De eerste dag van Marten en Oopjen

De aankoop heeft heel wat voeten in de aarde gehad, maar nu zijn ze thuis: Marten & Oopje.

Eindelijk waren ze dan te zien: Marten en Oopjen. Om de komst van Rembrandts portretten van het jonge echtpaar te vieren, was het Rijksmuseum zaterdag gratis toegankelijk. Meer dan 12.500 mensen kwamen erop af; gemiddeld trekt het museum zo’n 6.000 bezoekers per dag.

In de passage onder het museum was een blauwe loper uitgerold. Bezoekers werden verwelkomd met een speciaal Marten & Oopjen Magazine (dat ook aan alle Nederlandse basisscholen werd gestuurd) en gratis koffie. Het publiek kwam uit alle hoeken van Nederland.

Theo van Ruiten (53) was om vijf uur al opgestaan om vanuit Assen naar het Rijksmuseum te reizen. Vanaf zeven uur stond hij vooraan in de rij. Waarom? „Vanwege het gevoel om de eerste te zijn en natuurlijk omdat het gratis is.”

Nog voordat minister Jet Bussemaker (Cultuur) de deuren opende, reikte de rij al tot aan het Museumplein. Binnen een kwartier waren er 2.000 mensen binnen die zich meteen naar de Eregalerij begaven waar Marten en Oopjen hangen, naast de Nachtwacht.

De huwelijksportretten die Rembrandt in 1634 schilderde, zullen nog drie maanden in het Rijks te zien zijn. Daarna worden ze gerestaureerd, waarop ze afwisselend te zien zijn in het Louvre in Parijs (Nederland kocht de schilderijen met Frankrijk) en in Amsterdam.