Recensie

Dictator, laat je zien!

De slavenstad van Atelier van Lieshout, nu te zien in De Pont, maakt een steriele, afstandelijke indruk. Dat zou anders zijn als Joep van Lieshout nu eens uit de kast komt als de artistieke dictator die hij is.

Eigenlijk is het een raadsel dat Atelier (Joep) van Lieshout niet wereldwijd wordt erkend als een groot kunstenaar. Alle voorwaarden zijn aanwezig: Van Lieshouts oeuvre is ambitieus en veelomvattend en er spreekt een wereldvisie uit, zo vergaand en consistent als je bij kunstenaars maar zelden ziet. Van Lieshout bouwt al jaren aan Slave City, een grote anti-utopie, of beter: een modelwereld, waarin hij commentaar geeft op het idealisme in de kunst – zijn werk zit vol kleine valse verwijzingen naar de verloren utopie van het modernisme.

Tegelijk houdt hij de toeschouwer een spiegel van onze maatschappij voor. Productie, efficiëntie, duurzaamheid, behoeftebevrediging, het wordt in Slave City allemaal tot in het uiterste doorgeredeneerd. Uitgangspunt is Van Lieshouts idee dat als 200.000 slaven zeven uur per dag in een callcenter werken, de jaarlijkse opbrengst kan oplopen tot 7,8 miljard euro. Betaald krijgen ze niet, maar er staat wel eten, onderdak en seks tegenover – als een slaaf niet langer bruikbaar is, wordt zijn lichaam energie-neutraal verwerkt.

Dit idee heeft Van Lieshout de afgelopen jaren tot in detail uitgewerkt in beelden, maquettes, plattegronden, modellen – zijn wereld laat zich wat betreft omvang en ambitie eigenlijk alleen vergelijken met die van grote romantische universumbouwers als Takashi Murakami en Olafur Eliasson. Daarom is het ook geweldig dat Slave City in De Pont nu tegelijk te zien is met twee tentoonstellingen (in het Haags Gemeentemuseum en het Cobramuseum) van Constant, Van Lieshouts grote Nederlandse voorganger. Samen tonen ze de twee kanten van de utopische medaille: Constant optimistisch, speels en abstract op het naïeve af, Van Lieshout concreet, hard, op de rand van cynisch. Ze vullen elkaar perfect aan, ideaal om achter elkaar te bekijken.

Dubbelzinnige rechtse wereldvisie

Toch wordt dat verband zelden gelegd. Sterker nog: het lijkt erop dat de meeste mensen die schrijven over Constant niks met Van Lieshout te maken willen hebben. Dat komt ongetwijfeld voor een belangrijk deel doordat Slave City zo cynisch en somber is: Van Lieshouts dubbelzinnig ‘rechtse’ wereldvisie staat veel te ver af van de progressieve agenda die binnen de kunst een bijna onaantastbaar dogma vormt. Maar toch, kijkend naar de modellen van zwoegende slaven, de maquette van de Female Slave University, de fallische Watertower, de Shower Units en de CallCenter Units in De Pont bleef het knagen. Waarom voel ik me zo weinig door zijn beelden aangesproken? Waarom heb ik zelden het gevoel dat deze beelden gaan over onze maatschappij, terwijl de verwijzingen overduidelijk zijn? Waarom blijft Van Lieshouts werk zo op afstand?

En ineens wist ik het: omdat Van Lieshout niet ver genoeg durft te gaan.

Dat klinkt misschien vreemd, want door zo stevig in te gaan tegen de sociale en artistieke tijdgeest maakt Van Lieshout het zichzelf helemaal niet makkelijk. Een project waarin ego en persoonlijkheid er niet langer toe doen (1984! Brave New World!), waarin het individu ondergeschikt is aan het grotere geheel terwijl de maker dat niet overduidelijk afkeurt: je moet maar durven, en dan kan de toeschouwer ook nog eens geheel naar eigen voorkeur parallellen trekken met nazi-Duitsland, Noord-Korea of de westerse neo-liberale consumptiemaatschappij. Alleen: de vraag wie deze maatschappij eigenlijk heeft ingericht, wie er aan de touwtjes trekt blijft vaag. Van Lieshouts wereld zit vol slaven, maar de meesters zijn afwezig. Wie zijn dat eigenlijk? Waarom houdt Van Lieshout ze buiten beeld?

En er schuurt nog iets: ook de hand van de maker blijft nadrukkelijk buiten beeld. Van Lieshout kiest in zijn werk steeds welbewust voor vormen en materialen (staal, glasvezel) die zwaar tegen design aan schurken. Ook in hun uitvoering zien zijn beelden eruit alsof ze industrieel zijn vervaardigd: hoewel daar zeker mensenhanden aan te pas komen, lijkt Van Lieshout alles wat met persoonlijke stijl van doen heeft hardhandig te elimineren. Kaal. Elementair. Onpersoonlijk. Dat is de crux, realiseerde ik me: de werken in Slave City zien er uit alsof ze door de bewoners van Slave City zijn uitgevoerd.

Daar zit ook het grote probleem. Van Lieshout creëerde met Slave City een perfect gesloten universum dat anonimiteit, ontmenselijking, efficiëntie als onderwerp heeft. Maar het is evenzeer kil, afstandelijk en anoniem uitgevoerd. Hoe graag Van Lieshout ook de dubbelzinnigheid van Slave City benadrukt, vorm en inhoud liggen zo sterk in elkaars verlengde, Van Lieshouts universum zit zo zwaar dichtgetimmerd, dat de toeschouwer er niet meer tussenkomt. Er is geen ingang, er zit geen opening of barst in het systeem waardoor je wordt aangezet tot denken, twijfelen, vrezen. Slave City is een artistieke dictatuur. Als je dat beseft is ineens ook het machtsvraagstuk opgelost: de grote dictator, die aan alle touwtjes trekt is Van Lieshout zelf. Maar zelf blijft hij dus buiten beeld.

Wie is de baas?

Daar zit een fascinerend dilemma voor Van Lieshout: hij zou eens moeten kiezen. Bepalen wie de baas is in Slave City. Dat zou hij kunnen doen door de onzichtbare heersers zichtbaar te maken. Of, en dat lijkt veel interessanter, hij zou kunnen laten zien dat hij zelf, in hoogst eigen persoon, de heerser is over deze slavenstad. Weg met dat middeleeuwse, semi-democratische ‘Atelier’ in zijn naam en zijn werken gewoon uitbrengen onder de naam ‘Joep van Lieshout’. Dan staat er eindelijk iets op het spel, want dan is Slave City niet langer een veilige, steriele, dichtgetimmerde kunst-utopie-in-de-verte, maar heeft deze stad ineens een vertegenwoordiger in de maatschappij van alledag: Joep van Lieshout zelf. Dan roept zijn project niet langer wat afstandelijk respect op, maar kunnen we ons verhouden tot een artistieke dictator – een kunstenaar aan wie we een hekel kunnen hebben, in wie we kunnen geloven, met wie we kunnen discussiëren (of niet) en wiens producten we kunnen, nee willen kopen omdat ze veel meer oproepen dan de veilige, licht-subversieve semi-designobjecten die het nu vaak zijn. Kom op Joep, laat ons niet langer in de kou staan! Kom achter die veilige slaven-stadsmuur vandaan! We willen je haten, beminnen, bediscussiëren, bewonderen, maar daarvoor moet je jezelf eerst zichtbaar maken, in al je vileine dubbelzinnigheid. Treed ons tegemoet en verwar ons.