegen de Fransen.

Aanvankelijk kwam de voetbalgekte deze middag wat stroef op gang. Er waren her en der wat plukjes jongeren die Áfram Ísland (hup IJsland) riepen. Er liepen wat jongens met IJsland-shirtjes door het centrum. Twee uur voor de wedstrijd transformeerde het centrum steeds meer in een blauw-rode mensenmassa. En net voor de wedstrijd werd nog even het OEH-lied geoefend. Iedereen was opgewonden. Iedereen was blij. En iedereen had zin in de wedstrijd.

Als eerste aanwezig om drie uur op de Arnarhóll-heuvel was een Duitser: Lothar Kowski (54), afkomstig uit een klein stadje nabij Köln. Hij had de beelden van de feestvierende IJslanders op televisie voorbij zien komen, was geraakt en wist: „Hier wil ik bij zijn. Al die vreugde, ik kreeg er kippenvel van.” De Duitser boekte de eerste de beste vlucht naar Reykjavik, overnachtte in een slaapzaal van het hostel met zestien onbekenden, en nu drinkt hij bier uit een plastictas vol halve literblikken Duitse pils.

Kowski is niet de enige. Overal op de heuvel lurken IJslandse voetbalfans aan flesjes en grote potten bier. Maar dient dat bier een doel: als recept om de dikke nederlaag weg te spoelen? Jóhannes Birgir Gudjardarsson (39), die samen met zijn zoontje van negen en zijn dochter van zeventien naar de heuvel is gekomen, schudt zijn hoofd. „Ik ben blij dat ik dit mee heb kunnen maken. Het is gewoon geweldig om hier met zoveel mensen op deze heuvel te zijn.”

Daar is Gudni Tomasson (40, journalist), tien meter verderop, het heel erg mee eens. Gudni Tomasson: „Het was als een sprookje dit toernooi. Zelfs als we met tien nul verloren hadden was ik nog supertrots geweest.” Tomasson reisde het IJslandse team achterna naar Frankrijk, en had nog nooit zo genoten, zegt hij. „Mensen klampten me aan en zeiden: ‘wow, kom jij uit IJsland, coooool.’ Het voelt gewoon heel goed om eindelijk eens mee te doen met de grote jongens. Het is hartverscheurend.” Die mening deelt ook Adalsteinn Thoraninsson (52, computerprogrammeur): „Dit is het positiefste wat ons in jaren is overkomen.”

Balen ze dan helemaal niet? Doet het verlies niet een beetje pijn? Adalbjörg Oladottir (46): „Als je op IJsland woont moet je wel optimistisch zijn. Er zijn hier vulkanen en aardbevingen, voetbal is wel het laatste waar we ons echt zorgen over maken.”