EC: PSV kreeg geen verboden staatssteun

De verkoop van de grond onder het stadion en het trainingscomplex voor 48 miljoen euro aan de gemeente is marktconform, stelt de Commissie.

PSV traint op de Herdgang. Foto Marcel van Hoorn/ANP

De omstreden gronddeal die de gemeente Eindhoven in 2011 sloot met PSV is geen verboden staatssteun. Dat maakte de Europese Commissie maandagmiddag bekend na een driejarig onderzoek.

PSV verkocht de grond onder het stadion en het trainingscomplex De Herdgang voor ruim 48 miljoen euro aan de gemeente. De club betaalt jaarlijks een erfpachtsom van 2,4 miljoen euro – de gemeente betaalt de club op haar beurt jaarlijks 2,1 miljoen euro voor rente over de lening voor de grondkoop. De gemeente verdient zo jaarlijks ongeveer 300.000 euro aan de constructie. Door de deal werd PSV – landskampioen in de afgelopen twee seizoenen – in juni 2011 gered van de ondergang.

De gesloten deal is marktconform, stelt de Commissie in een persbericht. In haar beoordeling is rekening gehouden met een onafhankelijke extern taxatierapport van de grondwaarde, dat de basis van de transactie vormde. De uitkomst van het onderzoek is verrassend: in 2013 schreef de Commissie in een voorlopig oordeel dat er sprake leek van staatssteun.

Meer vrijspraken

Ook vier andere gevallen van overheidsfinanciering in het Nederlandse profvoetbal worden niet bestraft. Via verschillende constructies gaven de gemeenten Nijmegen (NEC), Tilburg (Willem II), Den Bosch (FC Den Bosch) en Maastricht (MVV) hun profclubs voordelen van in totaal enkele miljoenen euro’s.

De Commissie stelt dat de steun in overeenstemming is met de EU-staatssteunregels. Uit het onderzoek is gebleken dat er een “realistisch herstructureringsplan is geïmplementeerd” door de clubs. De clubs hebben bijgedragen aan maatregelen die de “verstoring” van een gelijke competitie door publieke financiering moesten beperken – zoals het verminderen van het aantal werknemers, het aantal spelers en de spelerssalarissen.

Spaanse clubs wel beboet

Maandag kregen zeven Spaanse voetbalclubs wel te horen dat zij ongeoorloofd staatssteun hebben ontvangen. Het bedrag dat Valencia moet terugbetalen is met 20,4 miljoen euro het hoogst. Een publieke kredietverstrekker had zeer gunstige rentes gerekend op het moment dat de club in financiële nood verkeerde.

Real Madrid moet 18,4 miljoen euro terugbetalen, nadat het stadsbestuur de club te veel had betaald voor een stuk grond. Om diezelfde reden moeten Hercules en Elche respectievelijk 6,1 en 3,7 miljoen euro terugbetalen. Vier andere clubs, waaronder FC Barcelona en Athletic Bilbao, profiteerden van een lager belastingtarief. Zij moeten tot vijf miljoen euro terugbetalen.