Socialist was zijn tijd vooruit in Frans migratiedebat

Michel Rocard (1930-2016)

Inspirator regering Hollande werd nooit de opvolger van de door hem geminachte maar ook bewonderde Mitterrand.

Foto Alain Jocard/AFP

In Frankrijk ging vorig jaar geen migratiedebat voorbij zonder dat de naam van de zaterdag op 85-jarige leeftijd overleden ex-premier Michel Rocard viel. „Frankrijk kan niet alle misère verwelkomen”, zei hij in 1989. Vooral FN-politici stelden graag de linkse Rocard in discussies over bootvluchtelingen ten voorbeeld. Zij lieten dan wel meestal de rest van het citaat weg: „Frankrijk moet blijven wat het is, een land voor politiek asiel [...] en niet meer.”

De uitspraak, tegen het licht van veel illegaal verblijf en een al aan de weg timmerend Front National, tekende realist Rocard. Vanaf de jaren 70 probeerde hij de Parti Socialiste te hervormen tot een moderne sociaal-democratische partij die rechtsstatelijkheid en open blik naar de wereld koppelde aan een sociaal gezicht.

Zijn deuxième gauche stond voor minder Jacobijns centralisme, dialoog met de vakbonden en bovenal modernisering van de sociale zekerheid en acceptatie van de markteconomie in een globalisererde wereld. Anders dan veel van zijn generatiegenoten op links was hij nooit communist geweest. Hij werd gezien als representant van de ‘rechtervleugel’ van de partij, de man van ‘parler vrai’: de waarheid spreken, ook als die ideologisch onwelgevallig is.

Die pragmatische lijn bracht hem veelvuldig in botsing met de politiek geslepener François Mitterrand. Toen die in 1981 als eerste socialist in de in 1958 begonnen Vijfde Republiek president werd, begon hij in coalitie met de communisten een beleid van nationalisaties waar Rocard in hun tweestrijd in de jaren 70 aanhoudend voor gewaarschuwd had. Franse media spraken over „bedaarde haat” tussen de twee linkse kopstukken. Rocard zelf schipperde tussen waardering en afkeer van de president: „De diepe minachting die ik voel voor zijn gebrek aan ethiek gaat samen met de totale bewondering die ik heb voor zijn tactische kracht”, zei hij eens. Na de mislukte nationalisatiepolitiek benoemde dezelfde Mitterrand hem in 1988 als premier, om tot 1991 orde op zaken te stellen.

Liefst was de destijds erg populaire Rocard in 1988 zelf president geworden. Hij had zich halfslachtig naar voren geschoven voor als Mitterrand zich niet opnieuw zou kandideren. Het Élysée bleef altijd buiten bereik. Hij was te weinig evenwichtskunstenaar die alle smaken links wist te verenigen. Hij legde het af tegen de revolutionaire, anti-kapitalistische elementen in de partij, bleef kritisch. President François Hollande was een „zoon van Mitterrand”, die „alles wat niet tot snel electoraal gewin leidt onbelangrijk vindt.”

Zijn invloed op regerend links is niettemin groot. Niet alleen de huidige premier Manuel Valls, die zijn politieke carrière onder Rocard begon, ook de ministers van Financiën en Economie, Michel Sapin en Emmanuel Macron, zijn met hun pogingen Frans links te sociaal-democratiseren zijn politieke erfgenamen. Probleem is dat ze opereren in een „geamputeerde partij”, zei Rocard twee weken geleden, in zijn laatste interview in weekblad Le Point. „Frans links is het meest reactionair van Europa”, concludeerde hij. Ondanks al zijn pogingen dat tij te keren.