Beukende forehands van reus Del Potro echoën ouderwets

Juan Martin del Potro is terug, en hoe: hij verslaat topspeler Stan Wawrinka. Bijna was de Argentijn gestopt door een slepende polsblessure.

De Argentijn Juan Martin del Potro viert zijn zege op Stan Wawrinka. Foto Ben Curtis / AP

Een verlegen reus stapt vrijdagavond de perszaal binnen op Wimbledon. Juan Martin Del Potro, 1 meter 98 lang, worstelt met zijn Engels en praat zacht. Hij legt zijn grote handen op tafel. Van een meter of tien zie je er weinig bijzonders aan, zijn twee polsen – gemankeerde gewrichten. Hij wordt er in de persconferentie drie keer naar gevraagd, op zijn Wikipedia-pagina worden er twee hoofdstukken aan gewijd. De polsen – zijn handicap.

Del Potro is terug, en hoe. Vrijdagmiddag echoën zijn forehands ouderwets onder het dak van het centrecourt tegen de Zwitser Stan Wawrinka. Zo hard, zo zuiver met die beestachtige klappen. Je ziet Richard Krajicek, tijdelijk grascoach van Wawrinka, eind derde set in de lach schieten in de spelersbox, zo snoeihard roeit Del Potro een forehand hoog in het net. Het slaat even later om in nerveuze wanhoop bij Krajicek, als Del Potro de tiebreak naar zich toetrekt. Hij wint met 3-6, 6-3, 7-6, 6-3.

De overwinning op de met onnodige fouten schietende Wawrinka, 48 in totaal, is de terugkeer van Del Potro in het hart van het tennis. Het is een klein mirakel dat hij terug is op dit niveau, zo gekweld werd hij de afgelopen jaren door blessures. De korte medische historie, 2010: rechterpolsblessure, geopereerd, kwam tot zes wedstrijden. 2014 en 2015: linkerpolsblessure, twee operaties, kwam in twee jaar tot veertien wedstrijden.

De nagenoeg tennisloze lijdensweg dreef hem eind vorig jaar bijna naar het einde van zijn loopbaan. Maar hij bijtte door de pijn, werkte aan het herstel en probeerde het opnieuw. Hij ziet zijn terugkeer op de tour, begin dit jaar, als zijn „tweede of derde carrière”, zei hij vrijdag.

Hij was bijna vergeten. Voor het eerst sinds de Australian Open begin 2014 speelt hij weer op een grandslamtoernooi, en voor het eerst in tweeënhalfjaar wint hij weer van een toptienspeler. De handen van Del Potro trilden toen hij van de baan kwam, erkende hij voor de camera. „Ik voel dat ik weer leef.”

Del Potro (27) – uit Tandil, in centraal Argentinië – zou nu in zijn oogstjaren moeten zitten. Hij was zeven jaar geleden de coming man en voorbestemd voor de elite, solide topvijf-speler, op z’n minst. Hij sloopte Rafael Nadal en Roger Federer in hun hoogtijdagen, op de US Open van 2009 – zijn enige slam tot nu toe.

Daarna werd hij gevangen door die verdoemde polsblessures. Er was een opleving in 2013, zijn laatste volledige seizoen. Hij speelde hier drie jaar geleden op het centrecourt zijn laatste duel op Wimbledon, een heroïsch verloren vijfsetter tegen Novak Djokovic. Dat was zijn voorland, bedreiger van de gevestigde orde.

Het is de vraag of Del Potro op dat wervelende niveau kan terugkeren na al het medische lapwerk – al was vrijdag een uitstekende voorproef. Maar hij is een speler met lichamelijke beperkingen, zijn linkerpols spaart hij. Als rechtshandige levert dat geen problemen op bij zijn service, die is nog intact. Zijn forehand heeft iets aan dominantie ingeboet, maar blijft van toptien-niveau.

Zorgenkind is zijn dubbelhandige backhand. Bij die beweging legt hij enorm veel druk op zijn linkerpols, zei Richard Berger, de chirurg van Del Potro, in The New York Times. Het is vooral de backhand topspin die zijn pols zwaar belast, met veel pijn tot gevolg. Het is een bekend probleem. Nadal – met zijn giftige dubbelhandige topspinbackhand – moest zich een maand geleden op Roland Garros terugtrekken met een blessure aan zijn linkerpols.

Noodgedwongen mijdt Del Potro nu veelal de topspinbackhand, uit angst voor pijn en nieuwe blessures. Hij is overgestapt op de voorzichtigere slicebackhand, die zijn linkerpols minder belast. Tegenstanders zoeken bewust zijn ‘zwakkere’ backhandhoek op. „Ik heb het vertrouwen dat ik mijn oude backhand weer terugkrijg. Mijn dokter zegt dat het kan.”

Beetje bij beetje groeit hij weer toe naar zijn oude niveau. „Volgend seizoen moet ik honderd procent zijn.”