Ambulances vaker laat bij spoed

Het aantal spoedgevallen stijgt snel. Maar ambulancediensten krijgen niet meer geld en vinden moeilijk personeel.

De ambulancezorg in Nederland staat onder druk. Het aantal spoedgevallen stijgt snel, en dat wordt nauwelijks opgevangen door het aannemen van extra personeel. Ambulances zijn in 17 van de 24 regio’s vaker dan toegestaan te laat bij een spoedgeval, zoals een hartaanval. Om bij spoedgevallen te voldoen aan de afgesproken tijdslimieten, maken ambulancediensten vaker gebruik van politie, brandweer envrijwilligers, die als eersten naar een patiënt worden gestuurd. In de drukste ambulanceregio, Amsterdam, stijgt het aantal inkomende telefoontjes op de meldkamer zo sterk dat medewerkers er regelmatig niet in slagen om binnen de norm van twee minuten een ambulance op pad te sturen.

Dit blijkt uit interne beleidsdocumenten, gesprekken met betrokkenen en de onlangs uitgekomen jaarlijkse analyse van de sector door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Jan Pierik, directeur van Ambulance Amsterdam: „Wij werken voortdurend op het randje van wat haalbaar is.”

De stevige druk op de ambulancezorg wordt in de eerste plaats veroorzaakt door de explosieve groei van het aantal mensen dat om een ambulance vraagt. Sinds 2010 is het aantal ambulance-inzetten landelijk met 18 procent gegroeid. Vorig jaar rukte iedere dag ruim 3.200 keer een ambulance uit; honderden keren meer dan enkele jaren eerder.

Oorzaken zijn onder meer bevolkingsgroei, ouderen die vanwege kabinetsbeleid langer thuis blijven wonen en meer toerisme in vooral stedelijke gebieden.

Het aantal ambulancemedewerkers stijgt ook, maar niet even snel als de groei van het aantal ritten. Voor een spoedgeval, waarbij de ambulance binnen een kwartier ter plaatse moet zijn, is bijvoorbeeld een gespecialiseerd verpleegkundige nodig, maar die zijn er onvoldoende. Paul Martina, die namens zorgverzekeraar Zilveren Kruis (onderdeel van Achmea) in 13 van de 24 ambulanceregio’s zorg inkoopt: „Veel ambulancediensten kunnen moeilijk aan verpleegkundigen komen, vooral in de Randstad. Samen met de ritexplosie zorgt dat ervoor dat sommige organisaties tegen hun grenzen opbotsen.”

De problemen zijn het meest zichtbaar in Amsterdam, een van de grootste diensten van Nederland. Er komen op de meldkamer maandelijks ruim 19.300 telefoontjes binnen. Drie jaar geleden waren dat er ruim tweeduizend minder. Gevolg is dat het in Amsterdam gemiddeld 2,38 minuten duurt voordat een ambulance op pad kan; ruim een halve minuut meer dan afgesproken. Directeur Jan Pierik: „We hebben een fors gebrek aan verpleegkundigen, terwijl de spoedzorgvraag groeit. Er hoeft maar dit te gebeuren, of we hebben een groot probleem.”

Zorgverzekeraars betalen jaarlijks 500 miljoen euro aan ambulancediensten. Dat bedrag is gebaseerd op het aantal ritten dat in ‘ijkjaar’ 2012 werd uitgevoerd. Dat waren er ruim 1,1 miljoen. Sindsdien moeten ambulancediensten ruim 100.000 extra ritten maken.