In Turkije kunnen overal spookstrijders zijn

Aanslag Istanbul Turkije zou potentiële jihadisten te lang in het land hebben gedoogd. Nu wordt voor hen het reizen steeds moeilijker en dreigen strijders van IS niet meer weg te kunnen.

Op de wit-grijze muur van het appartementengebouw in de Horhorstraat is graffiti gespoten. In dit onopvallende pand aan een drukke weg zouden de plegers van de aanslag op de luchthaven in Istanbul een maand geleden een appartement hebben gehuurd. Een groepje mannen uit de Kaukasus die de ramen meestal dicht hielden en weinig lawaai maakten.

In rood en oranje staat nu tussen de airco en de satellietschotel: „Wij willen geen muhtar die IS helpt schuilen.” Een muhtar is een gekozen wijkvertegenwoordiger, die wordt betaald door de overheid en die een grote rol speelt in de sociale controle in buurten. Uit de tekst spreekt zowel groot wantrouwen richting de Turkse overheid, die potentiële jihadisten te lang zou hebben gedoogd, als een verlangen naar minder anonimiteit en meer Big Brother.

Maar waar te beginnen in een stad als Istanbul, waar tussen het Europese en Aziatische continent een metro rijdt? Wie vindt je verdacht in een land met miljoenen vluchtelingen, toeristen van over de hele wereld en een deel van de bevolking met sympathie voor extremisten? Arabische toeristen met baarden en burka’s? Pas geschoren Europese jonge mannen? Syrische vluchtelingen? Koerdische vrouwen of salafistisch ogende Turken?

De aanslagplegers van dinsdag kwamen uit de voormalige Sovjet-Unie. Wie de Horhorstraat bekijkt op Google streetview ziet drie jongemannen met kort zwart haar door het beeld lopen. T-shirts en jeans, eten in de hand. Zijn dat er soms ook een paar?

„Ze zijn overal”, is de treurige conclusie vrijdag breed op de voorpagina van Posta, een dagblad op de hand van de regering. In de nasleep van de driedubbele zelfmoordaanslag op de grootste luchthaven van het land haalt nieuws over opgepakte Syriëgangers en een golf invallen bij jihad-verdachten de voorpagina’s.

Maar eigenlijk is het een dag als alle andere. Turkije is al maanden in een permanente staat van paraatheid. Evenementen worden afgelast. Demonstraties verboden. Winkelcentra plaatsen poortjes.

De veiligheidsmaatregelen zijn nog altijd gering in vergelijking met landen als Israël of Irak, waar beveiliging alles overheerst. Maar de grote Turkse steden voelen steeds minder ontspannen en Mediterraan. Ze lijken steeds meer onderdeel van het onvoorspelbare Midden-Oosten, waar ingrijpen op korte termijn vaak negatieve onbedoelde consequenties heeft.

Turkse steden voelen steeds minder Mediterraan

Een voorbeeld daarvan is de trend die wordt gesignaleerd door de Turkse jihadisme-expert Serhat Erkmen van de Ahi Evran Universiteit. Hij houdt al jaren een database bij van Turkse jihadisten, arrestaties op de grens en berichten over omgekomen vechters. Doordat het een stuk moeilijker is geworden voor jihadisten om vanuit Turkije door te reizen naar Syrië, komen steeds meer IS’ers in de dop vast te zitten in het doorvoerland, zegt Erkmen. „Spookstrijders”, noemt hij ze in een Skype-gesprek. „Ze kunnen niet terug naar hun land van herkomst uit angst daar gearresteerd te worden en het lukt ze niet verder te reizen. Het is een groep om goed in de gaten te houden.”

Wat moet je met overlopers?

Daar komt een tweede relatief nieuwe groep bij, waarover nog maar weinig bekend is: de overlopers. Hun aantal lijkt te stijgen, nu IS het in Syrië en Irak steeds moeilijker heeft, hoewel dat moeilijk met cijfers is te staven. Het leven in het paradijselijke Kalifaat bestaat steeds vaker uit schuilen voor bombardementen.

Bij ambassades en consulaten in Turkije, waaronder de Franse en Nederlandse, melden zich met enige regelmaat spijtoptanten die na een periode in het kalifaat hulp zoeken om weer naar huis te gaan. Dat lukt ze niet zonder hulp, omdat IS hun reisdocumenten heeft geconfisqueerd. Ook zoeken ze contact met autoriteiten om in te schatten wat ze in eigen land te wachten staat.

Het zou gaan om enkele tientallen overlopers per maand sinds afgelopen najaar, volgens een recent artikel in The Wall Street Journal. Dat zijn de gelukkigen die erin zijn geslaagd Turkije weer in te komen of die zich nog in Turkije hebben bedacht.

Het lukt maar weinigen om de door IS-beheerste gebieden heelhuids te verlaten. Maria Abi-Habib beschrijft in het verhaal hoe in de Syrische stad Azaz dichtbij de Turkse grens door bemiddelaars van non-gouvernementele organisaties wordt geprobeerd contact te leggen met de diplomatieke posten in Turkije. De hulp van het land van herkomst is nodig om aan Turkse autoriteiten te vragen de ex-IS’er Turkije in te krijgen. Bij illegaal oversteken is de kans te worden beschoten aanzienlijk.

Die hulp is niet vanzelfsprekend. Zeker na de zelfmoordaanslag op luchthaven Zaventem in Brussel in maart zijn diplomaten als de dood om jihadisten Turkije in en vervolgens naar hun eigen land te helpen. Een van de aanslagplegers in Brussel, Ibrahim El Bakraoui, was in Turkije opgepakt en via Nederland naar België gestuurd zonder goed onderzoek.

Tegelijk kunnen het waardevolle informanten voor inlichtingendiensten zijn en is overlopen beter dan doorvechten. In de regel zitten buitenlanders die worden verdacht van banden met IS of die worden gepakt bij de grens met Syrië een paar weken in Turkije in detentie voor ze worden uitgezet naar hun eigen land. Verschillende inlichtingendiensten proberen die periode te benutten voor verhoren.

De informatie helpt de politie in de jacht op jihadisten. Dat is hard nodig, omdat de aanslagen steeds complexer worden, beschrijft Erkmen, die de ontwikkelingen zelf ook beangstigend vindt. Hij wijst erop dat in de dagen voor de aanslag op de luchthaven twee terreurcellen in Turkije zijn opgerold. Een met zes Irakezen en een met vijf Syriërs. „Tot op bepaalde hoogte kun je de netwerken verstoren en aanslagen voorkomen. Maar de organisatie zit bij ons pal aan de grens.”