Column

Een denkpauze in de Brexit is meer dan welkom na de chaos

Het ‘ja’ voor een Britse uittrede uit de Europese Unie, een week geleden, was een schok. Maar de politieke en economische chaos die erop is gevolgd, heeft zich precies volgens de voorspellingen voltrokken. Zelden maakte het Verenigd Koninkrijk zo’n stuurloze en onverenigde indruk.

Premier David Cameron heeft ontslag moeten nemen, het pond is geduikeld, banken en verzekeraars in de City maken aanstalten uit te wijken naar het Europese continent. Schotland en Noord-Ierland, delen van het Verenigd Koninkrijk waar een meerderheid tegen een Brexit stemde, en waar grote belangen op het spel staan, treffen voorbereidingen om zich af te scheiden.

De chaos kreeg donderdag een nieuwe dimensie toen Boris Johnson, de Londense oud-burgemeester en een van de gezichten van het kamp der vertrekkers, bekend maakte bij nader inzien geen kandidaat te willen zijn om Cameron als partijleider en premier op te volgen. Dat gebeurde nadat zijn teamgenoot en gedoodverfde campagneleider, Michael Gove, minister van Justitie, liet weten zelf een gooi naar het premierschap te gaan doen.

Johnson ziet zichzelf als slachtoffer van een politieke sluipmoord. Als dat zo is, kan hij er niet al te verbaasd over zijn: de geschiedenis van de Conservatieve Partij staat er bol van. Tot gisteren kwamen zijn eigen plannen op hetzelfde neer.

Zijn besluit af te zien van de kandidatuur is vaandelvlucht. Het maakt duidelijk dat hij, alle Churchilliaanse retoriek ten spijt, het niet aandurfde om het land uit de – deels door hemzelf veroorzaakte – puinhoop te leiden toen het erop aankwam.

Intussen lijkt de strijd om het leiderschap van de partij teruggebracht tot de vraag wie van de vijf kandidaten het vertrouwen van de partij krijgt om een exit met Brussel uit te onderhandelen. Hoewel hun posities in de campagne verschilden, is duidelijk geworden dat geen van de vijf lijkt te voelen voor een tweede referendum, ook al wonnen de vertrekkers met een smalle marge en hebben meer dan vier miljoen Britten een petitie getekend om opnieuw te mogen stemmen.

Tevens is duidelijk dat de nieuwe partijleider zijn of haar tijd zal nemen om die onderhandelingen te beginnen. Theresa May, de gematigd eurosceptische minister van Binnenlandse Zaken die desondanks voor Remain was, lijkt een geloofwaardige kandidaat om de verdeelde partij te leiden. Ondanks aansporingen vanuit Brussel om haast te maken heeft ze gezegd in elk geval niet voor januari 2017 een beroep te doen op artikel 50, dat het formele begin van de onderhandelingen markeert.

Een denkpauze, een overzichtelijk tijdpad en nieuw leiderschap in Londen betekenen hopelijk dat de rust nu in enige mate terugkeert. Dat is hard nodig. Ook voor Brussel is het nuttig te weten wie het tegenover zich krijgt en welke stappen vallen te verwachten.

Alle betrokken dienen de komende tijd cruciale kwesties onder ogen te zien. Aan Britse zijde is dat allereerst de onverenigbaarheid van gesloten grenzen en volwaardige deelname aan een gemeenschappelijke markt, de illusie die het Leave-kamp helaas aan het volk heeft weten te verkopen.

Tijdens de onderhandelingen dient de premier het verdeelde koninkrijk te vertegenwoordigen met oog voor de belangen van het bijna even grote Remain-kamp. Liefst nadat het volk eerst via algemene verkiezingen een mandaat is gevraagd. Dat die verkiezingen dan neerkomen op een tweede referendum is onvermijdelijk.