Column

Hiërarchie

In het oudste wielerland België is de belangstelling voor de Tour de France nog niet op gang gekomen. Poedels met een gele trui zie je niet in het straatbeeld, ze zijn nu allemaal in de driekleur van de Rode Duivels verpakt. Zoals de toppen van fruitbomen, autospiegels, dakgoten en schooljuffrouwen. Bizar toch dat vrouwen in nationalisme harder krijsen dan mannen.

De Belgen verwachten dat de EK-koorts nog tot volgende week zondag duurt. Ook de Fransen, Italianen en Duitsers blijven tot die tijd in de ban van het Europees kampioenschap voetbal. Dan is de Tour negen ritten ver en wenkt de Mont Ventoux. Toch vind je wielerberichten nog steeds op de laatste pagina van sportkranten. Voetbal blijft de prioriteit. Het is een desacralisatie die pijn doet. Alsof alleen landelijke voetbalteams van nationaal belang zijn en wielrenners thuishoren rond het afvoerputje van folklore. In de conservatieve wereld van de sport blijft de hiërarchie wat ze honderd jaar geleden ook was. Uiteraard gesteund door commercie.

Voor Nederland kan de Tour een verlossing zijn. Het einde van een neurose over gedoemde betekenisloosheid van vlag en hymne. De afwezigheid van Oranje op het EK was zwaar om te dragen. Voetbalanalisten en coaches vierden de onderbuik met zure oprispingen. Gerrit Komrij kreeg alsnog gelijk: televisie is een treurbuis. Drie weken lang viel er niets te wapperen in de polder. Met een beetje geluk kan die leegte worden ingehaald in de Tour. De eerste etappe Mont Saint-Michel-Utah Beach is er een voor sprinters. Sinds enige tijd is Dylan Groenewegen toegetreden tot het kransje sprintbommen. Op een begenadigde dag kan hij zich meten met Greipel, Kittel en Degenkolb. De laatste dagen had hij last van buikloop, maar dat hebben alle jonkies aan de vooravond van de Tour, want het blijft toch een wereldpodium.

Het zou dus kunnen dat Groenewegen (voor even) de gele trui pakt. Voor Lotto-Jumbo zou dat een geweldige ontlading zijn na jaren van misère en voor Nederland de opheffing van de staat van schaamte. Ik ken er die voor minder willen sterven.

Nog mooier: Wout Poels kan luttele dagen later van de Mont Ventoux een Nederlandse berg maken. Eindelijk een streep achter het oranje kolonialisme op l’Alpe d’Huez. De Limburger heeft er de klimmersbenen voor. Zijn kopman Chris Froome heeft aangekondigd dat hij pas in de derde, zware week wil pieken. Voor hem komt de Ventoux te vroeg. Voor Poels is de meest mythische aller cols een paradijs. Want hij wil zich niet beperken tot knechten. Er moet ook iets van persoonlijk prestige te winnen zijn, heeft hij zijn bazen van Sky ferm laten weten. Ik zie het er van komen dat de eergierige slungel op vijf kilometer van de top zijn duivels ontbindt en alleen over de meet komt in het maanlandschap. Zo niet krijgt hij een herkansing in de klimtijdrit naar Megève.

Chris Froome is gebrand op een derde Tourzege. Maar dat is Alberto Contador ook. De Spanjaard die vorig jaar nog koersmoe leek, heeft de zin in het afzien hervonden. Hij wil zelfs nog twee jaar doorgaan als coureur. Alberto heeft wielerliefhebbers veel plezier gebracht. Flyer op de flanken van monsters, in de drie grote ronden. Altijd in de aanval. Ook nog een lieve jongen die je wil aaien.

Froome en Contador zullen wel moeten afrekenen met Nairo Quintana. De Colombiaanse klimmer verkeert in de vorm van zijn leven en heeft aan Movistar een ploeg die bergen kan verzetten. Het is tijd voor enige lichtval in zijn spelonkdonkere blik.