Vroedvrouw en gynaecoloog moeten meer samenwerken

Voor verloskundigen en gynaecologen is er een nieuwe richtlijn, waardoor een samenwerkingsverband verplicht wordt.

Beeld ter illustratie. ANP / Koen Suyk

Verloskundigen en gynaecologen moeten in de toekomst altijd onderdeel zijn van een samenwerkingsverband. Verloskundigen kunnen daardoor niet meer volledig zelfstandig werken. Dat is vastgelegd in de vrijdag verschenen ‘kwaliteitsstandaard geboortezorg’ van het Zorginstituut Nederland.

Binnen de nieuwe regels hoeft een zwangere niet per se een gynaecoloog te zien, maar moet er altijd een algemeen samenwerkingsverband zijn tussen de verloskundige en het ziekenhuis. In principe zitten alle lokale partijen die betrokken zijn bij geboortes in het samenwerkingsverband, zoals ook de kraamzorg. In de praktijk werd er al veel samengewerkt, maar niet in een vaste vorm.

Aanspreekpunt

Een zwangere werkt volgens de nieuwe richtlijn met een ‘coördinerend zorgverlener’, die gedurende de zwangerschap in principe het aanspreekpunt blijft. Dat kan een vroedvrouw of een gynaecoloog zijn, maar ook een huisarts.

Met deze speciale hulpverlener wordt een ‘individueel geboorteplan’ opgesteld, dat digitaal beschikbaar is voor de zwangere. Daarin zijn bijvoorbeeld haar wensen vastgelegd en is er informatie te vinden over de zorgverleners die betrokken zijn bij haar zwangerschap.

Andere financiering

De standaard past binnen plannen van minister Schippers (Zorg, VVD) met de geboortezorg, waarin samenwerkingsverbanden anders worden gefinancierd. Schippers wil af van dat zorgverzekeraars aparte afspraken maken met vroedvrouwen en ziekenhuizen. In plaats daarvan wil ze een zogeheten ‘integrale bekostiging’, wat inhoudt dat er één stroom geld is. De beroepsverenigingen van verloskundigen (KNOV) en kraamverzorgenden (NBvK) vrezen dat zwangerschappen onnodig worden gemedicaliseerd. Eerder deze maand protesteerden verloskundigen in Amsterdam, ze vormden met fakkels een vlammend hart op het Museumplein. De angst leeft dat overheidsgeld in de toekomst vooral bij ziekenhuizen terechtkomt, in plaats van bij de vaak zelfstandig werkende verloskundigen.

Babysterfte staat hoger op de politieke agenda sinds minister Ab Klink (Zorg, CDA) in 2008 stelde dat de babysterfte in ons land relatief te hoog is. In een rapport dat daarop verscheen, werd geadviseerd om een betere samenwerking tussen gynaecologen en verloskundigen af te dwingen.