Stoer

Elke eeuw krijgt de Reynaert die ze verdient. Vandaar dat A.H.J. Dautzenberg in dit feuilleton met zijn 21ste-eeuwse versie van ‘Van Den Vos Reynaerde’ komt.

Illustratie Cyprian Koscielniak

De Leeuw stormt de vergaderzaal binnen. Hij is tien minuten te laat. Dat gebeurt zelden, maar hij had veel te bespreken met zijn veiligheidschef. Hij schuift aan en schenkt een kopje thee in, drinkt een paar slokjes, nog een paar slokjes, en neemt dan het woord.

„Conclusie één: de eerste incidenten in de stad zijn een feit. Conclusie twee: De Vos is er niet. Conclusie drie: mijn adviseurs verzaken. Eerst De Bruin, daarna De Kat.” Het blijft stil in de vergaderzaal. „Conclusie vier: geen plan B. Conclusie vijf: geen plan C. Conclusie zes?” Niemand durft iets te zeggen. „Conclusie zes?!” De Leeuw staat op. „Conclusie zes: ik ga zelf naar De Vos! En zeven? De Wolf gaat met mij mee!”

De Das steekt zijn hand in de lucht. Hij is weer beter. „Laat maar weer zakken die hand. Ik neem De Wolf mee.” De Leeuw kijkt naar De Wolf. „Een goed plan”, zegt deze en hij kijkt triomfantelijk naar de anderen. De Leeuw heeft hem dus toch nodig. Hij is natuurlijk ook het meest geschikt. Niet De Vos, híj is de man die De Leeuw moet hebben.

„En we nemen een omweg, we nemen een kijkje in de Wildernis! Ik wil nu weleens met eigen ogen zien wat er precies aan de hand is.” De Hond protesteert. Volgens hem is het er veel te gevaarlijk voor De Leeuw. Hij kan niet instaan voor de veiligheid. Onmogelijk. On-mo-ge-lijk.

„Onmogelijk?” De Leeuw loopt naar het raam, steekt een sigaar op en knijpt zijn ogen tot spleetjes. Hij loopt naar De Hond, gaat achter hem staan en legt zijn handen op diens schouders. „Onmogelijk, zeg je?” De Leeuw knijpt even in het bange vlees van zijn adviseur, loopt weer naar het raam en tikt met zijn ring tegen het glas. „De Wolf, ben je er klaar voor?”

Even later steken De Leeuw en De Wolf de straat over. De Wolf kent de kortste route naar de Wildernis, dwars door het uitgaanscentrum. Vlak voor ze in een steeg verdwijnen, steekt De Leeuw zijn vuisten in de lucht. Hij weet dat zijn adviseurs toekijken.

„Ja, doe maar stoer”, roept De Hond. Hij loopt terug naar de vergadertafel en gaat zitten. De anderen nemen ook weer plaats. „Plan D”, zegt De Hond cynisch en hij klapt zijn laptop open. De Bruin opent het kistje dat De Leeuw heeft laten staan en deelt de sigaren uit. Hij laat het reepje cederfineer rondgaan.

Niet veel later hangt er een dikke walm boven de tafel. De Haas schuift zijn stoel achterover en legt zijn voeten op tafel. „Zo, en nu maar wachten op De Vos.” De Bruin begint te lachen. „De Vos gaat ons redden. Haha.”

De Hond neemt weer het initiatief. „Het is goed dat je erbij bent, De Das, ik denk dat we je hulp goed kunnen gebruiken.” „Dat weet ik wel zeker”, antwoordt De Das en ook hij klapt zijn laptop open. „Gezien de situatie stel ik het volgende voor.

Wordt vervolgd