Column

Geen kwaad woord over haar mevrouw

Corrie’s haar is blond geverfd en door de kapster-aan-huis in een bob geknipt, met in de nek wat losse plukken die bij elkaar gehouden worden door een zwart fluwelen lint. „Vind je het mooi?”, vraagt Corrie als ze de voordeur opendoet.

Op de vloer van haar rijtjeshuis ligt parket en aan de schoorsteenmantel boven de elektrische open haard hangt een klok in een kast van mahoniehout. Op de bank liggen zijden kussens in verschillende tinten wit en grijs. In de vensterbank: foto’s van de kleinkinderen in glanzend gepoetste zilveren lijstjes. Corrie heeft appeltaart gebakken en vraagt of ik er slagroom op wil. Ze pakt de spuitbus uit de koelkast en roept naar haar man die in de tuin een sigaret staat te roken. „Cor! Cor! Haal jij nog even snel een pak melk. Ik ben de melk vergeten.”

Haar handen trillen als ze in de met grof linnen beklede stoel tegenover me is gaan zitten. Ze is niet gewend om over zichzelf te praten en ze wil geen kwaad woord over haar mevrouwen spreken. Ze zijn goed voor haar geweest, de een nog beter dan de ander. „Alles wat je hier ziet, heb ik van hen gekregen. Als zij een nieuw interieur namen, mocht ik kiezen wat ik van de oude spullen wilde meenemen. Kleren kreeg ik ook van ze. Blouses, wollen rokken, vaak maar één keer gedragen.”

‘Een hoop van die rommel verkocht ik dan weer”, zegt haar man, die terug is met de melk. Corrie bijt op haar onderlip. „Zeg dat nou niet, Cor.” Van haar veertiende tot haar vijfenzestigste is ze schoonmaakster geweest, in de mooiste en grootste huizen van het Gooi. Sinds een paar maanden heeft ze AOW en nu hoeft het niet meer. „Ik heb krom gelegen”, zegt ze. „Ik moest wel, want Cor heeft nooit gewerkt.”

„Waar slaat dat nou op”, zegt hij. „Ik zat in de bouw.”

„Tot je overspannen werd.”

Haar man mompelt wat en pakt de afstandsbediening van de televisie. „Hij moest worden opgenomen”, zegt Corrie op fluistertoon tegen mij.

„Hou je nou op?”, zegt haar man.

„’s Avonds ging ik kantoren schoonmaken” zegt ze. „De kinderen bracht ik naar de buren. Als ik daaraan terugdenk…”

„Moet je niet doen”, zegt haar man. „Ze zijn goed terechtgekomen.”

„Dat is waar”, zegt Corrie. „Onze dochter heeft op de eh… Hoe heet dat, Cor, waar Sandra op heeft gezeten?”

„De hogeschool.”

„De hogeschool.” Corrie knikt en vraagt of ik nog een keer koffie wil.

Wordt vervolgd.