Commentaar

Erfgoed is geen molensteen

Menig mens identificeert zijn omgeving met een monument. Wie leeft in de schaduw van een gebouw of een standbeeld, kent het zo goed dat het deel van het eigen leven wordt. Zo’n monument krijgt niet voor niets vaak een koosnaam – men houdt ervan. Of denk aan het furieuze verzet tegen het sluiten van de ‘onderdoorgang’ onder het Amsterdamse Rijksmuseum – dat draaide niet om bezwaar tegen een halve minuut omfietsen, maar om de liefde voor een historisch tunneltje.

Het was dan ook niet zo vreemd dat, in 2012, het Rijk de verantwoordelijkheid voor zulk erfgoed, 62.000 rijksmonumenten groot, bij de provincies legde. De Haagse bestuurder kent het historische en landschappelijke belang van de Utrechtse Dom. Maar dat die Dom meer betekent, weten de Utrechtse provinciebestuurders uit persoonlijke ervaring, dus die zullen er allicht beter voor zorgen, directer, langs kortere lijnen.

De provincies hoefden niet te bloeden voor de eer. Jaarlijks ontvangen ze samen twintig miljoen euro van het Rijk, voor regulier onderhoud. Dat dit bedrag niet bedoeld kon zijn voor groot onderhoud, wisten alle betrokkenen. Maar dat was iets van later zorg.

En nu klopt later zorg dan aan de deur. Meer dan vijftien monumenten behoeven op korte termijn grootscheepse restauratie, willen ze niet vervallen tot de ruïnes van de toekomst. Op de urgentielijst staan middeleeuwse gebouwen als de Grote Kerk van Breda die het mausoleum van de koninklijke familie huisvest, de Bossche St. Jan met zijn luchtboogbeelden, maar ook gezichtsbepalers als Meelfabriek De Vrede aan het Noordzeekanaal en het Amsterdamse Centraal Station van Cuypers.

Weldoeners worden aangesproken en monumenten nadrukkelijker uitgebaat. Dat helpt, maar genoeg zal het nooit opbrengen.

De provincies verzoeken het Rijk nu om extra bijdragen. Maar daar heeft men de overdracht van het erfgoed opgevat als een bezuiniging. Als er al een bedrag wordt vrijgemaakt dan zal dat minimaal zijn, verder moeten de provincies het zelf maar uitzoeken.

Wat gaan we doen? De Dom van Utrecht afbreken? Paleis Soestdijk laten instorten? Natuurlijk niet. Geen bestuur, Rijks- noch provinciaal, kan dat op zijn geweten laden. Ze moeten dit samen oplossen.

Als Nederland steggelt met erfgoed, dan steggelt het met zichzelf. Met de eigen geschiedenis, met het (stads-)landschap en met culturele en emotionele waarden. Erfgoed verdient beter dan te worden behandeld als een molensteen die om andermans nek wordt gehangen.