Allez, allez Jasper! Draaien met die benen!

Trek had zondag niks te zoeken in een kopgroep. Maar Jasper Stuyven zat mee voorin en miste maar net de ritzege. Een verslag vanuit de volgwagen.

Foto Jeff Pachoud/AFP

Het wordt pas echt warm in de tweede volgwagen van Trek-Segafredo als de Belg Jasper Stuyven nog 52 kilometer moet afleggen. „Oké Jasper, je hebt een enorme voorsprong. Allez!” Ploegleider Alain Gallopin fluistert het zijn 24-jarige pupil toe via de speaker van de boordradio, bevestigd aan de binnenspiegel. Gallopin (59), een ploegleider met decennia ervaring, was kort geleden nog pessimistisch. „Het peloton pakt ze nog terug, dat kan niet anders.” Maar Kim Andersen, de Luxemburgse ploegleider in de andere wagen, staccato: „Jasper. Go for it. It is possible.”

Het zou helemaal geen heet dagje worden in volgwagen nummer twee, die alleen in actie zou komen bij een ontsnapping. En dat was niet afgesproken op de teambriefing. Trek heeft vandaag niets te zoeken in een kopgroep. Alle ballen op Bauke Mollema. De kopman mag geen tijd verliezen op de venijnig steile Côte d’Octeville, waar de klassementsrenners ongewoon vroeg in de Tour de France moeten laten zien wat ze waard zijn.

Maar Gallopin heeft zijn stationwagen nog niet uit startplaats Saint-Lô gestuurd, of Radio Tour noemt zijn naam: Jasper Stuyven zit in een kopgroep van vier, met de Noor Vegard Breen en twee renners die zaterdag ook al in de aanval waren – Cesare Benedetti en Paul Voss, drager van de bolletjestrui. De bedoelingen van Voss zijn duidelijk: op de drie klimmetjes van de vierde categorie wil hij zijn tricot veiligstellen. Maar wat doet Stuyven daar?

Ontsnapping van de dag

Het viertal loopt binnen tien kilometer uit naar een voorsprong van vijf minuten. Dit wordt de ontsnapping van de dag. En dat betekent dat Gallopin naar zijn pupil toe mag rijden. Eerst nog even Stuyvens fiets op het dak, van auto één naar twee. Ook de mecaniciens hadden niet verwacht dat Stuyven dit zou flikken. Gallopin lacht in de binnenspiegel naar mecanicien Kenneth Van de Wiele. „In de Tour op zondagmiddag meezitten in een ontsnapping is perfecte publiciteit. Miljoenen mensen zien dit.” Tegen Stuyven is hij kalm. Hij beweegt de speaker van de radio naar zijn mond: „Easy Jasper, draaien met die benen, dan zien we wel.”

Stuyven laat zich zakken en pakt met zijn rechterhand het linkerportier van de wagen vast, terwijl het raampje opengaat, snelheid 45 kilometer per uur. „Wat moet ik doen om de bollen te winnen?”, vraagt hij aan Gallopin. „Gewoon overal als eerste bovenkomen. Dan ben je er.” „Oké, oké, zegt Stuyven, terwijl hij zich een seconde of vijf laat meesleuren door de auto en weer aansluit achteraan de kopgroep. Precies dan zet de Noor Breen aan. Hij wint de sprint naar de Côte de Torigny-les-Villes. „Dat is een fout van Jasper”, concludeert Gallopin koeltjes. „Ik zei dat hij ze allemaal moest winnen.”

„Economy, economy”, drukt hij Stuyven op het hart. Het is nu zaak om ergens achteraan de kopgroep te blijven hangen en zo min mogelijk energie te verspillen. De finish ligt pas dik 170 kilometer verderop. Tien kilometer later de volgende krachtsexplosie, Gallopin waarschuwde Stuyven via de radio. Nu is hij wel bij de les. Hij wint, pakt een punt en heeft aan een volgend punt genoeg om op gelijke hoogte te komen met de Duitser Voss, die het zwaar heeft als Stuyven op kop gaat rijden. De Belg komt weer aan het portier hangen. „Hoeveel punten op de volgende klim?” Die ligt na 52 kilometer. Een punt voor de winnaar. En Stuyven wint weer. Wordt het zijn dag? Vorig jaar won hij een etappe in de Ronde van Spanje, dit voorjaar reed hij na een indrukwekkende solo van 17 kilometer naar de winst in de semiklassieker Kuurne-Brussel-Kuurne. Dit niveau kan hij aan, wat heet.

Ruimte om te kletsen

Het middenstuk van de etappe is vlak. Het geeft Gallopin de ruimte om te kletsen, met Claire bijvoorbeeld, de dame op de motor die de voorsprong op een krijtbordje tekent en het aan de koplopers laat zien. Een journalist van tv-zender France 2 komt een interview afnemen, rijdend met een gang van 80 per uur. Geroutineerd klapt Gallopin zijn buitenspiegel dicht, zodat de motor dichterbij kan komen. „Hij is de sterkste renner van de kopgroep”, zegt hij tegen de journalist, die ook voelt dat Stuyvens kansen op succes met de kilometer toenemen.

Zes minuten voorsprong met ruim 130 kilometer op de teller. Kim Andersen geeft het verlossende commando: „Go for it.” Gallopin moet nu wel mee. „Maar het kan zo gedaan zijn”, realiseert hij zich. Stuyven kan dit niet horen. „Alles hangt af van wat er in het peloton gebeurt.” Aan de Normandische kust bij Les Pieux draait de wind het viertal in de rug. Gallopin heeft inmiddels zicht op vier kaarten: een landkaart op zijn schoot, die van het navigatiesysteem in zijn auto, het profiel van de etappe op zijn stuur en het daarnet uit het routeboek gescheurde profiel van de slotklim. Ondertussen stuurt hij strak langs motoren en auto’s. Zo kan hij Stuyven te allen tijde coachen: „Nu twintig kilometer vlak Jasper, allez, allez.” Er klinkt hoop in zijn stem.

Hij waarschuwt Stuyven: „IAM [Cycling, red.] trekt eraan, GreenEdge ook. Vertel die andere jongens dat jullie moeten samenwerken.” De vier rijden zestig kilometer per uur op een vlakke weg. Andersen weer op de radio: „Go Jasper, alles kan van jou zijn. De etappe, bollentrui, de gele trui.” Kenneth Van de Wiele puft achterin de auto de spanning weg.

Tien kilometer nog. Het begint te regenen. Gallopin, op zijn stoel wippend: „Doe als in Kuurne.” De voorsprong loopt snel terug, van 3.10 naar 2.18. Bij het binnenrijden van Cherbourg loopt de weg steil omhoog. Gallopin: „De rest is dood. Als je je sterk voelt, moet je gaan.”

Een fractie later en Jasper Stuyven demarreert, puur op de macht die nog in zijn benen zit. Van de Wiele wordt gek. „Hij is alleen!” Andersen op de radio: „All in.” Gallopin: „You are the chrono man.” Maar Stuyven ontploft, vlak na de Côte de la Glacerie. De bollentrui zit om zijn schouders, dat in elk geval. Anderhalve minuut voorsprong verdampt binnen een kilometer. De volgauto moet aan de kant. Daar is Peter Sagan al. Stuyven komt 450 meter tekort voor de winst. „Dertig seconden meer en Jasper had hier alles.” Gallopin zucht eens diep. „Maar dit is geweldig. Zeker op zondagmiddag.”