De hakmesterroristen treffen nu ook expats

Bangladesh Het nieuwste bloedbad in een café vol buitenlanders laat zien hoe snel Bangladesh is afgegleden. Hoe kon dat gebeuren?

Familieleden van een Bengaalse politieagenten dragen zijn kist naar een herdenkingsdienst in Dhaka Foto AFP

Onvoorstelbare wreedheid is de laatste jaren het handelsmerk geworden van islamitische terroristen in Bangladesh. Tot voor kort beperkten ze zich ertoe om een of hooguit een paar mensen met machetes dood te hakken. Dit weekeinde richtten ze hun agressie op een café in de diplomatenwijk Gulshan in de hoofdstad Dhaka, dat populair is bij buitenlanders. Negen Italianen, zeven Japanners, drie Bengalen en een Indiër overleefden het bloedbad in de nacht van vrijdag op zaterdag niet.

„Waar we misschien nog wel het meest van zijn geschrokken, is de manier waarop die mensen zijn gedood”, vertelt een Nederlander, die in de straat van het café bij vrienden op bezoek was. De zeven aanslagplegers vroegen de aanwezigen verzen uit de Koran te citeren. Wie dat niet kon, werd met machetes bewerkt en mogelijk zelfs onthoofd. De Nederlanders en andere buitenlanders in Bangladesh hebben instructies gekregen nog voorzichtiger te zijn dan ze al waren.

Daders uit gegoede families

Hoewel Islamitische Staat de verantwoordelijkheid heeft opgeëist, gaan de Bengaalse autoriteiten ervan uit dat de daders uit Bangladesh zelf komen. „Dit was het werk van JMB”, zei de Bengaalse minister van Binnenlandse Zaken Asaduzzaman Khan tegen persbureau Reuters. JMB staat voor Jamaat-ul-Mujahdeen Bangladesh, dat zegt bij IS te horen.

Schokkend voor het relatief liberale establishment in Dhaka is dat de daders, van wie er zes werden gedood door het leger, althans gedeeltelijk uit hun midden lijken te komen. Ze zouden komen uit gegoede families, naar elitescholen zijn geweest. Hoe ze hebben kunnen radicaliseren, is nog onduidelijk. De politie was overigens al op zoek naar vijf van hen.

De laatste paar jaar pleegden radicale moslims regelmatig aanslagen op seculiere bloggers, atheïsten, hindoes, christenen en soms ook op buitenlanders. Daarbij vielen in totaal enige tientallen doden. De regering van premier Sheikh Hasina deed daar weinig tegen en gaf doorgaans de schuld aan de oppositiepartijen. Ze toonde ook geen begrip voor de slachtoffers. „De laatste tijd is het modieus geworden iemand een vrijdenker te noemen, die lelijke dingen zegt over godsdienst. Ik zie daar geen vrij denken in. Het enige wat ik zie is smerigheid”, liet de premier zich bijvoorbeeld eerder dit jaar ontvallen. Veel moslims in het overwegend islamitische land dachten overigens hetzelfde.

Maar deze aanslag, de grootste op buitenlanders in de geschiedenis van het land, kan Sheikh Hasina niet ongestraft negeren. De Italiaanse slachtoffers waren deels werkzaam in de kledingindustrie, veruit de belangrijkste sector in de Bengaalse economie. Het zou een ramp voor Bangladesh zijn als buitenlandse kledingbedrijven geen zaken meer met het land willen doen. De Japanners werkten aan een project voor de aanleg van een metro in Dhaka, een stad met een van de ergste verkeersinfarcten in Azië. Bangladesh krijgt nog altijd aanzienlijke hoeveelheden buitenlandse hulp en zou er zeer onder lijden als die hulp zou opdrogen.

Onder Sheikh Hasina, dochter van de stichter van Bangladesh, Mujibur Rahman, en al sinds 2009 aan de macht, heeft zich een scherpe polarisering in Bangladesh voorgedaan. Ze weigerde ook maar de geringste concessie aan de oppositie te doen. Haar belangrijkste rivaal Khaleda Zia boycotte daarom de verkiezingen van 2014. Ook liet ze de kleinere fundamentalistische partij Jamaat-i-Islami verbieden en zette ze een tribunaal op om mensen die tijdens de onafhankelijkheidsstrijd in 1971 misdaden hadden begaan te berechten. Onder hen waren veel Jamaat-leden.

Doordrenkt met wahabisme

Het radicale deel van de oppositie werd zo min of meer gedwongen ondergronds te gaan. Het klimaat was voor militante moslims bovendien toch al gunstig. Bangladesh heeft de laatste paar decennia een grote stijging gezien van het aantal madrassahs, Koranscholen, veelal gefinancierd met geld uit de Golf. Die hebben een stroom jonge, werkloze fundamentalisten afgeleverd. Veel Bengaalse gastarbeiders keerden bovendien terug, doordrenkt van de strenge wahabitische islam zoals die in Saoedi-Arabië en omringende landen wordt gepraktiseerd. Hun vrouwen en dochters gingen voortaan dik in het zwart ingepakt over straat.

Al voor de jongste aanslag besefte de regering, die ook door buitenlandse regeringen onder druk werd gezet om serieus werk te maken van terreurbestrijding, dat ze moest optreden. Het hoofd van de politieafdeling die zich hiermee bezighoudt, Monirul Islam, verklaarde vorige maand in een opmerkelijk interview met The New York Times dat hij en zijn medewerkers al een aantal terroristische netwerken hadden ontrafeld. De leiders ervan, gaf hij toe, hadden ze op dat moment nog niet kunnen arresteren. Iets wat hij nu extra zal betreuren. Een van de twee door hem genoemde groepen was namelijk Jamaat-ul-Mujahedeen, dezelfde organisatie die vrijdagavond zo genadeloos toesloeg in Dhaka.

Elke dag leestips uit buitenlandse media en NRC: abonneer je hier op nieuwsbrief NRC Internationaal.