Topambtenaren: geen ruimte voor extra investeringen

Een nieuw kabinet moet weer buffers gaan opbouwen om schokken op te vangen, zoals een Brexit. Dat zegt een ambtelijke studiegroep.

Een volgend kabinet hoeft niet te bezuinigen, maar kan ook niet extra investeren. Dat is de kern van het advies van de Studiegroep Begrotingsruimte dat vrijdag bekend werd. Die studiegroep – topambtenaren plus de bazen van het Centraal Planbureau en De Nederlandsche Bank – beschrijft in aanloop naar parlementsverkiezingen, uiterlijk maart volgend jaar, de verstandigste manier om de overheidsfinanciën te beheren. Het is een gezaghebbend rapport in Den Haag.

„Discipline en voorzichtigheid zijn nu nodig”, zei Manon Leijten, voorzitter van de Studiegroep en de hoogste ambtenaar van het ministerie van Financiën, vrijdag in een toelichting. „De schokbestendigheid is nog niet op het niveau van voor de crisis.”

Om opnieuw „financieel jojo-beleid” met ad hoc bezuinigingen te voorkomen, moet een nieuw kabinet buffers opbouwen, schrijft de Studiegroep. Alleen dan kan de begroting eventuele schokken opvangen. Over de gevolgen van de Brexit voor de Nederlandse begroting kon Leijten nog niets zeggen, al staat die wel als mogelijk risico in het advies vermeld.

Het belangrijkste is volgens de studiegroep dat een nieuwe regering zich weer echt aan het ‘trendmatig begrotingsbeleid’ gaat houden, dat inhoudt dat de begroting meefluctueert met de economie. Afgelopen jaren heeft het kabinet „onder druk van de gevolgen van de crisis en de Europese begrotingsregels” geregeld van de eigen begrotingsregels afgeweken, constateert de studiegroep.

Als een nieuw kabinet toch eigen, nieuwe investeringen wil doen, moet dat geld ergens anders op de begroting gevonden worden. Vooral de uitgaven aan de gezondheidszorg stijgen hard door, waarschuwt de studiegroep, daar zou verder hervormen geld opleveren. Andere kandidaten zijn het pensioenstelsel en een verdere aanpassing van de hypotheekrente-aftrek.