In halve finales staat toch weer de gevestigde orde

EK voetbal Ondanks alle verrassingen eerder in het toernooi zitten de twee duurste spelers, het gastland en de wereldkampioen bij laatste vier.

Toen de IJslandse schrijver Dagur Hjartason vorige week berichtte over de roots van IJslandse spelers, stond de voetbalwereld versteld. Zeven spelers van IJsland zijn boer? Het stond er echt. „Spits Kolbeinn Sigthorsson geeft les in dit verlaten dorp”, schreef hij boven een foto van tien huizen aan zee. Boven een foto van een ondergesneeuwd tankstation: „Spits Bödvarsson werkt hier in de winter, maar speelt zomers voetbal.”

Tot zover klinkt dit misschien geloofwaardig. Van een dorpstandarts als bondscoach naar een voetballer als parttime pompbediende lijkt een kleine stap. Maar het is satire. Bedoeld om de draak te steken met degenen die geloofden dat de krachttoer van IJsland door een stel semiprofs tot stand was gebracht.

Dit EK kon dat. Omdat zich dit toernooi steeds ontwikkelingen voordoen die de kijker op het verkeerde been zetten. Net als je denkt dat België fluitend de halve finale gaat bereiken, wordt de ploeg overrompeld door een land dat nooit eerder deelnam aan een EK: Wales. Waarvan alle drie de doelpuntenmakers in Engeland zijn geboren en alleen voor Wales mogen spelen doordat hun opa of oma er vandaan komt.

Hooguit Gareth Bale, de duurste speler ter wereld, zou een beslissende rol kunnen spelen tegen de gouden generatie Belgen, was de verwachting. Maar het waren juist zijn onbekende medespelers. Voetballers die in Engeland op het tweede niveau spelen. Aanvaller Hal Robson-Kanu wekte met zijn schijnbeweging en wereldgoal de indruk van een ster, maar zoekt voor komend seizoen nog altijd een club. Welshmen zijn zelfs zo onbekend met grote toernooien dat media er handleidingen hebben geschreven om het volkslied (Hen Wlad Fy Nhadau) mee te zingen.

Veel is niet wat het lijkt. Duitsland miste sinds 1982 geen strafschop in een penaltyserie, maar in de gewonnen kwartfinale tegen Italië gingen er drie mis. En uitgerekend de nemer van de beslissende strafschop is helemaal geen doorgewinterde prof: de 25-jarige Jonas Hector speelde tot twee jaar geleden nog op het vierde niveau. Evenals de helden van Wales bewees hij dat een opleiding op een prestigieuze voetbalacademie geen pre is om uit te blinken op dit EK.

Alle surprises ten spijt, uiteindelijk gaat een van de twee halve finales toch ‘gewoon’ tussen de twee duurste spelers ter wereld (Bale versus het Portugal van Cristiano Ronaldo). En de andere tussen gastland Frankrijk en wereldkampioen Duitsland.

De gevestigde orde laat zich niet zomaar van de troon stoten. Zelfs de mythische opmars van het kleine IJsland kon daarin geen verandering brengen.