Commentaar

Laat die nieuw flexibele ontslagwet van Asscher nu eerst eens op stoom komen

Kan minister Asschers (Sociale Zaken, PvdA) flexibele ontslagwet alweer bij het oud papier, krap een jaar na invoering? Het lijkt er wel op, gezien de aanhoudende klachten uit de beroepspraktijk, eind vorige week aangevuld met een onderzoek onder kantonrechters. Het blijkt vooralsnog niet makkelijker om vast personeel te ontslaan – driekwart van de kantonrechters zegt ontslagaanvragen nu vaker af te wijzen dan onder het oude recht. Rechters vinden de nieuwe ontslagvergoeding met enige regelmaat niet billijk genoeg. Ontslag op basis van verstoorde verhoudingen zou bovendien onder de nieuwe Wet Werk en Zekerheid juist moeilijker zijn geworden.

Eerder bleek uit een enquête in opdracht van de Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland (VAAN) en Vereniging voor Arbeidsrecht (VvA) al dat het aantal afgewezen ontslagverzoeken juist fors leek te stijgen in plaats van te dalen. Daarmee zou de ‘verstarring’ van de arbeidsmarkt juist verergeren. Van een verbetering van de positie van de flexwerker zou nog weinig terechtkomen. Erger, die zou verder verzwakken omdat werkgevers een uitbreiding van het aantal vaste contracten meer dan ooit willen voorkomen. ‘Vast wordt vaster’, terwijl ‘flex’ niks opschiet.

Minister Asscher benadrukt in zijn reactie aan de Tweede Kamer dat de wet nog niet lang genoeg functioneert om al een goed zicht op alle effecten te kunnen hebben. Met andere woorden – het is nog te vroeg voor de prullenmand, of een grote revisie. Asscher wil tijd tot 2020. Daar is wel wat voor te zeggen, hoewel de minister in het geval van een positief resultaat dit vast en zeker wel meteen als een succes zou hebben geclaimd. Politiek is het dichten van de kloof tussen ‘flex’ en ‘vast’ immers een belangrijk punt. De wet komt voort uit een sociaal akkoord uit 2013 – ook werkgevers en werknemers hebben zich hieraan gecommitteerd.

De wet biedt intussen ook winst. De rechtsgelijkheid is gegroeid: de keuze tussen ontslag via het UWV en de rechter is afgeschaft. Lagere ontslagvergoedingen maken ontslag hoe dan ook goedkoper. Ook de schikkingen zijn lager dan onder de vorige wet. Dat rechters ontslagaanvragen vaker (moeten) afwijzen kan ook komen door onwennigheid. De nieuwe wet stelt andere eisen – de rechter moet strenger toetsen en is dus vrijheid kwijt. En er zijn überhaupt ook minder ontslagaanvragen: de aantrekkende economie zorgt voor een eigen dynamiek. Ook is denkbaar dat het aantal schikkingen onder druk van de wet toeneemt, al dan niet tijdelijk. Door de zogeheten ‘schaduwwerking’ van het recht heeft iedere (nieuwe) wet secundaire maatschappelijke effecten die pas na enige tijd duidelijk worden. Liever even pas op de plaats dus.