De goede jaren liggen achter ons

Zowel voor- als tegenstanders van een Nexit hebben het gevoel dat ze weinig greep hebben op de politiek en op hun leven. In vijf Nederlandse buurten praten mensen over wat ze van de EU merken en vinden. „Europa is geen feit, Europa is een gevoel.”

Uiterst links: de wijk Weidevenne in Purmerend. Links: Nico van Straten uit Capelle aan de IJssel die tegen een Nexit is. Hiernaast: Novella de Freitas uit Purmerend, die tegen een Nexit is. Foto’s Tammy van Nerum

Op de camping zat Ingrid Bulterman met wat vriendinnen voor de tv te kijken naar de uitslag van het Brexit-referendum. Klapstoeltjes, hapjes d’r bij. „Het leeft hier”, zegt ze, terwijl ze op de Amazonelaan in Purmerend twee honden in het gareel trekt. Toen de uitslag binnenkwam, dachten ze: „Zie je, zij hebben het wel gedurfd.” Bulterman (49) zegt erbij: „Het is waarschijnlijk niet slim van ze, maar ik snap die Britten wel.”

De in Landgraaf wandelende Aad van Dorp (58), manager bij NS, is heus voor een verenigd Europa. Maar sommige landen halen de krenten uit de pap, die willen wel de lusten, niet de lasten – „een gemiste kans voor zoiets moois”. Zijn hart zegt: eruit. Zijn verstand zegt dat het niet goed is om eruit te stappen.

Ronnie Prijs (49) in Vriezenveen, gemeente Twenterand, zou het wel overwegen, een Nederlandse uittreding. „Het kost eenmalig veel geld. Het zal moeilijk zijn in het begin, maar het kan toch veel beter worden.”

De 73-jarige mevrouw Timmer in Amsterdam-Osdorp („ik klaag niet”) zal pas voor of tegen besluiten nadat ze zich heeft ingelezen. Net als bij het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne. Toen heeft ze veel gelezen en uiteindelijk tegen het verdrag gestemd.

De hoogbejaarde binnenvaartschipper en zijn vrouw in de Zeeheldenbuurt van Capelle aan den IJssel vinden dat Nederland nooit in de EU had moeten gaan. Maar nu we erin zitten, moeten we er niet „klakkeloos” uitstappen. „Het is een moeilijke beslissing.”

De Britse sprong uit de Europese Unie heeft de vraag opgeroepen of Nederlanders dezelfde keuze moet worden voorgelegd. De meeste politici zijn niet voor zo’n raadpleging, al zeggen ze er wel bij dat de Brexit een „wake-upcall” voor Europa is.

Verslaggevers van deze krant gingen naar vijf buurten in Nederland om met de bewoners te spreken over de Europese samenwerking. De buurten zijn zo geselecteerd dat de kans het grootst was om er voorstanders van een Nederlandse uittreding te vinden (zie kader).

Waarom wilden we juist de uittreders in spe spreken? Omdat hun keuze meestal wordt afgedaan als slecht beargumenteerd. Wat antwoordde D66-leider Alexander Pechtold deze week in Trouw op de vraag hoe „de politiek” „de onvrede” kan wegnemen? „Door het bestrijden van populisme en feitenvrije politiek.”

Is het dan allemaal populisme en feitenvrije politiek? Is het onwetendheid? Ongereguleerde emotie? Woede? Of kan het ook de weloverwogen afwijzing van een bestuurlijke constructie zijn?

Columnist Maxim Februari nam het in deze krant op voor de eurosceptici: „Verschillen in begaafdheid mogen relevant zijn als je een raket wilt bouwen, ze zijn verwaarloosbaar als je de taak hebt gekregen met enige spoed de wereldvrede te arrangeren. Toch duikt het verwijt van domheid vooral op in gesprekken over maatschappelijke ontwikkelingen die zo complex zijn dat niemand er ook maar een moer van begrijpt.”

In de vijf buurten – variërend van grootsteeds en arm (Amsterdam) tot dorps (Twenterand) en welvarend (Purmerend) – hielden de verslaggevers geen enquête die kan leiden tot een conclusie voor heel Nederland. Ze voerden vooral gesprekken om inzicht te krijgen in de beweegredenen van de ‘Nexiteer’.

Genuanceerd

In de eerste plaats: de geïnterviewden waren zeer verdeeld. En hun meningen waren meestal genuanceerd voor of genuanceerd tegen. De voorstanders van de EU zagen ook scherp de tekortkomingen ervan. De voorstanders van een Nexit somden even ruimhartig de voordelen van de Unie op. En de twijfelaars twijfelden over voor- en nadelen. „Dubbele gevoelens”, zoals de 34-jarige Olga Moerkerke in Capelle aan den IJssel zegt. En die dubbele gevoelens trof je aan bij jong en oud, bij hoger- en lageropgeleiden, in villa’s en flats.

Alleen tussen de huurflats van Amsterdam-Osdorp waren vrijwel alle geïnterviewden voor uittreding en dat in ongezouten termen („geldklopperij”, „oplichters”). De meest genoemde argumenten staan hier in verband met de problemen in de buurt, die de ondervraagden met eigen ogen van samenstelling hadden zien veranderen. Samengevat: de „buitenlanders”.

Een lokale winkelier vertelde hoe ze door twee mannen van Marokkaanse komaf was overvallen, met een pistool. Voor haar en anderen is het thema ‘buitenlanders’ een breed spectrum. „Je ziet toch hoe veel vluchtelingen ze toelaten”, zegt ze. „Die krijgen 7.000 euro voor spullen en wij krijgen niks. Ik betaal elke maand 120 euro zorgpremie, een vluchteling betaalt 79 euro. Hij krijgt meer leefgeld dan ik verdien met mijn baan.”

Ook de zonnige Bert Rooze, 82 jaar, langs de eengezinswoningen in de Purmerendse Bossa Novastraat op weg naar zijn kleinkinderen, denkt soms wel: „Denk eens aan je eigen mensen.” Hij zou nu voor uittreding stemmen.

Terroristische aanslagen worden ook in verband gebracht met de toestroom van asielzoekers. Een enkeling verwijst naar de berichten dat de vreemdelingenpolitie het vorig jaar zó druk had, dat de identiteitscontrole erbij inschoot. „Hoe denk je dat al die aanslagen tot stand komen?”

Geld is een belangrijk argument voor én tegen de EU. De man die in Twenterand in de snackbar werkt en wel wil praten, maar dan zonder zijn naam in de krant, gaat eerst eens kijken wat er in Engeland gebeurt na de Brexit. Dit weet hij wel: „Sinds 2002 en de euro hebben mensen minder te besteden, dat merken we in de snackbar ook. Het hoofd boven water houden lukt wel, maar het is allemaal zo teruggelopen. Vroeger waren we tot half twaalf open, nu doen we om acht uur de deuren dicht. Komt toch niemand. In deze hele wijk zit nu nog maar één café.”

Aan de euro worden alle prijsstijgingen en inflatie toegedicht. De gepensioneerde meneer en mevrouw Bakker in Amsterdam hadden gespaard voor de kleinkinderen. „Toen we dat geld wilden hebben omdat ze achttien werden, zei de bank: sorry, dat is opgegaan in de beleggingen. We waren meer dan de helft kwijt! Dus nu sparen we niks meer. We hebben het geld ook niet om te sparen hoor.”

Dure bloemkool

Een postbezorger die langs de kleine koophuizen van Capelle aan den IJssel gaat, mist de gulden soms: „Als ik een bloemkool zie, en ik reken de euro’s daarvan om naar guldens, dan denk ik: zo, dat is best veel, vijf gulden voor een bloemkool.” Andere mensen zeggen dat Nederland bij de invoering van de nieuwe munteenheid te weinig euro’s voor de gulden heeft gekregen – en dat dit expres is gebeurd om zwakkere munten een duwtje te geven.

En het voordeel van een gezamenlijke munt dan? Ach, zoals een inwoner van Purmerend zegt: „Betalen is overal ter wereld plastic geworden. Ik haal zelfs in Nederland geen euro’s meer uit de muur.” Nico van Straten uit Capelle zegt: „De goede jaren liggen voor een groot deel achter ons. De onvoorstelbare welvaartsvermeerdering die we hebben gehad, mede dankzij de EU, ligt ook achter ons.”

Bezuinigingen op de ouderen- en de gezondheidszorg worden hierbij heel vaak genoemd. Waarom miljarden afdragen aan de Europese Unie – waarmee dan bijvoorbeeld de economie van Griekenland wordt geschraagd – terwijl je in Nederland de bejaardentehuizen ziet sluiten, de thuiszorg steeds sneller en goedkoper moet en de ziektekostenpremies stijgen en stijgen? Ook de Purmerendse Novella de Freitas (39), die bij het internationaal georiënteerde eBay werkt en volmondig voor de Europese Unie is, vraagt zich weleens af: „Hebben jullie, politici, zelf geen ouders of zo?”

Zijn dat domme of populistische vragen? Misschien worden besluiten van de Europese Unie en besluiten van de nationale regering in Den Haag in deze argumentatie vermengd. Maar is dat gek, als Haagse bestuurders en politici van alle partijen zelf zo vaak naar Brussel verwijzen om hun besluiten te verklaren?

Europa is geen feit, Europa is een gevoel. Informatie en ervaringen voeden dat. „Wij voelen de voordelen gewoon niet”, zegt gitaarleraar Ben Berendsen in Heerlen, waar alle inwoners even gemakkelijk boodschappen doen in Duitsland als in Nederland. En zouden positieve ervaringen (meer welvaart, niet in de rij staan voor de grens, samen staan we sterk) wel altijd meer beredeneerd zijn dan de negatieve (ergernis over de regeltjes of ondoorgrondelijke besluiten)?

Kijk om je heen in deze wijken. De gerenoveerde mijnwerkershuisjes, de eengezinswoningen, de met de passer getrokken lanen, de fietspaden, de plantsoentjes, de speelplekken – het ziet er allemaal zo áf uit. De meeste ondervraagden geven hun buurt vier of vijf sterren van de vijf. Ze zijn tevreden met hun leven en ze zijn ook niet altijd óntevreden over de politiek, maar ze brengen een en ander meestal niet met elkaar in verband.

De welvaart is voor de meeste bewoners een gegeven. En als die voor individuele burgers terugloopt, dan zien ze dat als het gevolg van politieke besluiten – bezuinigingen, stijgende prijzen in de gezondheidszorg – en niet van hun eigen keuzen of daden. Anders gezegd: zij kijken eigenlijk alleen naar de politiek als ze negatieve veranderingen zien.

In de Purmerendse straat Yellowstone doet een man op zijn sokken de voordeur open. Hij is niet boos, laat staan woedend. Hij zegt dat hij niet zoveel kijk heeft op de werking en invloed van de Europese Unie, maar komt met voorbeelden waaruit blijkt dat hij goed genoeg geïnformeerd is. De reden waarom hij „op dit moment” voor uittreding zou stemmen: „Ik heb weinig invloed op belangrijke besluiten die in Brussel en Straatsburg worden genomen.”

De Europese Unie ráákt hem niet, zegt hij. „Europa heeft weinig invloed op mijn leven en dat leven is prima.” Hij is in loondienst als applicatiebeheerder en heeft op deze kavel vijftien jaar geleden zijn huis zelf gebouwd. Wat heeft hij nou eigenlijk met Europa te maken en Europa met hem?

Verschillende mensen zeiden dat ze wel zouden willen nadenken over een Nexit, maar dat ze het gevoel hadden dat Nederland nu eenmaal „vastzit” aan de Europese Unie. Dat ze geen keus hebben en geen invloed – en is dat niet de brandstof geweest voor alle belangrijke democratische revoluties uit de geschiedenis?