Column

Zombiebanken en zombiebedrijven

U maakt zich zorgen over Brexit? Er waart al een tijdje een andere zorg rond: over de Italiaanse banken. Een deel staat er slecht voor. De Italiaanse overheid wil ze redden, moet ze redden. Maar loopt tegen de nieuwe Europese regels aan voor het redden van banken. Die schrijven voor dat eerst private investeerders in die banken verliezen op zich nemen voordat de overheid eraan te pas komt. Het idee: dan gokken banken niet meer met het geld van belastingbetalers.

De Italianen vrezen dat als ze die regels toepassen er paniek uitbreekt over de banksector en iedereen (spaarders, beleggers) naar de uitgang rent. Crisis all over. Deze patstelling is voorlopig opgelost door de gezondere financiële instellingen van Italië een fonds te laten oprichten dat de probleembanken gaat helpen. Maar het geld is snel op, deze week moest er nog een bank worden gered. En premier Renzi mort richting Europa. Stomme regels.

In dit licht was het uitermate interessant wat de Bank for International Settlements vorige week schreef in zijn jaarverslag. De BIS is de centrale bank van centrale banken: het zorgt dat de geldstromen tussen hen worden afgehandeld. De BIS wordt bovendien bestuurd door nationale centrale bankiers en het stelt de internationale regels op voor banken. Het is dus veilig om te stellen dat er veel contact is tussen centrale banken en de BIS.

Het eigenaardige is dat de BIS al tijden kritisch is op het beleid van diezelfde centrale banken om geld overvloedig en goedkoop te maken. De BIS is een van de weinige economische bolwerken waar ze níet geloven in de door prominente economen als Larry Summers én door veel centrale banken aangehangen analyse van de toestand van de wereldeconomie. Die theorie heeft de mooie naam secular stagnation en klinkt ongeveer zo: onder andere door de vergrijzing sparen we te veel (voor de oude dag) en investeren we weinig. Die spaardrift is een stok in het wiel van de economie. De enige manier om geld te laten rollen is centrale banken schuldpapier laten opkopen.

De BIS oppert een andere analyse die ook verklaart waarom in het Westen de investeringen laag zijn en de productiviteit van werkenden tegenvalt, twee kwesties waarvoor naarstig naar verklaringen wordt gezocht. Niks vergrijzing, niks spaardrift: de gekte voorafgaand aan 2008 én de crisis van 2008 zijn de oorzaak.

Volgens de BIS zorgde die Westerse financiële zeepbel ervoor dat mensen én middelen langdurig zijn ingezet voor laagproductieve sectoren zoals de bouw (van huizen), en niet voor productievere bedrijvigheid. Nadat de zeepbel in 2008 barstte is deze mismatch blijven bestaan omdat sommige banken geneigd zijn kwakkelende (lees: weinig productieve) bedrijven in leven te houden om zo verdere verliezen op leningen te voorkomen. Zo krijgt nieuwe, productievere bedrijvigheid te weinig kans. Het goedkoop-geld-beleid stimuleert deze neiging.

Terug naar Italië. De BIS constateerde eerder al dat banken daar de kans niet grepen sterker te worden. Banken hebben de financiële ruimte van de 'goede' jaren na de crisis niet gebruikt om hun kapitaalbuffers echt op te krikken en meer geld uit te lenen aan bedrijven. Ze hebben te veel geld aan hun aandeelhouders teruggegeven. Nu zitten ze met een kwakkelende economie, slechte leningen, en met bedrijven die rente betalen maar niet investeren. Volgens de BIS worden de schadelijke effecten op banken (en daarmee op algehele bedrijvigheid) van de lage rente onderschat. Inmiddels is de rente zo laag dat banken maar moeilijk geld kunnen verdienen. Helpen kan ook een wurggreep zijn.