Hoe Michel Rocard links Frankrijk tot zijn dood bleef beïnvloeden

Necrologie Michel Rocard (1930-2016)

De pragmaticus Rocard inspireerde meerdere ministers van Hollande. Het lukte hem nooit de opvolger te worden van de geslepen president Mitterrand, die hij minachtte en bewonderde.

Rocard tijdens een interview in Parijs, in januari 2010. Foto Martin Bureau / AFP

In Frankrijk ging vorig jaar geen immigratiedebat voorbij zonder dat de naam van de zaterdag op 85-jarige leeftijd overleden oud-premier Michel Rocard viel. „Frankrijk kan niet alle misère van de wereld verwelkomen”, had hij in 1989 gezegd. Vooral rechtse oppositiepolitici, die van anti-immigratiepartij Front National in het bijzonder, schiepen er genoegen in de linkse Rocard in discussies over bootvluchtelingen op de Middellandse Zee ten voorbeeld te stellen. Zij lieten dan wel meestal de rest van het citaat weg: „Frankrijk moet blijven wat het is, een land voor politiek asiel (..) en niet meer.”

De uitspraak, gedaan tegen het licht van veel illegaal verblijf en een toen al aan de weg timmerend Front National, tekende de realist Rocard. Vanaf de jaren zeventig probeerde hij van binnenuit de Parti Socialiste te hervormen tot een moderne sociaal-democratische partij die rechtsstatelijkheid en een open blik naar de wereld wist te koppelen aan een sociaal gezicht.

Zijn ‘deuxième gauche’ stond voor minder Jacobijns centralisme, dialoog met de vakbonden en bovenal voor modernisering van de sociale zekerheid en acceptatie van de markteconomie in een geglobaliseerde wereld. Anders dan veel van zijn generatiegenoten op links was hij nooit communist geweest. Tot zijn dood werd hij gezien als een representant van de ‘rechtervleugel’ van de partij, de man van ‘parler vrai’: de waarheid spreken, ook als die ideologisch onwelgevallig is.

Bedaarde haat

Die pragmatische lijn bracht hem veelvuldig in botsing met de politiek geslepener François Mitterrand. Toen die in 1981 als eerste socialist in de in 1958 begonnen Vijfde Republiek president werd, begon hij in coalitie met de communisten een beleid van nationalisaties waar Rocard in hun tweestrijd in de jaren zeventig aanhoudend voor gewaarschuwd had. Franse media spraken over „bedaarde haat” tussen de twee linkse kopstukken. Rocard zelf schipperde tussen waardering en afkeer van de president: „De diepe minachting die ik voel voor zijn gebrek aan ethiek gaat samen met de totale bewondering die ik heb voor zijn tactische kracht”, zei hij eens. Na de mislukte nationalisatiepolitiek benoemde dezelfde Mitterrand hem in 1988 als premier, om tot 1991 orde op zaken te stellen.

Liefst was de destijds erg populaire Rocard in 1988 zelf president geworden. Hij had zich halfslachtig naar voren geschoven voor als Mitterrand zich niet opnieuw zou kandideren. Maar het Élysée bleef altijd buiten bereik. Daarvoor was hij te weinig een evenwichtskunstenaar die alle smaken links wist te verenigen. Hij legde het af tegen de revolutionaire en anti-kapitalistische elementen in de partij, maar hij bleef kritisch. President François Hollande was een „zoon van Mitterrand”, zei hij in januari, die „alles wat niet tot snel electoraal gewin leidt onbelangrijk vindt.”

Politieke erfgenamen

Zijn invloed op regerend links is niettemin groot. Niet alleen de huidige premier Manuel Valls, die zijn politieke carrière onder Rocard begon, ook de ministers van Financiën en Economie, Michel Sapin en Emmanuel Macron, zijn met hun pogingen Frans links te sociaal-democratiseren zijn politieke erfgenamen. Hun probleem is dat ze opereren in een „geamputeerde partij”, zei Rocard zelf twee weken geleden, in zijn laatste interview in weekblad Le Point. „Frans links is het meest reactionair van Europa”, concludeerde hij. Ondanks al zijn pogingen dat tij te keren.