Cultuur

Interview

Interview

Foto Tim de Waele / Getty Images

‘De chaos in de koers neemt toe’

Over zijn vorm maakt Bauke Mollema zich geen zorgen, over de chaos in het peloton des te meer. ‘Het zou me niet verbazen als er meer doden vallen.’ Door onze redacteur Dennis Meinema

30 juni 2015

Daags voor de start van de Tour de France in Utrecht schrijft Bauke Mollema (29) een blog op cyclingnews.com. Dat deed hij wel vaker, maar niet eerder met zo’n ernstige ondertoon. Hij maakt zich zorgen over de veiligheid in het peloton, vooral in de traditioneel chaotische eerste Tourweek. Het klassement ligt dan nog helemaal open en renners nemen in de belangrijkste wielerwedstrijd van het jaar meer risico’s dan normaal. Mollema komt in zijn blog met een aantal aanbevelingen om grote valpartijen te voorkomen: het peloton is met bijna tweehonderd renners te groot. Daar kunnen makkelijk zestig renners vanaf, vindt de Groninger. En rijden met oortjes is vaak niet nodig. Het leidt tot onnodig veel stress. Tot slot moet de driekilometerregel ruimer. Trek het punt waarna renners bij een valpartij geen tijd meer kunnen verliezen op vijf of zelfs tien kilometer van de finishlijn. Mollema’s boodschap: doe alles om stress in het peloton te reduceren.

6 juli 2015

Een week later gaat het in de derde Touretappe van Antwerpen naar de Waalse Muur van Hoei mis. Het peloton wordt op een lint getrokken, nerveuze renners zoeken een goede uitgangspositie voor de finale. Als de Franse renner William Bonnet met zestig kilometer per uur tegen het asfalt smakt, is er vlak achter hem geen houden meer aan. Één voor één vallen grote namen weg: geletruidrager Fabian Cancellara moet opgeven met gebroken rugwervels, Tom Dumoulin breekt zijn schoudergewricht, Bonnet een nekwervel – de valpartij slaat een gat in het peloton nog voor de Franse grens is bereikt. Mollema ontspringt de dans, en wordt na drie weken heldhaftig koersen zevende in de Tour.

15 juni 2016

Na een stabiel voorjaar zonder uitschieters zit Mollema nu in zijn eentje in Isola, een Frans skigebied in de Alpen. Zijn vrouw en twee kinderen komen hem dit weekeinde vergezellen, maar nu is het stilletjes in zijn hotelkamer. Het geeft hem de rust om te doen wat hij graag doet: lezen. Een sportboek, niets bijzonders. Hij had even niets anders liggen. In zijn Tourkoffer gaat De Boekendief, over de Tweede Wereldoorlog. Toepasselijk met een Grand Départ dat in het teken staat van de landing op de stranden van Normandië.

De kopman van Trek-Segafredo is net met keelontsteking uit het Critérium du Dauphiné gestapt. Geen kracht meer in zijn benen, het had geen zin meer om door te gaan. Maar na drie dagen antibiotica was hij weer het heertje.

Mollema is in de Alpen voor zijn tweede hoogtestage van dit jaar. De eerste deed hij in het voorseizoen in de Sierra Nevada samen met een groot deel van zijn ploeg. Deze tweede stage van tien dagen is bedoeld voor hem alleen. Het gaat nu om de lange beklimmingen. Daar is hij beter dan ooit, zegt hij. Hij ziet het aan de wattages die hij trapt.

Mollema hoorde in de Dauphiné bergop bij de tien beste renners van het peloton, dus hij maakt zich over de Tour geen zorgen. Met zijn vorm zit het wel goed. Maar net als vorig jaar zit hij met zijn veiligheid in zijn maag. Met zijn blog van vorig jaar is niets gedaan, hij heeft er niemand over gehoord. „Terwijl ik het gevoel heb dat onze sport alleen maar gevaarlijker wordt”, zegt hij vanuit Isola. „Er waren veel meer incidenten met motoren. Peter Sagan werd geschept in de Vuelta van vorig jaar, Antoine Demoitié werd in maart overreden in Gent-Wevelgem. En vorige week had je nog dat incident met Bouhanni [de sprinter die een tegenstander een kopstoot gaf in de Dauphiné, red.]. Ik snap er helemaal niets van dat hij geen straf kreeg. En een dag later kreeg Contador een handaflossing. Dat mag helemaal niet. Maar ook dat strafte de ASO [tevens organisator van de Tour, red.] niet af. Dat wordt wat over twee weken. De Tour wordt nog veel gevaarlijker.”

En dus kijkt Mollema niet uit naar de eerste paar dagen in Normandië, die hij moet zien te overleven, het liefst uit het gedrang ergens achterin het peloton, „op plaats vijftig als het even kan”. Anders dan vorig jaar is de eerste etappe geen proloog, maar een vlakke etappe naar Utah Beach. Treinen van renners zullen elkaar verdringen om hun sprinter naar de eerste gele trui van deze Tour te loodsen. Er staat wat op het spel. Chaos gegarandeerd. „Ik vraag me weleens af wanneer het echt helemaal mis gaat”, zegt Mollema met een onheilspellende kalmte in zijn stem. „Het zou me niets verbazen als er binnenkort bij weer een massale valpartij veel meer doden gaan vallen.”

Voor Mollema staat buiten kijf waar dat mee te maken heeft. „Ik had er laatst nog een discussie over met Zubeldia [zijn collega van 39, red]. Hij heeft nog meegemaakt hoe de sfeer in het peloton een paar jaar geleden was. Toen had je nog ongeschreven regels: je komt nooit binnendoor bij iemand in een bocht, in een afdaling doe je geen gekke dingen. Als je dat wel deed, werd je op je gedrag aangesproken door de leiders van het peloton, Armstrong, Cipollini, Cancellara. Maar nu is er geen respect meer. Het is ieder voor zich. En ik doe gewoon mee. Ik probeer wel veilig te rijden, maar soms rem ik ook later dan ik zou willen. Je moet wel, anders raak je achterop.”

Hij vindt zijn vak er niet leuker op geworden. Wielrennen anno nu is gevaarlijk. „Alle klassementsmannen zijn bang om een gaatje te laten vallen, op het vlakke maar ook in de afdalingen. Nu wordt er volle bak naar beneden gereden, waar dat een paar jaar terug pas in de finale begon. Mollema blijft erbij: „Minder renners per ploeg. Honderdveertig man is genoeg. Echt.”

1 juli 2016

Een dag voor Le Grand Départ in Saint-Lô, Normandië. Tijdens de persconferentie van Trek-Segafredo staart Mollema wat dromerig voor zich uit, ervaren rot Fabian Cancellara zit links van hem. De Zwitser trekt de meeste aandacht. Mollema mag dan de belangrijkste man voor het algemeen klassement zijn, Cancellara is in zijn laatste jaar als wielrenner nog altijd de onbetwiste leider van de ploeg. Als een verslaggever vraagt of hij wat van dat leiderschap herkent bij Mollema, verhaalt hij vooral over hoe hij die rol zelf altijd probeerde in te vullen. Mollema vindt het wel best dat ‘Spartacus’ nog één keer in de schijnwerpers treedt. Het geeft hem de rust om toe te werken naar wat zijn beste Tour ooit moet worden, met een plek bij de beste vijf in het klassement. De gevaarlijke eerste dagen blijven wat op de achtergrond. Hoewel: „The Tour de France is a survival,” zegt Mollema tegen het journaille. Laat het dat zijn.