Hij wilde liever schrijven en dat bleef hij ook doen

De zaterdag overleden Elie Wiesel kreeg in 1986 de Nobelprijs voor de Vrede. Maar hij is vooral bekend als getuige van de Holocaust.

Elie Wiesel Foto Bebeto Matthews/AP

Als er iemand iets van de mens in al zijn facetten begreep, dan was het Elie Wiesel, de Amerikaans-Joodse schrijver die zaterdag op 87-jarige leeftijd overleed. Als enige van zijn familie overleefde hij de Holocaust. De rest van zijn leven zou hij van die verschrikkelijke ervaring getuigen, als schrijver, als hoogleraar menswetenschappen in Boston en, van 1978 tot 1986, als hoofd van de Amerikaanse Presidentiële Commissie voor de Holocaust. Voor zijn werk kreeg hij in 1986 de Nobelprijs voor de Vrede.

Wiesel werd geboren in het Roemeense Sighet als zoon van een orthodox-Joodse kruidenier van Hongaarse afkomst. De stad werd in 1940 geannexeerd door Hongarije. Vier jaar later werden de Hongaarse joden door de nazi’s naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Zijn moeder en jongste zus verdwenen in de gaskamers; hij en zijn vader werden naar het aangrenzende werkkamp Auschwitz III Monowitz gestuurd. In januari 1945, moesten vader en zoon op dodenmars naar Buchenwald, waar Elies vader overleed na mishandeling door de SS. Samen met twee oudere zussen overleefde Wiesel de oorlog.

Na de Tweede Wereldoorlog belandde Wiesel in een Frans weeshuis. In 1948 studeerde hij aan de Sorbonne in Parijs, waarna hij voor Franse en Israëlische kranten begon te schrijven.

Als journalist bij het Franse dagblad L'arche kwam hij in contact met Nobelprijswinnaar François Mauriac, die hem aanmoedigde zijn Holocaust-ervaringen op te schrijven. Het leidde in 1956 tot zijn eerste roman, in het Jiddisj, Un di velt hot geshvign (En de wereld zweeg). Twee jaar later volgde de bewerkte versie ervan in het Frans onder de titel La nuit (Nacht). Van de Engelse vertaling, die in 1960 verscheen, zouden uiteindelijk meer dan zes miljoen exemplaren worden verkocht.

Wiesel schreef in totaal 57 boeken. Daarin gaat het bijna altijd over de Joodse traditie en cultuur in wisselwerking met het heden.

Bijna president

In 1963 werd Wiesel genaturaliseerd tot Amerikaans staatsburger. Als voorzitter van de Presidentiële Commissie voor de Holocaust gaf hij leiding aan de bouw van het United States Holocaust Memorial Museum in Washington.

Als voorzitter van een officiële Roemeense commissie, die tussen 2002 en 2005 onderzoek deed naar de betrokkenheid van Roemenië bij de moord op de Joden, openbaarde Wiesel in 2005 dat er onder het Roemeense regime, dat fanatiek met de nazi’s collaboreerde, 500.000 Joden en Roma waren vermoord.

Een informeel aanbod in 2006 om president van Israël te worden sloeg Wiesel af. Hij wilde liever schrijven, wat hij tot aan zijn dood heeft gedaan.