Klein eerherstel van de deskundige elites kan geen kwaad

illustratie Cyprian Koscielniak

Thierry Baudet, Jort Kelder en Arno Wellens schetsen (25/6) een somber beeld van de Nederlandse elites en nodigen deze uit tot zelfreflectie: „Waarom zo slordig met de feiten, waarom manipuleert u rapporten, sjoemelt u met cijfertjes en marchandeert u met beloftes?” Als argeloze krantenlezer blijk je ineens onderdeel van een heus complot te zijn. Deze elites vormen een omvangrijk gezelschap: „de regering, deftige instituties, hoogleraren, journalisten, commentatoren, en politici” en iedereen die voor Europa is of NRC leest.

In tegenstelling tot hetgeen Baudet en de zijnen beweren, zijn de euro en andere onderwerpen die worden aangestipt zaken waar gewoon onderzoek naar wordt gedaan. Economen denken nu vrij aardig te weten wanneer een munt als de euro kan worden ingevoerd. Tijdens de eurocrisis is daar tot vervelens toe op gewezen; er ontbreekt nogal wat in en aan de eurozone. Wie hierover nadenkt en publiceert, pleegt zeker geen academische zelfmoord. Sterker nog, onderzoek naar voor- en nadelen van globalisering in brede zin is tegenwoordig toonaangevend in de wetenschappelijke toptijdschriften.

Het venijn van het stuk zit in de staart als Baudet c.s. de elites aansporen te stoppen „met dat machteloze gemopper op mensen die anders tegen de zaken aankijken”. Dit verwijt snijdt hout, inderdaad blijken veel ‘elites’ machteloos. Vlak voor het Brexitreferendum ondertekenden ongeveer 200 economen van naam en faam een ingezonden brief in The Times, waarin een Brexit sterk werd afgeraden. Dat zij van ‘naam en faam’ waren, bleek eerder tegen dit initiatief te pleiten dan ervoor, want ‘elitair’, dus niet te vertrouwen. Hier ontvouwt zich een zeer serieus probleem; in toenemende mate wordt deskundigheid gewantrouwd en gezien als onderdeel van een complot tegen de niet-ingevoerde. De democratisering van de media werkt dit in de hand. Bij een succesvol programma als DWDD wordt iedereen gelijkgesteld. Als advocaat Gerard Spong wordt uitgenodigd om over een juridische kwestie te spreken, moet hij de discussie aan met iemand die is aangeschoven om een nieuwe film te promoten. Dit is goed en maakt het programma leuk en interessant. Wel is de mening van Spong relevanter dan die van de anderen aan tafel, niet omdat hij tot de elite behoort, maar omdat hij er zich een heel werkzaam leven in verdiept heeft en er meer vanaf weet.

Iedereen moet zich zo nu en dan uitspreken over complexe kwesties bij referenda of verkiezingen. Het is onmogelijk om overal alles van te weten. Enige hulp van deskundigen is daarbij handig, zo niet noodzakelijk. Een klein eerherstel voor de ‘elites’ kan geen kwaad; zodat niet elke uitspraak, van wie dan ook, wordt gelijkgesteld als ‘ook maar een mening’. Enige weging van de argumenten door deskundigen is nuttig en niet meteen een complot.

Hoogleraren economie verbonden aan de RU Groningen.

Nieuwe elite ten voeten uit

Baudet, Kelder en Wellens wassen de oren van de ‘deftige’ NRC- lezer, wie dat ook moge zijn (Deftige elites van Nederland, u lokt een Nexit uit).

Na lezing ervan ben ik begonnen aan een diepgaand zelfonderzoek: behoor ik misschien ook tot de ‘deftige’ elites die hier zo karikaturaal worden neergezet? En zo ja, moet ik dan bang zijn voor de revoltes van hun nieuwe ‘Franse Revolutie’, ditmaal misschien wel de Europese Revolutie genoemd? Wat de heren met deze tirade denken te bereiken is mij onduidelijk; in ieder geval zullen ze op deze wijze de ‘deftig’ NRC-lezer niet aan hun kant krijgen. Dus misschien is de guillotine wel mijn lot. Maar wat hier schrijnend duidelijk wordt, is dat zij zich ver boven de door hen zo verafschuwde ‘elites’ verheven voelen, en dat ze tegelijkertijd niet beseffen hoe elitair ze inmiddels zelf zijn geworden. Hier staat de nieuwe elite klaar om de oude te vervangen, beledigend, belerend, liegend en niet gehinderd door enige vorm van zelfreflectie. De nieuwe elite ten voeten uit. De wereld is er vol mee.

H. Albers Spierings

Grote onzin over de EU

Baudet c.s. maken zich schuldig aan dezelfde misleiding als Verhofstadt en andere ‘federalisten’ – zij stellen het Europese project voor als een kwestie van alles of niets. „Europa zal federaal zijn of het zal niet zijn”. „We moeten de EU niet hervormen, we moeten eruit.”

Er lijkt langzamerhand geen onderwerp te zijn waarover zoveel onzin wordt verkocht als over de EU. Zoals de stelling: ‘Dankzij de Europese eenwording is er na 1945 geen oorlog meer geweest tussen Frankrijk en Duitsland’. Groter onzin is er niet. Die twee landen waren totaal aan het eind van hun Latijn. Dat ze elkaar na een periode van revalidatie niet weer naar de keel zijn gevlogen, komt omdat er voor het eerst in de geschiedenis een gemeenschappelijke vijand was, die alleen in bedwang kon worden gehouden door een sterke bondgenoot.

„De EU grijpt steeds meer in in het leven van de burger.” Even grote onzin. De enigen die tot nu toe echt iets van de EU hebben gemerkt, zijn overheden en bedrijven.

De eerste omdat de EU-regelgeving hun belet het eigen bedrijfsleven kunstmatig te bevoordelen (zie de gele koplampen in Frankrijk), en hun verplicht hun opdrachten transparant aan te besteden. Het bedrijfsleven telt alleen zijn zegeningen. Als bedrijven al negatieve gevolgen ondervinden, gaat het om de betere bescherming van de consument – maar dat realiseert die consument zich weer niet. Rookverbod in openbare gelegenheden, plastic tasjes, opschriften op tabaksproducten? Die hebben evenveel winnaars als verliezers.

Kunnen eindelijk de ‘redelijke Europeanen’ het woord nemen (of de megafoon, om boven Verhofstadt uit te komen). Kunnen mensen met ervaring en gezag om de tafel gaan zitten en voorstellen doen om de EU effectiever en efficiënter en voor de burger minder geheimzinnig en dus minder bedreigend te maken? Om te zorgen dat de EU gaat doen waar ze goed in is, of zeker voor nodig is, om het subsidiariteitsbeginsel te redden en het palwiel (steeds een tandje verder, nooit een terug) van de sluipende federalisering stil te zetten?

Van Rutte, Juncker en Timmermans hoeven we niets te verwachten.

Toen er in de aanloop naar het Britse referendum staatslieden nodig waren, gedroegen ze zich als ambtenaren.

H.J. van den Doel

Een fact check a.u.b.

Over Baudet, Kelder en Wellens heb ik de volgende vraag: zou u als redactie voor mij en voor mijn vermogen om als ‘deftige NRC-lezer’ op basis van de feiten een oordeel te vormen over de inhoud van dit stuk een fact check kunnen uitvoeren?

Pas als de feiten zuiver op tafel liggen, kunnen we met elkaar in debat over de plussen en minnen van de integrerende en globaliserende EU. Zolang dat niet het geval is, zullen we een ongenuanceerd gesprek blijven voeren waarbij voor- en tegenstanders elkaar slechts met goedkope en ongecheckte oneliners blijven bestoken.

Dat leidt nergens toe en speelt alleen maar demagogische volksmenners in de kaart.

Thijs Spigt PhD

Correcties en aanvullingen

Kees de jongen

In het interview met Jenny Arean (NRC Weekend, 25/6, p. 30) is sprake van „nostalgische Kees de Jonge-achtige beelden van Amsterdam”. Bedoeld is niet een schilder of fotograaf Kees de Jonge, maar de roman Kees de jongen van Theo Thijssen uit 1923, over een Amsterdamse straatjongen aan het einde van de negentiende eeuw.

Onderschrift

In de Boekenbijlage van 24 juni,pagina C10, stond een fout onderschrift.

Het juiste onderschrift moet zijn: ‘2012: een blanke boer inspecteert het prikkeldraad om zijn boerderij in Zimbabwe’.