De beurs was een beroerde goeroe

Brexit De schrik van de Brexit leek op de beurzen weg te ebben, naarmate de week vorderde. Maar het is riskant om daar veel wijsheid aan te ontlenen.

AFP

Risk on, risk off, zo wordt de onderbuikreactie op de financiële markten tijdens en na grote gebeurtenissen in de regels samengevat. Of beleggers vluchten uit aandelen en in veilige staatsleningen, in tijden van nood. Of ze steken hun geld in aandelen en gaan juist uit staatsobligaties als het rode licht weer gedoofd is.

Ruim een week na de Brexit leven we, om met Bank of England-topman Mark Carney te spreken, in een post-traumatische periode. Maar wat de markten vertellen is nogal ambivalent. Er was de vlucht uit aandelen, en hoe. Maar in de loop van de afgelopen week wisten veel aandelenbeurzen zich aardig te herstellen. Op de markt voor staatsobligaties gebeurde iets anders. Er was inderdaad de aanvankelijk vlucht in staatsschuld. Maar beleggers gingen daar vervolgens niet meer uit. Dat is te zien aan de effectieve rente op staatsleningen. Die zakte kort na de Brexit tot recordlaagte. En hij ging niet meer omhoog.

Zijn we nu risk on, of risk off? Geen van beide. Er is eerder sprake van een voorgeborgte. Of zoals de Britten zeggen: een limbo.

Morfogenetische misverstanden

Nu mag de financiële markt als thermometer van de toestand in de wereld niet worden overschat. Het onvermogen vorige week donderdag om de ‘Brexit’ te voorzien is een nieuwe nagel aan de doodskist van de theorie dat de markt over een magisch vermogen beschikt om alle beschikbare informatie van het moment in zichzelf samen te vatten en tot uitdrukking te brengen.

Het doet denken aan de theorie van het ‘morfogenetische veld’ die in de jaren tachtig door de Britse wetenschapper Rupert Sheldrake werd geopperd. Hij ging ervan uit dat alle kennis van de mensheid (en van diersoorten trouwens) op elk moment beschikbaar was voor ieders bewustzijn. Vandaar dat hij er van overtuigd was dat het ’s middags makkelijker moest zijn om het kruiswoordraadsel van The Times op te lossen, dan ’s ochtends: hoe verder in de dag, hoe meer andere mensen het raadsel al hadden opgelost, en deze collectieve kennis zou al moeten zijn neergeslagen in het brein van de middag-puzzelaar.

Nooit bewezen, uiteraard. Maar intussen zijn hele volksstammen nog steeds elke dag bezig met het verklaren van de buitenwereld via de koersen op de financiële markten, in plaats van andersom. Ah, goud stijgt. Oh, de steunlijn van de S&P-500 wordt doorbroken. Enzovoort.

In 130 jaar niets opgeschoten

De Britse columnist John Plender vestigde deze week de aandacht op een alweer bijna vergeten onderzoek uit 2014 van de Amerikaanse hoogleraar Thomas Philippon van de Stern School of Business van de Universiteit van New York. Hij becijferde dat de Amerikaanse financiële sector in de afgelopen 130 jaar geen enkele productiviteitswinst had geboekt. Nog een keer: geen enkele productiviteitswinst in 130 jaar. Nog steeds zijn de kosten van financiële diensten rond de 2 procent van wat wordt omgezet. Wat er door de jaren heen aan efficiency is bereikt, is nooit doorgegeven aan klanten, maar verdwenen in de zakken van de sector zelf. Dat verklaart de opgelopen salarissen en de bonuscultuur.

Het verklaart wellicht ook de these van de Bank voor Internationale Betalingen, die zondag zijn jaarverslag publiceerde. Normaal is die publicatie best een gebeurtenis. Ditmaal sneeuwde hij geheel onder door de alle consternatie over de Brexit. De BIS stelt dat, na de crisis in 2008, de economische groei best weer het gemiddelde tempo kan krijgen van voorheen. Maar het bruto binnenlands product is wél duurzaam verlaagd, en dat valt niet meer in de halen.

Pikant is dat de BIS een belangrijke oorzaak aanwijst voor de duurzame val van productie en welvaart na de Lehman-crisis. En dat is dat voorafgaand aan die crisis de financiële sector enorm is gegroeid. Er is, volgens de ‘bank der centrale banken’ op die manier veel kapitaal en talent gevloeid naar een sector met een lage productiviteit. Er is een welvaartszeepbel opgeblazen, vooral door de financiële sector, en die is vervolgens leeggelopen. En nu kunnen we misschien wel weer normale groei tegemoet zien, maar kampen we tegelijkertijd met een hardnekkige overcapaciteit.

De aandelenbeurzen herstelden deze week, maar dat was vooral omdat beleggers verwachten dat de rentes lager worden, en langer laag blijven dan gedacht. Het herstel van de economie, dat toch al broos was, komt er door in gevaar.

Dat is het échte effect van de Brexit op de financiële markten. Veel analisten dacht dat de Amerikaanse centrale bank in juli of september zijn rentes verder zou verhogen. Nu denken ze dat het wel een jaar kan gaan duren. Bank of England-topman Carney heeft al laten doorschemeren dat een Britse renteverlaging niet mag worden uitgesloten. En er zijn steeds meer economen die verwachten dat de ECB zijn opkoopprogramma van staatsleningen en bedrijfsleningen zal verlengen tot ná april volgend jaar. Hoe dat afloopt? Het verklaart in ieder geval waarom beleggers tegelijkertijd in aandelen én in obligaties stappen. Dat lijkt goed nieuws. Maar het tegendeel is waar.