Pin nóóit op een vliegveld

Valuta Op vakantie buiten de eurolanden? Het kost altijd geld om te pinnen en euro’s om te wisselen. Maar de kosten kunnen wel beperkt blijven.

illustratie xf&m

Of je deze zomer nu naar Kos, Malaga of Sicilië gaat, er is een aantal zekerheden: de wijn is goed, de olijven lekker, de vis vers en je rekent ze allemaal af in euro’s.

Vanuit valuta-oogpunt is een vakantie in een van de negentien eurolanden zorgeloos. Gewisseld hoeft er niet te worden en Nederlandse banken brengen voor pinnen in eurolanden niets in rekening. Voor mensen met een andere bestemming ligt het wat ingewikkelder. Zes tips voor het slim pinnen en omwisselen van geld in het buitenland.

1. Kies bij pinnen nooit voor direct omrekenen

Pinautomaten in het buitenland bieden steeds vaker de mogelijkheid van dynamic currency conversion. Daarbij krijg je tijdens het pinnen het bedrag dat u aan dollars, yen of zloty’s wilt opnemen al in euro’s omgerekend op het scherm te zien. Vervolgens krijg je de keuze voorgelegd of je dat eurobedrag wilt laten afschrijven óf dat je de geldopname later wilt laten omrekenen.

Kies nooit voor dat directe omrekenen. Het biedt weliswaar duidelijkheid, maar is altijd duurder. Deze verslaggever nam de proef recent op de som in Thailand door op dezelfde dag op beide manieren 10.000 baht te pinnen. Het verschil op het bankafschrift: 277,27 euro versus 266,50 euro, dus ruim 4 procent.

Meer representatief onderzoek is gedaan door twee onderzoekers van de Universiteit Utrecht. Zij schreven in 2014 in vakblad Economisch Statistische Berichten dat consumenten bij dynamic currency conversion 3 tot 8 procent duurder uit zijn.

Toch kan het, vanwege de duidelijkheid, lastig zijn om er níet voor te kiezen – zelfs voor mensen die weten dat het duurder is. „Slechts een beperkt deel van de reizigers vertoont rationeel gedrag”, concludeerden de onderzoekers.

2. Mijd het vliegveld

Of het nu gaat om pinnen of het omwisselen van euro’s in de lokale valuta, er is geen slechtere plek denkbaar dan het vliegveld. „Op het vliegveld ben je per definitie slecht uit, zowel op Schiphol als bij aankomst”, zegt betalingsexpert Simon Lelieveldt. „Situaties waar je geen keuzevrijheid hebt zijn duurder. De pinautomaten op het vliegveld hebben andere wisselkoersen dan die in de stad, de geldwisselkantoortjes ook.”

Nou geven mensen op vakantie vaak makkelijker hun geld uit, benadrukt Lelieveldt. De hogere kosten kunnen dus ook voor lief worden genomen, maar mensen die het zo slim mogelijk willen doen raadt hij aan om in Nederland via de eigen bank of het GWK een kleine hoeveelheid lokale valuta voor de eerste twee dagen aan te schaffen en, eenmaal geacclimatiseerd, lokaal te pinnen.

3. ‘Geen commissie’ bestaat niet

‘No commission’ of ‘Change 0% Commission’, een beetje reiziger kan de bordjes dromen. Wisselkantoren zijn echter geen filantropische instellingen. Als er ‘geen commissie’ op het bonnetje staat, komt het geld elders vandaan: de wisselkoers. „Iedereen die zegt dat-ie geen commissie rekent, verdient aan de koers”, bevestigt Lelieveldt.

De wisselkoers die je daar betaalt, zal flink afwijken van de wisselkoers die op financiële markten wordt gebruikt. Want de wisselkantoren stoppen de marge die ze willen verdienen volledig in een ongunstigere koers.

4. Pin relatief grote bedragen

Pinnen buiten de eurolanden is niet gratis, per transactie zijn aanzienlijke kosten verschuldigd. De grote Nederlandse banken rekenen allemaal een vast bedrag per geldopname plus doorgaans een koersopslag. Klanten met het simpelste betaalpakket van de Rabobank betalen 3,50 euro per geldopname en een koersopslag van 1 procent. Klanten van ABN Amro betalen 2,25 euro plus een koersopslag van 1,2 procent, klanten van ING 2,25 euro en een koersopslag van 1 procent. Klanten van SNS en ASN Bank betalen alleen de 2,25 transactiekosten.

Geld opnemen met de creditcard is al helemaal duur, daarbij wordt doorgaans minimaal 4,50 euro per geldopname in rekening gebracht. Dat maakt het dus de moeite waard om relatief grote geldopnames te doen.

Veel Nederlandse banken hanteren een maximum van 500 euro per dag dat mag worden opgenomen in het buitenland. Maar als je in een beetje exotisch land bent kun je nog wel eens aanlopen tegen het feit dat de lokale pinautomaat een eigen maximum heeft en er bijvoorbeeld omgerekend maar 80 euro kan worden opgenomen. Het loont dan om het bij een lokale pinautomaat van een andere bank te proberen, de maximum transactiebedragen kunnen aanzienlijk wisselen.

5. Activeer je bankpas

Er mag dan wel ‘Wereldpas’ op je Rabo- of ASN-bankpas staan, maar dat betekent niet dat je die pinpas ook automatisch wereldwijd kunt gebruiken. Dat kan tegenwoordig pas als die is geactiveerd via internetbankieren. Om de schade door skimmers te beperken hebben de meeste banken de mogelijkheid om wereldwijd te pinnen standaard uitgezet. Binnen Europa werken pinpassen standaard wél.

6. Wees voorzichtig met wisselen op straat

Voor wie van avontuurlijke vakanties houdt, is het mogelijk om meegenomen euro’s of dollars te wisselen bij geldwisselaars die je op straat aanspreken. Het risico op oplichting door valse briefjes of diefstal via vlugge vingers is groot. Maar bij straatwisselaars die wél betrouwbaar zijn is de wisselkoers vaak veel beter dan in het hotel of bij de bank. Wat te doen? Straatwisselaars zijn een onnodig risico in landen waar ook gewoon gepind kan worden. Maar wie wat meer van de gebaande paden afgaat en bijvoorbeeld in Oezbekistan belandt, kan soms niet anders. In dat soort gevallen bieden reizigersfora van Lonely Planet en TripAdvisor vaak uitkomst over een goede wisselkoers en waar wisselaars zich ophouden.