China’s bruggenhoofd is weg

Met het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie verliest China zijn belangrijkste pion in Europa.

Chinese toeristen ontdekken de voordelen van een goedkopere pond. Foto Kevin Coombs / Reuters

De Chinese ergernis over „dat democratische referendum” in het Verenigd Koninkrijk spat in China al de hele week van de krantenpagina’s en het tv-scherm af. Geldzaken spelen in de cascade van misprijzende commentaren niet eens een hoofdrol; het zijn vooral politieke en economische zorgen over „destabiliserende chaos in het Westen en een door verdeeldheid, vluchtelingen en terrorisme verzwakt Europa” (Volksdagblad).

Eerst de Brexit, waar de meeste Chinese commentatoren en leiders helemaal niets van begrijpen, omdat zij uitsluitend met elites van Londen omgaan. Terwijl de staats- en partijmedia waarschuwen dat „opnieuw” is gebleken dat democratische besluitvorming leidt tot „verwarring, teleurstelling en zelfs extremisme”, maakt China een eerste balans op. Dat gebeurde onder andere op het zogenoemde ‘Zomer Davos’ van het Wereld Economisch Forum in havenmetropool Tianjin.

Daar maakten Chinese en andere Aziatische politici, (staats-)ondernemers en analisten duidelijk dat de onmiddellijke economische schade beperkt zal blijven, maar dat de pijn schuilt in het verlies van – indirecte – politieke invloed.

Beurzen herstellen zich al; Chinese toeristen, studenten en huizenkopers ontdekken de voordelen van een goedkopere pond. En voorlopig zullen Chinese banken, die tot de top van mondiale financiële wereld behoren en grootinvesteerders zoals technologiebedrijf Huawei zich niet terugtrekken uit de City of Britse vliegvelden en de kernenergiesector.

„Het punt is vooral dat wij een van onze belangrijkste politieke pleitbezorgers in de Europese Unie gaan verliezen. We kunnen altijd nieuwe handelsverdragen met het Verenigd Koninkrijk maken, maar wij krijgen een pro-Chinese stem in de EU niet terug”, weet An Jun, politiek en economisch commentator van de Global Times, de tabloid van de Communistische Partij van China. Dat doet des te meer pijn in Beijing, omdat het president Xi Jinping zelf was die het afgelopen jaar erop heeft gegokt dat de Britten in de EU zouden blijven.

Acht maanden geleden ging Xi bier drinken in een pub, voetballen kijken bij Manchester City en dineren met de Queen om „een gouden brug naar de toekomst” te slaan. Hij had van Cameron immers begrepen dat er van een Brexit geen sprake zou zijn.

De toast die Xi toen tijdens het staatsbanket uitbracht op het Verenigd Koninkrijk was ook China’s signaal dat het verleden – Opiumoorlogen in de 19e eeuw, schandalige plunderingen van het Zomerpaleis, ontvangsten van de Dalai Lama door Cameron – was afgesloten.

Xi liet zich van zijn meest sociale en goedmoedige kant zien, omdat hij – en de top van de Chinese diplomatie – het Verenigd Koninkrijk zagen als een pro-Chinees bruggenhoofd in de EU. Cameron wilde niets liever dan „de beste vriend van China in het Westen” zijn en beloofde geen punt meer te maken van Tibetaanse en andere mensenrechtenkwesties. Als eerste westerse natie, en zeer tegen het zere been van de VS, erkende Londen Xi Jinpings nieuwe Aziatische Infrastructuur Investeringsbank (AIIB), die deze week van start is gegaan.

Maar sneller dan menig sloper een oude Beijingse of Shanghaise ommuurde wijk platwalst, hebben de Britten zelf het Chinese bruggenhoofd in puin geslagen. Het verlies van de pro-Chinese, pro-vrijhandel-stem van het Verenigd Koninkrijk aan de Europese tafels raakt China onmiddellijk. Ook omdat een schaakstuk om Europese landen naar believen uit elkaar te spelen, van het bord is geveegd.

Handelspolitiek

In Beijing wordt gevreesd dat de kansen om de begeerde, handelspolitieke status van „markteconomie” toegekend te krijgen, zijn gedaald met het vertrek van de Britten. China wil officieel aangemerkt worden als een markteconomie, omdat deze status bescherming biedt tegen antidumpingmaatregelen van de EU en de Wereldhandelsorganisatie WTO.

Bij het toetreden van China tot de WTO in 2000 was toegezegd dat China na hervormingen deze status, die allerlei handelspolitieke en tariefsvoordelen oplevert in 2016 zou worden toegekend. Echter, het verzet daartegen groeit in Duitsland, Frankrijk en in het Europees Parlement, waar een resolutie tegen China is aangenomen. Dat heeft onder andere te maken met de dumping van spotgoedkoop Chinees staal in Europa.

En dat is een trend die in China nog de meeste zorgen baart. De Chinese economie zwakt maand na maand af; in de eerste jaarhelft komt de groei waarschijnlijk net boven de 6 procent uit. Een deel van de verklaring daarvoor ligt in de dalende export.

Premier Li Keqian waarschuwde in Tianjin daarom tegen het toenemende protectionisme en riep alle handelslanden ter wereld de grenzen niet te sluiten. Logisch, want China heeft als grootste exportland het meest te verliezen. Dat China zelf strategische markten gesloten houdt en opnieuw de renminbi goedkoper maakt, liet Li uiteraard onvermeld.

Het verzet tegen globalisering zien de Chinezen niet alleen in Europa groeien, maar ook in de VS waar de Republikeinse presidentskandidaat luidkeels en protectionistisch tekeer gaat tegen China en tegen handelsakkoorden. Verzet tegen mondiale vrijhandel wordt in China meestal al snel uitgelegd als een verkapt verzet tegen de opmars van China. In het geval van Donald Trump is dat ook begrijpelijk.

De Chinese autoriteiten proberen deze protectionistische trends te weerstaan met de AIIB, die deze week besloot om 500 miljard euro in Aziatische infrastructuur te investeren. Daarnaast propageert president Xi die ten tijde van het Britse referendum door Midden- en Oost-Europa toerde, het ‘Een Riem, Een Weg’-project. Dat is het Chinese plan voor netwerken van spoorwegen, olie- en gaspijpleidingen die Chinese metropolen verbinden met Europese, Russische en Centraal-Aziatische steden.

Honderden miljarden zijn daarmee gemoeid en het enthousiasme over dit project groeit, ook in het oosten van Europa. Maar of dat soort Chinese inspanningen voldoende bescherming bieden tegen de crisis in de EU, Amerikaanse protectionisme en afzwakking van de wereldeconomie weet niemand in China.