De Mont is weer een eiland

De baai onder aan de Mont Saint-Michel was bijna dichtgeslibd. Oude dijken werden afgebroken en nu stijgt het water weer „zo snel als een paard in galop.”

Foto iStock

In de smalle straatjes die naar de abdij op de Mont Saint-Michel leiden klinkt murmelend gezang. Vakantiegangers in korte broek houden halt en bekijken de traag voorbij schuifelende processie van monniken in het wit. Met op de achtergrond de zilverkleurige baai en de spiegeling van het heiligdom in het opkomend tij, dwingt de gedragen ommegang de jachtige toeristen even tot adempauze. Al eeuwen is de Mont Saint-Michel – zaterdag het decor voor het Grand Départ van de Tour de France – een van de grootste trekpleisters van Frankrijk. Van verre doemt de rotspartij op in het vlakke Normandische land. De bouwwerken op de rots zijn er al sinds de tiende eeuw. Het is het soort ansichtkaart waar de Tour de France als fietsend uithangbord voor het Franse verkeersbureau patent op heeft. „De Mont Saint-Michel is voor Frankrijk wat de Grote Piramide voor Egypte is”, schreef Victor Hugo in 1836 lyrisch.

Maar door menselijke interventies was het oorspronkelijke karakter van het bedevaartsoord voor de kust van Normandië verloren gegaan. Nu is het verbouwd, voor 185 miljoen euro. En de berg is op hoogtijdagen – letterlijk hoogtij – weer een echt eiland. Een paar dagen per jaar is het bij vloed geheel omgeven door water.

Vorige week nog moest een gezin ontzet worden. De getijdentabel niet goed bestudeerd. Het verschil tussen hoog- en laagwater is op sommige plekken twaalf meter. Het water stijgt „zo snel als een paard in galop”, volgens eilandbewoners. Zelfs het laatste stukje van de nieuwe brug met de wal staat bij extreem hoogwater (vanaf 12,85 meter) blank.

En die processie? De Mont speelt in de katholieke kerk nog altijd een prominente rol, zegt historicus Henri Decaëns. Sinds 966 zou de rots door monniken bewoond zijn. Een zekere Bernard zou in het jaar 867 als eerste een pelgrimstocht naar de bij vloed geheel door water omgeven berg hebben ondernomen. Hij was eerder in Rome, Monte Gargano en zelfs in Jeruzalem geweest en schreef vol vervoering over de spectaculaire getijdenwisseling. In de Middeleeuwen zouden allerlei wonderbaarlijke genezingen in de baai hebben plaatsgehad.

Nog altijd trekken jaarlijks duizenden pelgrims naar wat ‘La Merveille’, het wonder, genoemd wordt, zegt Decaëns. „Wie pelgrim of toerist is, weet je natuurlijk niet”, zegt hij. „Maar misschien”, vervolgt hij na korte contemplatie, „zou je kunnen zeggen dat toeristen de moderne pelgrims zijn.”

In dat geval gaat het de katholieke kerk voor de wind. Jaarlijks bezoeken zo’n 2,5 miljoen mensen de Mont Saint-Michel. Maar waar zij vooral voor komen, de wisseling van getijden die bij hoogwater van de rots een eiland maakt, dreigde mede onder invloed van dat massatoerisme dus de afgelopen decennia verloren te gaan.

Ingepolderd

Dat zit zo. Vanaf de achttiende eeuw zijn stukken van de baai ingepolderd voor de landbouw. Als deel van die poldérisation kwamen eind negentiende eeuw verschillende dijken in de baai, waaronder één die het eiland permanent met het vasteland verbond. In 1901 werd het zelfs mogelijk met de stoomtrein rechtstreeks van het plaatsje Pontorson, 10 kilometer verder aan de wal, naar het voormalige eiland te reizen. Duizenden auto’s en toeristenbussen stonden op de dijk onder de berg geparkeerd.

Vooral die dijken hebben ervoor gezorgd dat de baai steeds verder dichtslibde en begroeid raakte. De in 1969 opgeleverde Barrage de la Caserne, een dam in het riviertje de Couesnon, versterkte dit proces. „Meteen in de navolgende jaren trokken deskundigen aan de bel”, zegt Decaëns. „Als niets was gedaan, dan was de Mont Saint-Michel in 2040 geen eiland meer geweest en had het alle aantrekkingskracht verloren.”

In 1983 ging de eerste dijk tegen de vlakte en in 1995 werd besloten tot een ingrijpende operatie om de Mont zijn ‘maritieme karakter’ terug te geven. Eigenaren van toeristenwinkeltjes, restaurants en hotels op de berg mokten dat ze daardoor klandizie zouden kwijtraken, maar de hervorming werd doorgezet. Vanaf 2005 werd een nieuwe dam gebouwd die de watertoevoer beter regelt en de ‘sedimentatie’ stopt. Er kwamen nieuwe parkeerterreinen op de wal en shuttlebusjes die de bezoekers via een discrete brug dag en nacht naar de berg brengen. Vorig jaar werd het laatste stukje oude dijk waar vroeger auto’s en treinen reden gesloopt.

Decaëns, die ook voorzitter is van de Amis du Mont Saint-Michel, was tijdens de bouwwerkzaamheden kritisch over het besluit een deel van het wad aan het eind van de loopbrug van verhoogd beton te voorzien zodat bussen daar kunnen keren en het eiland niet altijd bij hoogwater een eiland zou worden. Dat was „heiligschennis”, fulmineerde hij in Le Monde. „Dat vind ik nog steeds”, zegt Decaëns nu. „Maar ik heb er wel veel plezier van gehad toen ik laatst in pak terug naar het vasteland moest en vergeten was naar de getijdentabel te kijken.”