Recensie

Het bier dat ik voor mijn vader en mij besteld had, zakte in, net als het melkschuim op de cappuccino’s van Branda en mijn moeder, maar ik kon me niet losmaken van het gesprek dat aan de bar gevoerd werd.

Het ging om twee gezagvoerders, een Maleisische die vanmiddag naar Kuala Lumpur zou vliegen, en een Engelse van British Airways. In het begin, toen mijn bier getapt werd, hadden ze gedempt en half verstaanbaar gesproken, maar inmiddels lieten ze alle omzichtigheid varen.

‘Kom nou, Yau,’ riep de Brit uit. ‘Er is daar een oorlog gaande. Sinds ze daar begonnen zijn heli’s en ander militair spul uit de lucht te schieten, vliegen wij een blokje om.’ ‘Ik ga daar niet over, Barry,’ zei Yau kalm. En Barry: ‘Jij bent de eerste piloot. Jij beslist over de te volgen route.’ Het was alsof de strepen op de mouwen van de Maleisiër plotseling van kleur verschoten, als na een ongelukkig gedraaide was. Hij zei: ‘Omvliegen kost meer brandstof, en dat maakt de vlucht duurder. Alternatieven genoeg, maar ik word er lelijk op aangekeken.’

‘Ik denk aan de veiligheid van mijn passagiers,’ zei de Brit. En Yau: ‘Grootspraak. Het gaat om geld.’

‘Je ouders willen naar hun gate,’ klonk opeens Branda’s stem achter me. Het verwijt in haar ogen had niets met mijn getreuzel aan de bar te maken, alles met Gaza. Ik reikte haar het dienblad aan, na er eerst mijn glas afgenomen te hebben. ‘Neem maar vast mee.’

‘... Kuala Lumpur, Barry, daar krijg je niets los over het luchtruim in Europa. Ik heb nog niet zo lang geleden navraag gedaan bij de afdeling Vliegveiligheid van Malaysia Airways. Heerlijke vrouwen heb je daar. Alleen al hoe ze ruiken: een en al geruststelling. Ik onthield in ieder geval dat ze in nauw contact stonden met de AIVD... de geheime dienst van Nederland. Die had geen negatief reisadvies over Oost-Oekraïne doen uitgaan.’

‘En jij vertrouwt daarop,’ zei Barry misprijzend. ‘Inlichtingendiensten die hun informatie over oorlogsgebieden delen met luchtvaartmaatschappijen... het lijkt logisch, maar forget it. Als ze een chauvinistische dag hebben, spelen ze hun informatie misschien door naar de eigen grootste maatschappij, zoals bij ons British Airways. Vandaar dat we nu omvliegen via Odessa en de Zwarte Zee. Ze zullen zeker de KLM of Malaysia Airlines niet inlichten.’

‘Het is net,’ zei Yau, ‘of ik terug naar de vliegschool moet. Als je de militaire inlichtingendiensten niet eens meer kunt vertrouwen...’ En Barry: ‘Geheime diensten zijn geheim, en dat willen ze graag zo houden. In jouw geval, Yau, is het Malaysia Airlines die met een piekfijne risicoanalyse zou moeten komen. Als ik jou was, zou ik daar even aan een vrij tafeltje gaan zitten, en mijn vluchtplan bijstellen. Ik wil je er met alle plezier bij helpen.’

‘Te laat.’ De Maleisische gezagvoerder schudde mismoedig het hoofd. ‘Ik moet naar de kite. En dan nog... nieuw vluchtplan naar Kuala Lumpur doorbellen, en te horen krijgen dat ze wel even een vervanger regelen voor achter de knuppel? No way. Ik heb ook mijn trots. En trouwens, Barry, we mogen er toch van uitgaan dat Kiev de risico’s goed heeft afgewogen. Het is hun luchtruim.’ En de Brit: ‘Drie weken terug, nadat er boven dat piratennest wat militair schroot was neergehaald, sloot Kiev daar het ruim tot 26.000 voet. Drie dagen geleden plukte dat tuig met een raket een Antonov-26 uit de lucht. Er vielen doden bij. Nu mogen lijndiensten daar niet lager meer dan 32.000. Een kleine tien kilometer.’ ‘Ik ga ze om 35.000 voet vragen,’ zei Yau grimmig. En Barry: ‘Ze zullen hooguit tot 33.000 gaan. Daarboven wordt de kans groter dat de luchtdruk wegvalt, en de gele varkenssnoetjes uit het plafond vallen... hoera, het is kermis. De kite moet dan als de bliksem lager gaan vliegen.’

‘Als dat op 33.000 voet gebeurt,’ zei Yau somber, ‘heb ik maar 1.000 speling, want ik mag niet beneden de 32.000.’ ‘Besef je nou eindelijk, Yau, wat voor eng spelletje er met je gespeeld wordt? Je vliegt hoog en frank en vrij boven de wolken, maar in feite zit je muurvast met je kist.’ ‘Natan, je ouders zitten op hete kolen.’ De warme hand van Branda op mijn schouder. ‘Ze willen naar hun G3.’

Ik volgde Branda naar onze tafel. Van sommige gesprekken zou je wensen dat je ze niet had afgeluisterd. Toen ze me zagen, stonden mijn vader en moeder van hun stoel op. Mijn brein had hoge koorts, maar ik kon de woorden niet vinden om ze tegen te houden. Ze hingen de tassen met hun handbagage al over de schouder. Iets bedenken, een rotstreek desnoods, om ze hun vlucht te laten missen, en vervolgens de tijd nemen om het gesprek van de gezagvoerders voor ze te reconstrueren, zodat ze van de hele reis af zouden zien. Ze waren het detectiepoortje van de douane nog niet door.