Ingvartsen bevrijdt het naakte lichaam

PERE FAURA - Sin baile no hay paraíso Tatania Halbach

Welbewust legde Stadsschouwburgdirecteur Melle Daamen in zijn openingsspeech een gekunstelde link tussen de gevolgen van klimaatverandering en de onberekenbaarheid van de voorstellingen in Julidans. Donderdag ging het Amsterdamse festival voor internationale hedendaagse dans van start, en wisselvallig als het huidige weer was het aanbod tot nu toe inderdaad.

69 positions
De hoogtepunten waren ‘verstopt’ op de kleinere podia. Meest opmerkelijk was wel de solo 69 positions van de Deense Mette Ingvartsen; een lezing-performance over de presentatie van het naakte lichaam in de (performatieve) kunst. In de jaren zestig als het seksueel bevrijde lichaam, later als inzet voor maatschappelijk protest, daarna als drager van transformerende identiteiten.

Onbekommerd naakt beweegt Ingvartsen zich tussen het publiek in de kleine Studio 2 van de Stadsschouwburg. Zij ‘reconstrueert’ beroemde happenings en eerdere eigen voorstellingen over seksualiteit, waarbij ze het publiek betrekt, soms zéér nauw, wonderlijk genoeg zonder dat het bedreigend of irritant wordt. Hilarisch is het orgasmekoor dat vier bezoekers aanheffen, secuur het voorbeeld in hun oortelefoons volgend. Op bewonderenswaardige wijze bevrijdt Ingvartsen het (haar) naakte lichaam van zijn beladenheid in een publieke ruimte.

haarscherpe en neurotische fastforwardbewegingen
Innemend, maar op een heel andere manier, is Pere Faura. In No dance, no paradise toont de Catalaan vier iconische dansen uit zijn eigen danshistorie door ze te beschrijven, te dansen en te herinterpreteren. Zo analyseert hij de bijkans debiliserende explicietheid van de beroemde scène uit Singing in the Rain, waarin Gene Kelly in de regen zingt en danst, terwijl hij zingt dat hij in de regen zingt en danst. En stelt hij bij John Travolta’s beroemde dansbewegingen in Saturday Night Fever vragen bij het auteurschap daarvan. Faura’s persoonlijkheid, de bekendheid van zijn ‘studieobjecten’ (ook de stervende zwaan ontbreekt niet) en de heldere opbouw maken zijn solo sterk en toegankelijk.

De grote-zaalvoorstellingen brachten geen grote vreugde. Waren er, zoals een paar jaar geleden, ‘love it’- en ‘hate it’-buttons geweest, dan waren de laatste na FOG van de Portugees Luís Guerra waarschijnlijk uitverkocht, ondanks de esthetische beelden van flitsende, haarscherpe en neurotische fastforwardbewegingen door vier dansers. Teleurstellend was ook de openingsvoorstelling van Christian Rizzo. In Le syndrome ian smeedt hij een eenheid van twee tegengestelde dansstijlen, disco en new wave clubdans, maar hoewel dit de stijlen zijn die zijn dansliefde deden opbloeien, ontbreekt spanning en noodzaak.

Wisselvallig dus, en de zon moet nog doorbreken op Julidans.