Opinie

Ja, Dutchbatters hebben geleden, maar deden niets

Twaalf ex-Dutchbatters gaan om de ‘onmogelijke missie’ van Srebrenica naar de rechter. Begrijpelijk, schrijft Selma Leydesdorff, maar de echte slachtoffers zijn de Bosniërs.

Bosnische vrouwen bezoeken in 2009 een verlaten cultureel centrum in Pilica. Hier werden in 1995 tientallen moslims, mannen en jongens, geëxecuteerd door Servische militairen. Foto Reuters/ Damir Sagolj

Elk jaar wordt op 11 juli de val van de enclave Srebrenica herdacht. Ik stond meerdere malen tussen de duizenden rouwenden op de begraafplaats in Poticari, waar Dutchbat destijds gelegerd was, en luisterde naar de prachtige muziek van Djelo Jusic (Srebrenica Inferno) waarbij een kind zingt:

Moeder, ik droom nog steeds over je zusje/ Broertje iedere nacht droom ik over je/ Je bent er niet/ Waar ik ook ga zie ik je/ Moeder, vader waarom zijn jullie er niet?

Nog steeds zijn niet alle lichamen geïdentificeerd en geborgen. In Srebrenica zijn niet alleen mannen vermoord, ook vrouwen en kinderen, en er is ook verkracht en geplunderd. Ik heb twee getuigenissen van verkrachting door soldaten. Het Nederlandse leger zag toe, kon niets doen en sommigen lijden onder de machteloosheid. Twaalf Dutchbatters gaan nu naar de rechter om de Nederlandse staat aansprakelijk te stellen voor een „onmogelijke missie”.

Zij hebben alle redenen om woedend te zijn omdat zij collateral damage werden van een missie die slecht werd geleid en die geen kans van slagen had. Veel van de Dutchbatters hebben psychische problemen gekregen en ze zagen geen kans weer een ‘gewoon’ bestaan te krijgen. Dat is vreselijk en het verdient onze compassie.

Vanaf de feestelijke zuippartij in 1995 in Zagreb waarbij de ‘goede afloop’ van de missie in een ontlading werd gevierd, heeft een groep van wetenschappers en oud-politici eindeloos de vraag uitgebeend wie in Srebrenica wat en waar deed in een falende bevelstructuur. De schuldvraag wordt angstvallig ontweken, terwijl er natuurlijk verantwoordelijken zijn.

Ook het NIOD, het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, gaf in 2002 geen antwoord in het Srebrenicarapport van dikke boekdelen. Tegenover de ‘ontwijkers’ van de schuldvraag stonden van meet af de ‘aanklagers’ die Nederland verantwoordelijk stelden voor militair falen. Daar doorheen speelde dat de echte slachtoffers – Bosnische overlevenden die hun familie verloren – vroegen om compensatie. De Nederlandse staat was bang voor de financiële claims van die kant. In de tijd waarin ik de ‘Vrouwen van Srebrenica’ voor onderzoek interviewde, werd dat herhaaldelijk door leden van de regering en ambtenaren gezegd. Erger was dat al die jaren de weduwen en hun kinderen in de grootst mogelijke armoede leefden en leven. Geld dat kennelijk bedoeld is voor projecten, komt niet ter plaatse aan. En een excuus van de kant van Nederland is ver weg. Heel lang is volgehouden dat het allemaal goed was gegaan; later kregen de bondgenoten de schuld en nu na twintig jaar zijn we ver weg van de overwinningsroes. De minister van Defensie heeft erkend dat het om een onmogelijke missie ging. Overigens is er in het buitenland, waar ik veel lezingen over Srebrenica houd, niemand meer die twijfelt aan het falen van Nederland.

Terecht klagen de oud-militairen over hoe hun klachten zijn genegeerd. Zij eisen compensatie, maar iedereen die zich op het terrein van transitional justice begeeft, weet dat die eis gaat over erkenning van wat er gebeurd is en openheid daarover. Ook de 6.000 vrouwen die compensatie eisten, ging het vooral om de erkenning dat er iets grondig mis was, maar zij troffen in juridische procedures een dichte deur. Zij voelen zich afgewezen en niet als mens behandeld.

Ik heb door de jaren het lijden van een aantal Dutchbatters gezien, maar ik heb ook gezien dat zij niet bezig zijn met het feit dat ze niets deden toen Bosniërs werden afgeslacht en een aantal van hen meededen met geweld. Daarin werd niet afgeweken van andere ‘vredesmissies’. Terwijl ik het lijden van een groot aantal militairen erken, zou ik graag zien dat hun gang naar de rechter leidt tot meer dan recht voor henzelf. Het zou moeten leiden tot een open debat, en dan niet geleid door mensen die hebben bijgedragen aan het ontwijken van de schuldvraag.

Op 11 juli zal ik aan de rouwenden denken, aan de mensenzee die geliefden begraaft.