Erdogan is vooral bezig zijn hachje te redden

Opinie Excuses aan Poetin, toenadering tot Israël: de Turkse president stelt de economische belangen van het land veilig – en daarmee vermoedelijk ook zijn eigen herverkiezing.

Ruben L. Oppenheimer

Is het excuus van Erdogan aan Poetin over het neerhalen van een Russisch gevechtsvliegtuig een signaal dat de Turkse president wakker wordt uit zijn megalomane droom? Nee, deze knieval past, net als Erdogans’ recente toenadering tot Israël, in zijn strategie om de teruglopende economie vlot te trekken; zijn enige redding.

Erdogans verontschuldiging is geaccepteerd door Poetin, waarmee een nieuwe fase aanbreekt in de relatie met Rusland. Goed voor de Turkse economie, met name voor de toerismesector (dat het aantal Russische toeristen sinds het incident met 91 procent zag dalen).

Maar het betekent ook gezichtsverlies voor de zelfbenoemde wereldleider Erdogan, die tot vorige maand volhield dat Rusland excuses moet aanbieden nadat de Russische straaljager 17 seconden het Turkse luchtruim schond.

Een normalisatie van de relatie tussen Turkije en Rusland was door analisten al voorspeld omdat handelsboycotten voor beide landen economisch niet zijn te handhaven. Het is Poetin nu gelukt Erdogan op zijn knieën te krijgen. De volgende eis van Rusland aan Turkije zijn koerswijzingen in Syrië en Irak. Ook die zullen plaatsvinden. Want Erdogan heeft geen uitweg. Zijn droom om een sunnitische hegemonie op te zetten in de driehoek Aleppo, Gaza en Caïro is sowieso – nu Assad lijkt te blijven zitten – als een papieren paleis in elkaar gevallen.

Zijn recente knieval naar Israël is zo mogelijk nog opvallender en goed voor Turkije, zo constateerden ook NRC-correspondenten Marloes de Koning en Derk Walters in deze krant (Turks-Israëlische verzoening baat beide, 28 juni). Deze kwam nadat de Israëlische regering deze week bekendmaakte dat aan de slachtoffers van de flotillacrisis in 2010 (waarbij tien Turkse burgers omkwamen door een aanval van Israëlisch soldaten) een schadevergoeding van 21 miljoen dollar wordt toegekend. Turkije ziet af van de vervolging van de Israëlische soldaten die de aanval hebben uitgevoerd. Ook de blokkade van de Gazastrook wordt niet opgeheven, ondanks dat Erdogan dit jarenlang als voorwaarde stelde voor het verbeteren van de betrekkingen met Israël.

Hij begint te beseffen dat Turkije geen supermacht is

Vóór deze toezegging haalde islamist Erdogan bijna dagelijks uit naar Israël, noemde hij het land ‘een terroristische staat’ en zei hij dat er nooit verzoening met Israël zal plaatsvinden zolang hij aan de macht is. Recent zei Erdogan opeens iets totaal anders: „We hebben Israël nodig, maar Israël heeft ook Turkije nodig.” Woordvoerder Hüseyin Çelik van de AKP volgt hem daarin en zei onlangs: „De staat Israël is de vriend van Turkije”.

De vraag is: heeft Turkije Israël werkelijk nodig of is het Erdogan en zijn entourage te doen om het handhaven van de eigen macht? Het moet het tweede zijn.

Om de relatie met het Westen – en vooral met de VS – te herstellen heeft hij Israëls invloed hard nodig. Erdogan maakt zich immers grote zorgen over de corruptiezaak die in de VS loopt omtrent zijn voormalige ministers. Na vragen van de oppositiepartij CHP bleek enkele maanden geleden dat Erdogan 65 miljoen dollar heeft betaald aan Joodse lobbyisten in de VS om de relatie met Israël te herstellen.

Erdogan lijkt dus langzamerhand te beseffen dat hij het niet alleen voor het zeggen heeft en dat Turkije geen supermacht is, maar een tamelijk kwetsbare, open economie. Zijn populistische retoriek heeft hem thuis in Turkije stevig in het zadel geholpen, maar in het buitenland heeft hij door zijn machogedrag en contraproductieve houding nauwelijks vrienden meer. Dat raakt de Turkse economie en het toerisme. En hoe. Vóór het neerhalen van het Russische gevechtsvliegtuig stond Rusland in de toptien van handelspartners van Turkije. Nu is er bijna geen economische relatie.

Ook de EU moet hij te vriend houden. De Turkse economie is voor 49 procent (Turks Statistiekbureau) afhankelijk van export aan EU-landen. Ook de Europese vakantietoerist is belangrijk voor het land. Het Turkse ministerie van Cultuur en Toerisme becijferde (april 2016) dat 55 procent van de toeristen die Turkije als vakantiebestemming kiezen uit EU-landen komen, waarvan 14 procent uit Duitsland.

De koerswijziging van Erdogan lijkt dus vooral ingegeven door de harde cijfers van de economie. Hij weet dondersgoed dat als er een economische crisis komt, hem dat duur zal komen te staan. De AKP zal de meerderheid bij de eerstkomende verkiezingen dan zo goed als zeker verliezen. Daarom haalt hij nu alles uit de kast – ja, zelfs verontschuldigen – om de relaties te herstellen. Met deze herpositionering van Turkije, zo redeneert Erdogan, zal de economie weer gaan bloeien, waardoor hij door kan gaan met zijn plannen voor een presidentieel systeem en Turkije met keiharde hand kan besturen.

Mehmet Cerit is hoofdredacteur van Zaman Vandaag, een weekkrant voor Turkse Nederlanders.