‘Ik verbaas me altijd over wat een lichaam aankan’

spitsuur Voor Leila Abed (32) is de maand van de ramadan een fijne maand: ‘Iedereen doet zijn best om samen te zijn. Aan het eind ben ik weer helemaal opgeladen.’

Leila: „Onveilig heb ik me nooit gevoeld in de Bijlmer.”

Leila: „Vroeger gebeurden er allemaal foute dingen onder de bruggetjes van de Bijlmerdreef, maar de laatste jaren is het hier zo veranderd. Onveilig heb ik me nooit gevoeld. Ik woon hier nu al dertig jaar, sinds ik met mijn ouders uit Zuid-Afrika naar Nederland kwam. Ik wist wel dat er junkies waren, maar mijn moeder trok ons altijd dicht tegen zich aan in het metrostation. Nu is het dak er van glas, heel goed verlicht. Gisteren was er een stroomstoring, het metrostation was het enige wat je in de wijde omgeving zag liggen. Die avond belde mijn vader, ik kook om de dag voor hem tijdens de ramadan. ‘Wat zullen we doen met eten?’, vroeg hij. ‘We pakken gewoon de auto en zien wel wat er nog open is’, zei ik. Uiteindelijk hebben we om tien uur ‘s avonds een frietje gegeten op station Amsterdam Amstel. Dat was wel een heel bijzondere iftar: de dagelijkse maaltijd na zonsondergang.”

Creatieve broedplek

Leila: „Samen met een vriendin, Elise, heb ik een jaar geleden Le Jurk opgezet, een winkel voor tweedehands jurken en een netwerkplek voor vrouwen in Amsterdam Nieuw-West. We werken allebei als begeleider in een woongroep voor jongeren met een licht verstandelijke beperking. In de zorg is de aandacht meestal gericht op wat mensen níet meer kunnen, wij willen ons ook richten op wat mensen wél kunnen. We waren allebei al fervent shoppers, toen we op een avond een documentaire over de kledingindustrie in Bangladesh zagen. Dat heeft ons enorm beïnvloed. Tegenwoordig is 90 procent van de kleren die ik draag tweedehands. Elize opperde een winkel te beginnen met tweedehands jurken: Le Jurk. We zijn net geopend in Lola Luid, een creatieve broedplek in Amsterdam Nieuw-West. Eén keer per week organiseren we een high tea. Uiteindelijk willen we bijeenkomsten organiseren waarin vrouwen elkaar laten zien waar hun kracht ligt. Een huisvrouw kan bijvoorbeeld heel goed de administratie voor het hele gezin bijhouden, maar nooit beseffen dat ze daar iets mee zou kunnen doen.”

De ramadan

Leila: „Ik verbaas me er altijd over wat een lichaam aankan. Zelfs de eerste dag valt hartstikke mee. Ik vind de maand van de ramadan een heel leuke maand. Ik sta altijd stil bij waar ik mee bezig ben. Wat maakt me gelukkig en wat niet? Aan het eind van zo’n maand ben ik weer helemaal opgeladen en scherp. Iedereen doet ook ontzettend zijn best om samen te zijn. Mijn moeder en zussen wonen vijf verdiepingen hierboven, maar toch zie ik ze soms maar een keer in de week. Nu eet ik om de dag bij mijn moeder en zussen. Mijn ouders zijn twee jaar geleden gescheiden. Dat is soms nog wel lastig. Op de dagen dat ik met mijn vader eet haal ik eerst de kinderen van mijn zus uit school, zodat mijn moeder nog een paar uurtjes kan slapen. Zij werkt in de thuiszorg, haar wekker gaat elke dag om zes uur. Ik heb geluk, tijdens de ramadan werk ik vooral ’s avonds. Tegen een uur of vijf breng ik de kinderen weer naar mijn zus en plof ik op de bank met mijn kat Dushi. Vaak val ik in slaap. Om acht uur zet ik de wekker om te koken. Meestal maak ik linzensoep, met een pasteitje erbij. Of ik maak rijst met vis – vegetarisch, voor mijn vader.”

Leila: „Op de dagen dat ik bij mijn moeder eet ga ik meestal om acht uur naar haar toe. Mijn zus legt de kinderen in bed, die doen nog niet mee met de ramadan. Mijn moeder kookt: soep en samosa’s, van die kleine pasteitjes. Rond tien uur gaan we met zijn allen aan tafel. Als ik thuis kook, komt mijn vader om half tien. We beginnen met een dadel, dat is traditie. Ik begin daarna met drinken. Niet te snel, dan krijg je de hik. Maar ook niet te veel, dan zit je meteen vol. Ik heb geleerd met mate te eten tijdens de ramadan. De gedachte is dat je meevoelt met arme mensen. Hun honger is na zonsondergang natuurlijk ook niet gestild. Meestal lezen we na het eten uit de Koran. Rond half twaalf, als alles opgeruimd is, ga ik weer naar ‘beneden’. Mijn moeder en zussen slapen en zetten de wekker rond drie uur ‘s nachts voor het ontbijt. Dat doe ik niet, om die tijd gaat er bij niks in. Ik blijf wakker en zet een glas drinkontbijt naast mijn bed.”

Het geloof

Leila: „Met mijn vader discussieer ik vaak over het geloof, hij heeft islamstudies gedaan in Egypte. Hij moedigt ons altijd aan vragen te stellen. Mijn moeder heeft ons de Koran ingepeperd en Arabisch leren lezen. Vroeger mopperde ik altijd dat we zo veel ‘huiswerk’ moesten doen, maar nu ben ik daar heel dankbaar voor. Mijn geloof is onderdeel van wie ik ben. Ik heb moeilijke dingen meegemaakt, waarin het geloof me overeind heeft gehouden. Ik ben jong getrouwd, met mijn jeugdliefde. Op mijn vijfentwintigste ben ik gescheiden. Dat gebeurde overigens ook tijdens ramadan. Ik weet nog dat ik dacht: gelukkig is het nu ramadan. Het gaf me de kracht om op te staan en naar mijn werk te gaan. Het is moeilijk uit te leggen, maar ik kreeg die kracht. Mensen zeggen altijd: ‘Ik geloof in mijzelf.’ Ik geloof ook in mijzelf, maar ik geloof ook in God. Ik geloof dat als ik het even zwaar heb, ik op Hem kan rekenen. Tijdens de ramadan voel ik me meer verbonden met God, dat maakt me sterker.”