Column

De verliezers

Voor mij stond het afgelopen sportweekend vooral in het teken van de verliezers. Niet de manier waarop gewonnen werd maakte indruk, maar de manier waarop verloren werd. Daarom moest ik na afloop meer aan de verliezers dan aan de winnaars denken.

Het begon al met Kiki Bertens, al was haar nederlaag in de derde ronde van Wimbledon minder opzienbarend dan de nederlagen die hierna nog ter sprake komen. De Roemeense nummer vijf van de wereld, Simona Halep, won verdiend van haar, Bertens was wisselvallig, maar faalde zeker niet. Vooral in de eerste set liet ze zien dat ze het niveau van zulke wereldtoppers nadert. Zó wordt ook over haar gesproken, merkte ik bij de BBC, waar oud-speelster Tracy Austin haar snelle opmars indrukwekkend noemde.

We kregen op de tribune ook nog even een flits te zien van een andere verliezer: Cliff Richard. In een opzienbarend roze pak en met een opeens stokoud geworden gezicht. Cliff leek nooit oud te worden, maar de onbewezen beschuldigingen van seksueel misbruik hebben hem genekt. Ik moest denken aan zijn bekentenis dat hij dagenlang huilend in zijn keuken had gezeten. Die zingt nooit meer Congratulations en Summer Holiday.

Later die middag zag ik Djokovic onderuit gaan. Het was geen gezicht. In zijn normale doen zou Sam Querry, een nogal spillebenige, weinig atletische speler, geen probleem voor hem zijn geweest, maar het leek alsof Djokovic verlamd werd door een geheimzinnig virus. Hij sloeg te veel missers op de belangrijke momenten.

Na afloop wilde hij niet precies zeggen wat er met hem aan de hand was. Toptennissers zijn daar terughoudend in, ze willen geen afbreuk doen aan de zege van de ander. Een sympathieke, ongeschreven wet, maar Djokovic hield er zich maar half aan, want op de vraag van een journalist of hij zich volledig fit voelde, zei hij: ,,Niet echt. Maar het is niet de plaats en de tijd om daarover te praten.’’

Dat was nogal flauw, want nu suggereerde hij toch wat iedereen al vermoedde: een blessure (zijn rug? Hij zat zo te schuiven in zijn stoel) of een tegenslag in zijn privéleven – we zullen het binnenkort wel te horen krijgen.

De Britten genoten stiekem van zijn nederlaag: de weg lijkt open te liggen naar een tweede titel voor Andy Murray. Is er toch nog íets dat goed lijkt te gaan in het Verenigd Koninkrijk.

De nederlaag van het jaar voltrok zich op het EK voetbal, waar Italië in een bizarre strafschoppenserie door Duitsland werd uitgeschakeld. Net als Djokovic verloren de Italianen vooral van zichzelf.

Wat frappeerde was het amateurisme van die anders zo sluwe, professionele Italiaanse ploeg bij het nemen van de strafschoppen. De misplaatste arrogantie van Pellè die de keeper tevoren tartte door op de hoek te wijzen waarop hij zou gaan mikken – om er vervolgens een meter naast te schieten. De pedante aanloopjes, vooral van de huppelende Zaza, door Jan Mulder op de Belgische tv vergeleken met ,,tante Netty die op een feestje te diep in het glaasje heeft gekeken’’.

En IJsland? Het verloor op een ideale manier: zonder zijn eer te verliezen. Geen speler of supporter was bedroefd na de afstraffing door Frankrijk, iedereen bleef trots. Konden we allemaal maar zo verliezen, weg met het nationale chagrijn, blijven roepen: „Oeh! Oeh! Oeh!” Het scheelt wereldoorlogen.