Janine Jansen glorieert op haar afscheidsfeestje

Kán het überhaupt leuk zijn, zo’n collectief meezinglied –gruwel van pasgehuwden en jubilarissen? Toch wel, bleek gisteren in de uitverkochte grote zaal van Vredenburg.

ANP foto/ Rick Nederstigt

Kán het überhaupt leuk zijn, zo’n collectief meezinglied –gruwel van pasgehuwden en jubilarissen? Toch wel, bleek gisteren in de uitverkochte grote zaal van Vredenburg.

1700 kamermuziekliefhebbers brachten op de wijs van Bach/Gounods Ave Maria een ,,Lieve Janine” Jansen een ingetogen afscheidsserenade na dertien edities als artistiek leidster van het Internationaal Kamermuziekfestival Utrecht.

Muzikale kat- en muisspelletjes
Zo besloot het slotconcert in melancholiek majeur, mét een zilveren penning van de stad en een toezegging van locoburgemeester/cultuurwethouder Kees Diepeveen „op zoek te gaan naar een manier” om het festival ook onder Jansens opvolgster, de celliste Harriet Krijgh (23), de komende jaren te ondersteunen.

Het slotconcert was het enige waarop Harriet Krijgh zelf te beluisteren was, mét Jansen, in Mendelssohns Octet. Maar voor het signaleren van verschillen of overeenkomsten in temperament was de interactie te kort en het moment ongeschikt.

Dit was duidelijk het afscheidsfeestje van Jansen, niet het welkomstfeestje van Krijgh. En Jansen zelf glorieerde, vooral in de interactie met violist Julian Rachlin, met wie ze in Bartoks Contrasten én Sjostakovitsj Zevende strijkkwartet spannend grenzen opzocht en – typerende - muzikale kat- en muisspelletjes speelde.

Diamanten toon
Ook zaterdag bleek de chemie tussen de grootste musici in de meest intieme muziek de kracht waar het Internationaal Kamermuziekfestival Utrecht op drijft. Een half uur nadat tenor Ian Bostridge de laatste zin van Schuberts Winterreise met een huiveringwekkende uithaal de grote zaal van TivoliVredenburg in had geslingerd, begonnen onder andere klarinettist Martin Fröst en Janine Jansen aan een bezielde Quatuor pour la fin du temps van Messiaen. Bostridge zong Winterreise al ruim honderd keer, schreef er een lijvig en aanbevelenswaardig boek over maar ging daardoor ook op de maniëristische tour. Elke lettergreep kreeg een eigen dynamiek, romantiek werd vaak ironisch en gedistantieerd. De bevlogen, dienstbare uitvoering van Messiaens Quatuor pour la fin du temps die er zo kort op volgde, maakte duidelijk dat voor de spontaniteit van een gelegenheidsensemble soms ook veel te zeggen is. Soepel, jazzy samenspel stond in fraai contrast met de klarinetsolo van de fenomenale Fröst, die de grens tussen stilte en klank tot het ongelooflijke oprekte. Jansen, opgetild door de ronkende pianoakkoorden van Itamar Golan, liet met haar diamanten toon de hemel zachtjes meetrillen. Die klank gaat na haar vertrek zeer gemist worden.