De vetocratie rekent af met grijstinten

Helle Thorning-Schmidt, ex-premier van Denemarken, zat maandag in een podiumdiscussie van de denktank European Council on Foreign Relations in het Haagse Vredespaleis. Onderwerp: wat betekent Brexit? Een spreker zei dat ‘angry nativism’ de aanval had ingezet op de ‘kosmopolitische elites’. Een ander sprak de hoop uit dat er een nieuw referendum in het Verenigd Koninkrijk zou komen.

Toen greep zij de microfoon en zei:

„Angry nativism, ‘er komt wel een oplossing’ – zo kun je er toch niet over praten? We hebben het over burgers die bang zijn dat hun cultuur en hun wijk veranderen. We moeten respect voor ze hebben, luisteren, al zijn we het niet met ze eens.”

Volgens de Deense socialist, nu directeur van een liefdadigheidsorganisatie, had zij zelf destijds te weinig aandacht voor onvrede in Denemarken. „Er waren genoeg tekenen. De referenda over de Europese grondwet in Frankrijk en Nederland. Het Deense referendum over Justitiesamenwerking vorig jaar. Het Nederlandse referendum over Oekraïne. Nu het Britse referendum. We verloren ze allemaal.” Achteraf, zei ze, had ze sociale wetgeving moeten aanscherpen, om woede van mensen weg te nemen dat de staat beter voor vluchtelingen zorgt dan voor Deense werklozen. Dat had ze niet gedaan. Nu doet de rechts-populistische regeringspartij het alsnog – en zeer voortvarend.

Zulke discussies, die in heel Europa plaatsvinden, tonen hoe verdeeld de Europese elite is over de portee van het Britse referendum. Maar betekent het dat het hele continent nu moet doen wat de populisten willen: Europa terugschroeven of zelfs opgeven? Dat kan volgens de denktank tot totale stagnatie leiden.

‘Ik hoop dat we later kunnen zeggen dat we in 2016 de strijd aanbonden met ons eigen fatalisme.’

Onderzoekers interviewden 47 protestpartijen en -bewegingen in heel Europa en turfden voor de komende tijd maar liefst 32 plannen voor referenda in 18 EU-landen. Er is zelfs al een woord voor: ‘vetocratie’. Het referendum kan wel eens hét wapen worden om af te rekenen met de globalisering, de parlementaire democratie en andere projecten waarmee Europese elites na de destructie van twee wereldoorlogen dit deel van de wereld probeerden te verbeteren.

Europese eenwording was het antwoord op strijd, politieke polarisatie, meerderheden die minderheden wegvagen en de heerschappij van één partij. Ze stelde er tegenover: onderhandelen, compromis, ratio en tolerantie, internationale samenwerking en indirecte democratie. Het animo voor deze grijstinten neemt snel af. Burgers roepen om zwart-wit. Veel intellectuelen willen Europa op ijs zetten. Maar kan dat, zonder aan de fundamenten te tornen en totale ontrafeling te veroorzaken? Zijn wetten en instituties er niet juist ook om stormen te doorstaan?

Daarbij, Europa stáát allang op ijs. Brussel is vooral nog met vitale issues als immigratie en werkloosheid bezig. Eurocommissaris Timmermans houdt niet-acute onderwerpen van de agenda. Europarlementariërs klagen dat ze weinig meer hebben om over te stemmen. Helaas vertellen regeringen ook dít hun burgers niet.

Moet het nóg minder, uit angst voor de vetocratie? Of wordt het tijd dat mensen die toch liever de EU hebben, zich eens gaan inzetten? Door samen te werken, open te zijn en compromissen te sluiten is Europa het rijkste, meest humane continent ter wereld geworden. Het kan zijn dat we te ver zijn doorgeslagen. Maar het zou waanzin zijn om de essentie ervan zomaar op te geven. „Voor het eerst in de geschiedenis van de EU moeten we echt vechten voor het Europese idee”, zei de Duitse parlementariër Norbert Röttgen in het Vredespaleis. Het zou mooi zijn als mensen later naar dit gebouw konden wijzen en zeggen:

„Daar bonden we in 2016 de strijd aan met ons eigen fatalisme.”